Wetenschap - 1 januari 1970

Symfonieorkest Op Stelten (SOS)

Symfonieorkest Op Stelten (SOS)

Symfonieorkest Op Stelten (SOS)

Het was de minister van Cultuur opgevallen dat een stoel in het concertgebouw toch wel heel duur was. Bovendien liep het aantal bezoekers terug. De bewindsman besliste dus in zijn wijsheid dat er op het budget van het Koninklijk Concertgebouw Orkest bezuinigd moest worden. Adviseur Pieper had inmiddels opgemerkt dat er nog een andere muzikale instelling in de buurt zat: het Metropool Orkest. Dat hield zich met wat commerciëlere muziek bezig. Wat was er logischer die twee bijeen te brengen in een holding, zodat er een keten kon ontstaan van oorspronkelijke, via aangepaste, naar smakelijke muziek.Lees verder op pagina 13

Aldus werd besloten, en het nieuwe driekoppige bestuur ging voortvarend aan de slag. Allereerst moest natuurlijk een duidelijk zichtbare bezuiniging gerealiseerd worden. Pieper had al gesuggereerd dat je dat gewoon kon doen door de strijkers (het basisorkest) weg te laten. Die hadden de andere orkesten toch ook allemaal? Daarmee kon je je niet profileren! En had je ze onverhoopt toch eens nodig, dan belde je simpelweg even het Residentieorkest of het Gelders orkest zodat die wat van hun mensen konden sturen?

Vervolgens had je al die verschillende instrumentgroepen in het Concertgebouw Orkest. Waren die nou echt allemaal nodig? Ja, als je inderdaad de muziek van Bach tot Strawinsky wilde kunnen doen dan misschien wel. Maar als je het nou eens tot Vivaldi (de Vier Jaargetijden), Bach (de Bauernkantate) en zo af en toe Beethoven (de Pastorale) beperkte, dan was je toch heel wat goedkoper uit? Prima idee. De harp, basklarinet en de tuba werden alvast geschrapt. De slagwerksectie werd echter gespaard want daar was in sponsorkringen (Rabobank, Robeco) juist veel belangstelling voor, dus dat kon je niet gaan wegdoen. De hoorns, trompetten en trombones werden samengevoegd tot oon sectie. Dan had je ook maar oon aanvoerder, dat scheelde weer. In dezelfde moeite door werden de celli en de contrabassen samengevoegd, dat is zowat hetzelfde, toch?. En evenzo geschiedde met de altviolen en de tweede violen

De groepen die ontstonden waren wel erg groot misschien. Maar ook daar kwam een oplossing voor. Het was de inspiciënt (die moest zorgen dat de juiste blaadjes op de lessenaars kwamen) opgevallen dat sommige groepen heel groot waren, bijvoorbeeld de eerste violen, en andere klein, bijvoorbeeld de fagotten. Dat was natuurlijk nodeloos ingewikkeld en ook oneerlijk. Had een fagottist niet evenveel recht op een orkestplaats als een violist? Dus stelde de inspiciënt voor alle groepen even groot te maken. Het strijkorkest slonk door die operatie tot zo'n twaalf man, en mooi meegenomen was dat de concertmeester er heel wat minder kapsones door kreeg. Weliswaar moest je even wennen aan het idee dat je dan ook drie triangels had, maar misschien klonk Bruckner daarmee wel zo charmant

Nu nog de samenvoeging van de twee orkesten tot oon organisatie. Dat kon je natuurlijk niet aan die lastige musici overlaten. Het bestuur trad zelfhandelend op en benoemde meteen een paar nieuwe aanvoerders uit de diensten van het Metropoolorkest. Zowel het hoofd Geluidstechniek als de directeur Publiekszaken traden zo toe tot het Concertgebouw Orkest. Ze hadden ooit wel eens een muziekinstrument aangeraakt, maar dat was lang geleden. Gelukkig hadden ze de voeling met het musiceren nooit helemaal verloren, zodat een auditie overbodig was. Welk instrument ze zouden gaan spelen mochten ze natuurlijk zelf weten, als ze maar meepraatten over het repertoire. Verdere benoemingen langs deze weg werden in het vooruitzicht gesteld

Om er tenslotte voor te zorgen dat er een heldere bestuursstructuur ontstond (sinds Mengelberg was het immers altijd een zootje geweest!) werden vervolgens drie klankgroepen gedefinieerd: hoog, middel, en laag. Iedereen moest daarin ingedeeld worden. Het basisorkest zat daar vreselijk mee want dat wilde graag bij elkaar blijven, maar het speelde nu eens hoog en dan weer laag, en waar moest het nu bij horen? Of moest het toch maar uit elkaar gaan? Soebatten hielp echter niet want het bestuur was onverbiddelijk: oon muzikant, oon klankgroep en daarmee uit. Zo kwamen in hoog tempo de contouren van een volkomen vernieuwd Concertgebouw Orkest te voorschijn, dat (zo zei men) de Berliner Philharmoniker en het Boston Symphony Orchestra in de schaduw zou stellen. Maar de kaartverkoop viel toch erg tegen..

Re:ageer