Student - 11 januari 2010

Surinaamse Hutspot

Twee maanden lang deden achttien studenten Land and Water Management van Van Hall Larenstein onderzoek in Suriname. Zowel de Nederlandse als de Chinese studenten konden er in hun moedertaal terecht.

De achttien studenten werden bij aankomst in de Surinaamse hoofdstad Paramaribo als vip's onthaald. Drie ministeries en de Nederlandse ambassade openden de deuren voor de watermanagers in spe. 'Suriname is een klein land met een half miljoen inwoners. Iedereen kent elkaar', verklaart Carli Mertopawiro. Zijn ouders komen oorspronkelijk uit Suriname. De studenten haalden zelfs de kranten en lokale televisiezenders.
Voor de minor River Delta Management bracht de groep in opdracht van het overkoepelende waterschap in Suriname de waterproblematiek in Nickerie in kaart, een district in het noordwesten waar rijst wordt verbouwd. 'Eén van de grootste problemen is dat de boeren tegelijkertijd water gebruiken, zodat het waterniveau dusdanig zakt dat ze waterpompen nodig hebben. En die zijn duur', vertelt Roel Toonen. Verder liggen de verantwoordelijkheden verspreid over verschillende organisaties en overheidsorganen die onderling slecht communiceren, concluderen de studenten. 
Feest
Opvallend was de gastvrijheid, vindt de Chinese studente Feng Miao. 'Hoe arm de rijstboeren ook waren, ze boden ons altijd iets te drinken aan.' Roel hoorde op een avond in Paramaribo muziek uit een huis komen. 'Een Hindoestaanse man kwam naar buiten rennen om ons uit te nodigen op zijn feest. Op voorwaarde dat we ook zouden dansen. Dat hebben we gedaan, op Indiase muziek.' De mensen zijn er ruimdenkender en opener dan in Nederland volgens de studenten. 'Verschillende religies bestaan vreedzaam naast elkaar. De moskee staat naast de kerk', vertelt Tristan Bergsma. 
Een inbraak op het logeeradres in Paramaribo vormde het dieptepunt van de reis. Een van de studenten werd 's nachts wakker en zag een man in de kamer staan die bezig was de zakken van een broek te doorzoeken. De inbreker ging ervandoor met 250 euro, maar gooide papieren als bankpas en paspoort in de tuin.
Het verblijf in Suriname was niet in alle opzichten avontuurlijk. De officiële taal van Suriname is namelijk Nederlands. 'Dan kom je in Zuid-Amerika en kun je gewoon je eigen taal spreken', schetst Tristan. 'Er is zelfs hutspot verkrijgbaar.' Ook de Chinese studenten konden bij talrijke Chinese supermarkten en restaurants in hun moerstaal terecht.
Condooms
De groep bestond uit tien Chinezen, zes Nederlanders, een Duitser en een Tsjech. Cultuurverschillen kwamen aan het licht met het Sinterklaasfeest, dat de groep samen vierde. 'Een Chinees zou nooit  condooms of een anti-katerpakket aan een docent geven', merkt Miao op. Naast een Nederlands-Chinees koppeltje leverde de reis ook culturele zelfkennis op. Tristan: 'Chinezen zijn wat terughoudender. Nederlanders kunnen, vooral in een groep jongens, nogal luidruchtig en lomp uit de hoek komen.'

Re:ageer