Wetenschap - 11 juli 1996

TNO-topman Folstar beducht voor geisoleerd Wagenings concern

TNO-topman Folstar beducht voor geisoleerd Wagenings concern

TNO heeft zich de afgelopen jaren toegelegd op toegepast onderzoek voor de markt en ontwikkelt basiskennis in samenwerking met universiteiten. Langs die lijn moet ook de samenwerking tussen LUW en DLO vorm krijgen, meent TNO-topman Peter Folstar. Een organisatie met twee missies lijkt me lastig, aldus de Wageninger in Delftse dienst.


Op het terras van het Amsterdamse Apollo-hotel informeert dr ir P. Folstar belangstellend naar zijn universiteit, waar hij zo'n goede opleiding heeft genoten. Eminente hoogleraren als Van der Plas, Lyklema en Den Hertog staan hem helder voor de geest en hij gaat binnenkort naar de landbouwstad om de 75ste verjaardag te vieren van prof. Pilnik, zijn promotor. Folstar, momenteel lid van de raad van bestuur van TNO, heeft een goed persoonlijk gevoel bij de LUW.

Hij studeerde in 1972 aan de Landbouwuniversiteit af als levensmiddelentechnoloog en kwam na functies bij levensmiddelenfabrikant Heinz, het Nederlands instituut voor zuivelonderzoek (Nizo) en het Amerikaanse concern Borden in 1992 bij TNO in dienst als bestuurslid. Sinds een paar jaar is hij tevens lid van het curatorium van de onderzoekschool Vlag (voeding en levensmiddelentechnologie) van de LUW.

De afgelopen jaren heeft Folstar mede richting gegeven aan de omslag van TNO vanuit een academische omgeving naar toegepast klantgericht werken. We staan als TNO heel bewust tussen onze klanten en de universiteiten in. Daar is TNO - de T staat voor toegepast - ook voor in het leven geroepen. We moeten onze missie serieus nemen; de klanten moeten geld voor ons onderzoek over hebben. Dat kunnen individuele klanten zijn, maar we organiseren ook projecten met meerdere klanten, waar de overheid mede in investeert."

Die werkwijze vraagt volgens Folstar een andere opstelling van het personeel. Vroeger hadden wetenschappers de leiding van onze afdelingen, nu zijn het mensen met een aantoonbare ervaring in de markt." Deze managers moeten de korte-termijnvragen uit de markt koppelen aan een lange-termijnvisie, benadrukt Folstar. Een kwart van ons budget is zogenaamde basis- en doelfinanciering van de overheid. Met dat geld moeten we zodanig kennis opbouwen dat zichtbaar wordt dat de kennisopbouw leidt tot een nieuwe vraag van opdrachtgevers. Anders doen we iets fout."

Allianties

Voor zijn kennisopbouw maakt TNO strategische allianties met de universiteiten. We besteden het geld graag samen met universiteiten." Zo werkt TNO samen met de levensmiddelentechnologen van de LUW in het Centrum voor Eiwittechnologie, met de vakgroep Veevoeding via een afdeling van TNO Voeding en met de vakgroep Toxicologie, waar de TNO'er dr P.J. van Bladeren deeltijd-hoogleraar is. Verder komt prof. dr ir K. van 't Riet per 1 oktober in dienst bij TNO als adjunct-directeur van TNO Voeding in Zeist. Daarnaast blijft hij voorlopig deeltijd-hoogleraar in Wageningen. We stimuleren dat onze beste mensen in deeltijd aan een universiteit zitten", verklaart Folstar.

Met dergelijke allianties kunnen we de middelenbesteding van universiteiten, instituten en het bedrijfsleven goed op elkaar afstemmen", meent de TNO-bestuurder. Europa besteedt maar twee procent van zijn inkomen aan research & development, tegen 2,7 procent in de Verenigde Staten en Japan. Dat verschil van 0,7 procent is een enorm bedrag. Je kunt als Nederland alleen bij blijven als je de aanwezige expertise heel goed op elkaar afstemt. Ik merk gelukkig een groeiend klimaat in Nederland om dat te gaan doen", aldus Folstar.

Daarmee refereert hij ook aan het advies van dr Bram Peper aan minister Van Aartsen over het landbouwkennissysteem. Folstar heeft deelgenomen aan de Peper-workshop over het landbouwkundig onderzoek en herkent zich in een hoop adviezen. Ik lees dat het fundamentele onderzoek moet worden versterkt, door de LUW-onderzoekscholen en het strategisch onderzoek in de universiteit te bundelen. Dat is een goede zaak. Daarnaast krijg je dan een vraaggestuurde organisatie; DLO wordt het TNO voor de landbouw. Beide organisaties moeten terug naar hun kerntaken. Dat LUW en DLO momenteel op bepaalde terreinen overlappen, zoals Peper stelt, kan ik me voorstellen."

Missies

In de uitwerking stelt Peper echter voor om beide organisaties te reshufflen onder een krachtige leiding. Dat lijkt me lastig. Je hebt twee organisaties met twee totaal verschillende missies en die moet je dan vanuit een punt aansturen. Als LUW wil je de beste wetenschappers hebben, als DLO wil je mensen die de taal van de markt begrijpen. Met reshufflen ben je er niet; de TNO-ervaring leert dat het moeilijk is om een organisatie om te turnen tot een gerichte marktorganisatie."

De uitwerking van de missies moet voorop staan. Van daaruit moeten DLO en LUW met respect voor elkaar komen tot een goede samenwerking. Ze kunnen bijvoorbeeld samen nieuwe kennis ontwikkelen. Daarbij moet je wel de open verbanden met andere instellingen in Nederland en daarbuiten behouden. De samenwerking tussen LUW en DLO moet niet leiden tot hoge muren rond Wageningen. Wij hebben de LUW ervaren als een bijzonder plezierige partner en dat moet zo blijven. Bij de concern-gedachte van Peper loop je het gevaar dat de organisatie zich naar binnen richt, wat zou kunnen leiden tot isolatie."

Wat de TNO-man niet begrijpt uit het Peper-advies is dat de Wageningse onderzoekscholen moeten zorgen voor de transfer van fundamentele kennis naar toegepast onderzoek. Dat moet een vergissing zijn. Onderzoekscholen streven naar erkenning van de KNAW (Academie van wetenschappen, red.), ze willen excellent onderzoek doen. Die kennistransfer zou een vervaging van hun missie zijn. In plaats daarvan moet je het toponderzoek in onderzoekscholen koppelen aan het onderwijs. Ik heb tijdens mijn studie het meeste geleerd van de doctoraalvakken, als ik proefjes deed onder excellente leiding. De training voor de praktijk is heel belangrijk. Wageningers doen het goed in organisaties als TNO, omdat ze meestal een breed pakket hebben en weet hebben van de praktijk. Dat maakt dat Wageningers altijd betrokken zijn bij de integratie van kennis. Een scheiding tussen onderwijs en fundamenteel onderzoek zou dus desastreus zijn voor de LUW."

Als gevolg relativeert Folstar het Peper-voorstel dat de LUW basiskennis en basisvakken moet inkopen bij de Universiteit Utrecht. Samenwerking is altijd goed, maar ik kan me Wageningen niet voorstellen zonder biologische en moleculaire basisdisciplines. Als Utrecht onderwijs verzorgt voor de LUW, dan moet dat onderwijs echt aansluiten op het Wageningse curriculum. In de hele onderwijsopzet moet namelijk je karakter zichtbaar zijn. Maar je kunt als LUW natuurlijk samenwerken met Utrecht; ook daar gebeuren hele goede dingen."

Beoordeling

Zo'n samenwerking moet passen in een eigen kwaliteitsbeleid van de LUW, waarin het excellente onderzoek wordt versterkt, meent het TNO-bestuurslid. De Leidse universiteit doet dat nu ook. Als een vakgroep bij een beoordeling twee minnen krijgt, volgt er een ernstige discussie. Je kunt bij de financiering rekening houden met dat soort beoordelingen. Het is heel moeilijk om keuzes te maken, maar misschien moet het toch. Als je als LUW streeft naar het binnenhalen van de beste mensen, kan dat waarschijnlijk niet over de hele breedte."

Folstar ziet dus veel redenen om het onderzoek in Wageningen te reorganiseren. Je hoopt dan op een goed klimaat om dat kwaliteitsbeleid via een gezamenlijke inspanning te realiseren. Een opgelegd pandoer van buiten werkt meestal niet. Het opbouwen van excellente groepen kost jaren."

Maar zo'n beleid is niet gediend met het voorstel van Peper om een werkgelegenheidsgarantie af te geven voor het personeel. Dat kan niet als je echt iets wilt veranderen. Met zo'n garantie strooi je de mensen zand in de ogen. Je kunt niet zomaar mensen van de universiteit overplaatsen naar het praktijkonderzoek; dat vraagt een geheel andere expertise. Bij TNO hebben we andere oplossingen moeten vinden."

Kan de ervaring van TNO het kenniscentrum Wageningen van pas komen bij de komende reorganisatie? We zouden bijvoorbeeld trainingen kunnen geven aan personeel. Maar TNO is er ook nog niet, hoor. Ook bij ons zijn nog veel verbeteringen mogelijk. Zelfgenoegzaamheid is de voorwaarde om in te zakken als organisatie."

Re:ageer