Wetenschap - 26 februari 2009

TRANSGENEN IN MEXICAANSE MAÏSRASSEN

Stukjes erfelijk materiaal van genetisch gemodificeerde maïs zijn de afgelopen jaren terecht gekomen in landrassen in Mexico. Mexicaanse onderzoekers en de in Wageningen gepromoveerde Joost van Heerwaarden melden dat deze maand in Molecular Ecology.
De uitkomst van het onderzoek naar de zogeheten gene flow van genmaïs is politiek gevoelig, omdat biotechbedrijven en milieuorganisaties al jaren twisten over het risico dat gmo’s zich oncontroleerbaar verspreiden. In 2001 voerden Mexicaanse onderzoekers al indirect bewijs aan van de aanwezigheid van transgenen in gangbare maïs. Met de techniek polymerase chain reaction (PCR) vonden ze het agrobacterium 35S, dat doorgaans wordt gebruikt om genenpakketjes in de gm-maïs in te brengen. Wegens technische onvolkomenheden weigerde het tijdschrift Nature het onderzoek echter.
In 2005 werd een vervolgstudie gepubliceerd in PNAS. Een overheidslaboratorium vond wel transgenen in de monsters, twee commerciële laboratoria vonden geen overtuigend bewijs. Daarop ontstond discussie over het gebruik van statistiek.
In de nieuwe studie hebben de onderzoekers opnieuw monsters genomen op de locaties waar transgenen in landrassen zouden zijn voorgekomen. Ze onderzochten deze monsters niet alleen met PCR, maar ook met de techniek southern blotting. In het gebied Oaxaca dat in 2001 was onderzocht, vonden ze op drie van de 23 locaties transgenen in landrassen. Op twee van die locaties waren ook in 2004 transgenen aangetroffen. Van landrassen is sprake als de boer een deel van de oogst gebruikt om opnieuw in te zaaien.
Sinds 1999 is gm-maïs verboden in Mexico, maar ruim verkrijgbaar in buurland de VS. De onderzoekers vermoeden dat de Mexicaanse boeren – al dan niet bewust - geïmporteerd gm-zaad hebben gezaaid, waarna uitkruising met lokale maïs plaatsvond. Dit verklaart ook de onregelmatige verspreiding van de transgenen in de maïsvelden.
Van Heerwaarden, verbonden aan de Nationale Universiteit van Mexico, en zijn collega’s besteden in het artikel veel aandacht aan de verklaring van de wisselende resultaten uit het verleden. ‘Als we willekeurig waren gaan monsteren in het gebied, hadden we wellicht niets gevonden’, zegt Van Heerwaarden. Door gericht bepaalde locaties te bemonsteren, nam de kans toe.
Onderzoeker Linus Franke van Plant Research International merkt op dat de onderzoekers niet de transgenen hebben gevonden, maar wel de promotor. ‘Dat is geen sluitend bewijs voor de aanwezigheid van transgenen, maar wel een sterke aanwijzing.’
Volgens zijn collega Bert Lotz hebben de onderzoeksresultaten geen gevolgen voor het Nederlandse beleid, het zogeheten co-existentiebeleid, dat het naast elkaar bestaan van landbouwketens met en zonder gmo’s regelt. ‘In Nederland gebruiken de boeren gecertificeerd zaaizaad en niet een deel van de oogst van vorig seizoen’, stelt Lotz. Eerder onderzoek van hem toonde aan dat de vermenging door uitkruising tussen gm-maïsvelden en reguliere maïsvelden kleiner is dan 0,1% als de coëxistentieafspraken worden nageleefd. Dat is ruim onder de drempel van 0,9% waarboven een product in de EU moet worden geëtiketteerd als gmo.

Re:ageer