Wetenschap - 28 mei 2009

TALLOZE DIJKEN ONTDEKT IN UITERWAARDEN

Het Gelderse rivierengebied is een aaneenschakeling van kaden, dijken en watergangen. Maar dat zijn er nog veel meer dan altijd werd gedacht. Onderzoek van onder meer Alterra bracht tientallen oude waterstaatkundige werken aan het licht.
Gealarmeerd door een per ongeluk afgegraven kade bij Tricht, wilden het Waterschap Rivierenland en de provincie Gelderland wel eens weten wat er allemaal nog meer aan onbekend waterstaatkundig werk in het landschap ligt verborgen. Want dat bleek dus niet bekend. ‘Er is van alles geïnventariseerd, maar niet vanuit dit oogpunt’, legt historisch geograaf John Mulder van Alterra uit. ‘Cultuurhistorie heeft bij het waterschap in het verleden niet veel aandacht gekregen. Vooral de historische geografie is in feite vogelvrij in dit land. Maar ik zie met genoegen dat er steeds meer aandacht komt voor cultuurhistorisch onderzoek.’
De studie is een inventarisatie van alles wat ooit in de strijd tegen het water door mensenhanden is gemaakt, samengevat in een historisch-geografische kaart van het gebied. Dat levert een aaneenschakeling op van boezems, dijkdelen, achterwendes, dorpspolders, onlanden, vingerlingen, kribben, kwellen en nog veel meer. De schrijvers steken hun enthousiasme voor al dat typisch Hollandse landschap niet onder stoelen of banken. De mooiste exemplaren van het waterstaatshistorische ‘tafelzilver’ zouden volgens Mulder zelfs op de Werelderfgoedlijst van Unesco moeten komen. ‘Het kruispunt van de Linge tussen Geldermalsen en Asperen met de Diefdijk tussen Everdingen en Spijk bijvoorbeeld. Een kruispunt van rode en blauwe aderen, van wegen en de Hollandse waterlinie.’
Daarbij is het volgens Mulder vooral niet de bedoeling om van Nederland een museum te maken. Het onderzoek is vooral bedoeld om te laten zien hoe al die oude waterwerken ingezet kunnen worden bij moderne opgaven van waterberging.
Er is volgens Mulder nog werk voor vele jaren. En de tijd dringt, want zonder gedegen kennis dreigt er veel moois verloren te gaan. Bijvoorbeeld aan natuurontwikkeling. ‘Natuurontwikkeling is eigenlijk net zo erg voor de cultuurhistorie als ruilverkaveling dat is geweest. Als we niet oppassen wordt het uiterwaardengebied van Rijn, IJssel en Waal met zijn talloze zomerkaden, veerdammen en steenovenplaatsen helemaal afgegraven voor de waterberging. En alles wat je afgraaft, is voorgoed verloren.’

Re:ageer