Wetenschap - 25 juni 2009

TEELT VOOR BIOBRANDSTOFFEN SCHAADT DUURZAME ONTWIKKELING

Als Nederland in 2020 tien procent van de brandstofvraag wil dekken met biobrandstoffen, kan het niet voldoen aan de criteria van de commissie voor duurzame biomassaproductie. Dat schrijven Wageningse onderzoekers en collega’s van ECN, PBL en Ecofys in een rapport aan het ministerie van VROM.

Voor bijmenging van tien procent biobrandstoffen in Nederland is tussen de 600 duizend en 800 duizend hectare grond nodig, bijna evenveel als het totale akkerbouwareaal in Nederland. ‘Dit betekent dat Nederland vrijwel volledig afhankelijk zal zijn van import van biomassa voor biobrandstoffen’, aldus de onderzoekers. Op dit areaal kan ook voedsel worden geproduceerd voor 2,7 tot 3,6 miljoen mensen met een Europees dieet. Ze verwachten een toenemende concurrentie tussen biobrandstoffen en voedselproductie, ook al omdat binnen tien jaar te weinig marginale gronden geschikt zijn te maken voor de verbouw van biomassa voor brandstoffen. Mede hierdoor gaan de voedselprijzen tussen de tien en dertig procent stijgen, met grote fluctuaties in de prijzen. Onder leiding van PRI-onderzoeker dr. Prem Bindraban maken de auteurs een inschatting van de landbouwkundige ontwikkelingen, conversietechnieken, investeringsbehoeften en sociaal-economische consequenties voor de nieuwe biobrandstoffensector in 2020. Ze verwachten dat er meer landbouwgrond nodig is om aan de toenemende vraag naar voedsel te kunnen voldoen. Voorts schatten ze in dat de tweede generatie biobrandstoffen – bioethanol uit cellulose – in 2020 zo’n twintig procent van de vraag kan vervullen, omdat deze techniek nog niet is uitontwikkeld en forse investeringen vereist. Dit zal een toenemende directe of indirecte claim leggen op natuurlijke gebieden. De bijdrage van biobrandstoffen aan vermindering van de emissie van broeikasgassen is zeer gering en bovendien heel duur. Het extra benodigde areaal voor energiegewassen leidt tot ontginning en emissie van koolstof, waardoor het klimaatprobleem eerder groter dan kleiner wordt. Kleinschalige ontwikkeling van energiegewassen kan weliswaar als katalysator dienen voor rurale ontwikkeling, omdat de biobrandstoffen gebruikt kunnen worden voor verbetering van transport en aandrijving van irrigatiepompen. Maar alleen grootschalige productie kan tot een levensvatbare marktpositie voor biobrandstoffen leiden. Jacqueline Cramer, voorheen zelf voorzitter van een commissie die criteria heeft opgesteld voor duurzame biomassaproductie, zegde in juni vorig jaar de Tweede Kamer toe om de doelstelling om in 2020 tien procent biobrandstoffen bij te mengen aan de pomp, langs deze duurzaamheidsmeetlat te leggen.

Re:ageer