Wetenschap - 10 oktober 2013

Symposium: zo kom je in Science

tekst:
Albert Sikkema
1

Iedere onderzoeker wil wel publiceren in Nature of Science. De WUR-bibliotheek legt in een symposium volgende week uit hoe je dit voor elkaar krijgt. Resource licht vast een tipje van de sluier op.

Publiceren, publiceren, publiceren, en als het kan in de beste tijdschriften. Dat is het mantra voor een succesvolle wetenschappelijke carrière. En dat iedereen hier mee bezig is, blijkt wel uit de belangstelling voor het symposium How to write a world-class paper? dat donderdag 17 oktober plaatsvindt in de WUR-bibliotheek. Er worden maar liefst 640 studenten en onderzoekers verwacht. Zij gaan van rector magnificus Kropff en entomoloog Marcel Dicke horen over fijne kneepjes van het vak.

Voor alle mensen die niet kunnen hebben we alvast tien tips voor een toppublicatie, die we eerder publiceerden in 2010. Op en vergelijkbaar symposium vertelde onder ander klimaatwetenschapper Rik Leemans over zijn manier om in de toptijdschriften te belanden.

1) Wees de eerste

Je artikel moet natuurlijk kwaliteit hebben. Maar het eerste wat de wetenschappelijke uitgever wil weten: is het nieuw? Er zijn altijd meerdere onderzoekers of onderzoeksgroepen met vergelijkbaar onderzoek bezig. Zorg ervoor dat je de resultaten snel publiceert.

2) Schrijf voor een doelgroep

De meest gemaakte fout van onderzoekers is dat ze het verhaal van zich afschrijven, zegt hoogleraar Rik Leemans. Je moet het artikel juist naar het lezerspubliek toeschrijven. Verdiep je in de doelgroep en het jargon van het tijdschrift, anders is je artikel out of scope en wordt het afgekeurd.

3) Kom snel to the point

Als de redacteur van het tijdschrift het artikel accepteert, gaat het naar de reviewers. Die mensen hebben het druk. Rik Leemans beoordeelt artikelen voor het vakblad Current Opinion in Environmental Sustainability. In het begin besteedde hij een uur aan een artikel, nu beoordeelt hij ze in tien minuten. Zorg er dus voor dat je je punt snel duidelijk maakt. Schrijf een samenvatting met een heldere conclusie (maak er geen inhoudsopgave van), maak actieve en korte zinnen en maak expliciet welke nieuwe kennis of innovatie je hebt gevonden.

4) Stem de reviewer gunstig

Als het commentaar van de reviewers fors is, neem dan de tijd om het artikel te herschrijven. Je mag het oneens zijn met de kritiek van de beoordelaar, maar leg altijd aan hem uit wat je met het commentaar hebt gedaan. Anders moet de beoordelaar gaan zoeken of zijn kritiek is overgenomen. Dat irriteert hem (hij heeft immers weinig tijd) en irritaties leiden tot een kritischer oordeel.

5) Mik op een high impact tijdschrift

Iedereen wil in een tijdschrift met een hoge impactfactor publiceren. Dat is namelijk goed voor je publicatie- en citatiescore. Maar reken je niet rijk: slechts 0,5 procent van de aangeleverde artikelen bij Nature wordt geaccepteerd en slechts 20 procent van de wel geaccepteerde artikelen wordt daarna geciteerd.

6) Verbeter je netwerk

Samenwerken met (andere) excellente onderzoekers loont, daarmee wordt ook jouw track record beter. Het meest geciteerde artikel van Rik Leemans (1.200 keer) ontstond in een internationale workshop. 'Dat wordt beschouwd als een wereldartikel omdat het is geschreven door excellente onderzoekers en de resultaten heel goed waren toe te passen.' Let op: de impact van een artikel met internationale collega's is gemiddeld hoger dan een nationale copublicatie, die op zijn beurt weer vaker wordt geciteerd dan een publicatie van een individuele onderzoeker.

7) Citeer!

Het loont zich om andere onderzoekers veel te citeren. Hoe meer jij collega's citeert, des te meer ze jou weer citeren. De ene hand wast de andere, wetenschappers zijn net mensen. Vergeet jezelf ook niet te citeren. Zelfcitaties tellen niet mee in je citatiescore, maar je zet wel andere onderzoekers op het spoor van je oude werk. Wageningse onderzoekers zijn op dit punt te timide, vindt informatiespecialist Wouter Gerritsma van de bibliotheek. In een kwart van de publicaties verwijzen Wageningse onderzoekers helemaal niet naar eerder werk.

8) Schrijf je naam consequent

Veel onderzoekers schrijven hun naam niet consequent. Zo schijnt F. (Fons) Voragen alias A.G.J. Voragen alias F.G.J Voragen dezelfde hoogleraar Levensmiddelenchemie te zijn. Datzelfde geldt voor de naam van je organisatieonderdeel. Grote kans dat een deel van je publicaties dan niet wordt opgepikt. 'Web of Science scant twee of drie organisatieniveaus bij je naam. Geef de zoekmachine geen keuze, beperk je tot twee.' Voor de vrouwen heeft Gerritsma een extra tip: publiceer onder je eigen achternaam, ook als je bent getrouwd (één op de drie huwelijken eindigt in scheiding).

9) Maak je onderzoek breed toegankelijk

Waarom publiceer je eigenlijk? Zo'n 40 procent doet dat voor de eigen carrière of onderzoeksfinanciering. Maar 78 procent publiceert om de wereld te verbeteren. Om de toegankelijkheid te vergroten, publiceren onderzoekers steeds vaker in open access. Vooral onderzoekers in ontwikkelingslanden profiteren daarvan. Maar onderzoekers kunnen nog meer doen. Gebruik de sociale media om je onderzoek toegankelijk te maken. Zet je publicaties op LinkedIn en Facebook. Publiceer je Research ID op internet met je belangrijkste publicaties.

10)   Stel grote vragen

Maar het begint natuurlijk met goede resultaten. Biochemicus Dolf Weijers, die drie keer in Nature en één keer in ­Science publiceerde. 'Je moet grote vragen durven stellen. Elk wetenschapsveld heeft belangrijke openstaande onderzoeksvragen. Het risico dat je het antwoord op zo'n vraag niet vindt, is groot. Maar wees er niet bang voor. Als je zo'n vraagstuk wel oplost, heb je de ingrediënten voor een toppublicatie. Net als creativiteit en hard werken is "een grote vraag" een basisvoorwaarde voor een toppublicatie. De kans dat een kleine vraag een groot antwoord oplevert, is nu eenmaal veel kleiner.' Zo stelde Weijers zich de vraag: hoe weten planten­cellen in het jonge embryo wat ze moeten worden? Om die vraag te beantwoorden, moest hij weten hoe de stamcellen in het plantenembryo worden aangelegd. Het antwoord daarop publiceerde hij begin maart in Nature.

Re:acties 1

  • Bibliotheek medewerker

    Het moet zijn:
    Maar reken je niet rijk: slechts 0,5 procent van de aangeleverde artikelen bij Nature wordt geaccepteerd en 20 procent van de wel geaccepteerde artikelen wordt daarna niet geciteerd.

    Reageer

Re:ageer