Organisatie - 14 september 2006

Synthetisch eiwit zaait dood en verderf

Toen kranten in de vroege jaren negentig schreven over ‘het meest verschrikkelijke geval van milieuverontreiniging in de Sovjet-Unie sinds Tsjernobyl’, kreeg dr. Pieter van der Wal een raar gevoel in zijn buik. De narigheid werd veroorzaakt door het synthetische eiwit dat de Wageningse wetenschapper had onderzocht en veilig bevonden.

De kranten beschreven hoe inwoners van de Sovjet-Unie in opstand kwamen tegen eiwitfabrieken die dood en verderf zaaiden. In die fabrieken maakten schimmels, bacteriën en gisten eiwitten uit olie en aardgas, volgens processen die in de jaren zestig waren ontwikkeld door westerse olieconcerns. Sovjettechnologen hadden de processen opgeschaald, en honderd fabrieken uit de grond gestampt.
Pieter van der Wal had in de jaren zeventig synthetische eiwitten onderzocht en veilig bevonden voor gebruik in veevoer. Hij deed zijn onderzoek bij onderzoeksinstituut ILOB, een samenwerkingsverband van de Wageningse universiteit en TNO dat zich bezighield met veevoer en hormonen die vee sneller lieten groeien. Medio jaren tachtig stapte Van der Wal over naar de Landbouw Universiteit Wageningen, en werd daar directeur van het Bureau Internationale Research.
De praktijkervaringen van Russische boeren weken af van de onderzoeksresultaten van Van der Wal. Biggen stierven opvallend vaak als ze het synthetische eiwit kregen. Russische artsen schreven in een weggemoffeld rapport dat er iets raars was met het vlees van de dieren die het eiwit hadden gegeten, en meenden dat zieke mensen het vlees maar beter konden vermijden. Bovendien ontsnapten stof en micro-organismen met tonnen uit de eiwitfabrieken. Ze veroorzaakten een verhoogde kans op kanker, seksuele stoornissen en longaandoeningen bij omwonenden.
In 1987 barstte in de industriestad Kirishi de bom, toen kort achter elkaar acht kinderen stierven. Duizenden bewoners trokken op naar de fabriek, aangevoerd door de ouders van overleden kinderen. De demonstraties waren het begin van een paar onrustige jaren. Ook rond de andere eiwitfabrieken ontstonden rellen. Milieuactivisten en journalisten trokken naar het oosten, en de regering van Michail Gorbatsjov begon er hard over te denken de eiwitfabrieken te sluiten.
Maar toen, in juni 1990, dook er een brief uit Wageningen op. Medbioprom, het ministerie dat verantwoordelijk was voor de eiwitfabrieken, overlegde triomfantelijk een brief van dr. P. van der Wal, geschreven op briefpapier van de LUW. De ex-ILOB-directeur was ‘enorm onder de indruk’ van ‘de in de Sovjet-Unie gerealiseerde productie van hoogwaardige eiwitten uit paraffine’.
Op 10 januari 1991 plaatste het Wagenings Universiteitsblad (WUB) een artikel over de affaire, waarin bestuurders Van der Wal afschilderden als een marginaal individu dat zich niet als universitair onderzoeker mocht profileren.
Hoeveel gewicht Van der Wals brief in de schaal legde, is niet duidelijk. Zeker is wel dat het regime besloot de eiwitfabriek van Kirishi open te houden. Pas in 1993, toen de vraag naar synthetisch eiwit inzakte, gingen de poorten dicht en verbouwden ingenieurs de fabriek tot een productie-eenheid voor wodka.
In september 1991 haalde Van der Wal nogmaals het WUB. ‘Piet ging heel serieus met maatschappelijke kritiek om’, staat in zijn In Memoriam.

Re:ageer