Wetenschap - 1 januari 1970

Succesvolle functional foods zijn gewoontjes

Functional foods moeten zo gewoontjes mogelijk zijn. Dat vinden Nederlandse consumenten. Van buitenissige claims moeten ze niets hebben, en ook functional foods in de vorm van ‘pretvoedsel’ zoals ijsjes en kauwgum zijn aan de Nederlanders niet besteed.

Zo enthousiast als ze vijf jaar geleden waren zijn de bedrijven niet meer. Daarvoor zijn teveel functional foods op de markt mislukt of bleken de nieuwe producten te vaak niet te werken. Maar toch zijn de voedingsconcerns nog steeds geïnteresseerd in nieuwe voedingsmiddelen, die zo zijn ontworpen dat ze de gezondheid moeten verbeteren. Daarom zullen ze waarschijnlijk met bovengemiddelde aandacht het artikel lezen dat onderzoekers van de leerstoelgroepen Marktkunde en Productontwerpen en Kwaliteitskunde in Appetite hebben gepubliceerd.
De onderzoekers vertellen in hun publicatie dat Nederlandse consumenten functional foods het liefst zien in de vorm van producten die al een gezond imago hebben. Het panel dat de onderzoekers raadpleegden had weinig belangstelling voor gezondheidsvoedsel in de vorm van ijs, chocoladerepen en kauwgum, maar yoghurt, margarine en bruin brood scoren goed.
Wat meespeelt, schrijven de Wageningers, is dat de industrie die producten al langer versleutelt. In het koelvak van de grootgrutter staan legio yoghurts met goedaardige bacteriën, vlak daarnaast staan de margarines met cholesterolverlagende plantenstoffen. En lang voordat er bacterieyoghurts of cholesterolverlagende margarines waren, bestond er al brood met extra voedingsvezels.
De bevindingen zijn in tegenspraak met wat sommige marktonderzoekers hebben voorspeld. Die beweerden dat consumenten liever niet zien dat fabrikanten hun voedingsmiddelen verknutselen, en dat de acceptatie groter zou zijn bij voedingsmiddelen die als ongezond te boek staan.
In de tweede plaats onderzochten de Wageningers welke claims consumenten accepteren. Fabrikanten zijn er altijd vanuit gegaan dat consumenten liever niet aan hun sterfelijkheid worden herinnerd. Producten waarvan het label vermeldt dat ze de gruwelijke ziekten helpen voorkomen zouden dan ook slecht verkopen. Meer heil ziet de industrie daarom in levensmiddelen met positieve claims.
Producten die ‘hart en bloedvaten verbeteren’ of ‘het skelet versterken’ zouden het beter doen dan producten die respectievelijk ‘de kans op hart- en vaatziekten verminderen’ of ‘botontkalking voorkomen’. Tot hun verbazing ontdekten de onderzoekers echter dat hun onderzoeksgroep een voorkeur had voor producten met de conservatieve, preventieve claims.
De mentaliteit van ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’ zie je ook terug in het soort claims dat consumenten accepteren. Claims over duidelijke, ‘harde’ ziekten, zoals hart- en vaatziekten en botontkalking staan hoger aangeschreven dan claims over minder duidelijke aandoeningen. Consumenten hebben bijvoorbeeld minder belangstelling voor functional foods die stress zouden verminderen of de haren moeten laten glanzen. / WK

Re:ageer