Wetenschap - 21 november 2016

Succesvol dieren verdoven in het slachthuis

tekst:
Albert Sikkema

Miljoenen dieren worden verdoofd voordat ze worden geslacht in een van de Nederlandse slachterijen. Promovendus Merel Verhoeven onderzocht of de dieren echt verdoofd waren. Ook bepaalde ze drie indicatoren voor bewusteloosheid van varkens, schapen en koeien aan de slachtlijn.

<test ooglid-reflex, foto Merel Verhoeven>

Grote hoeveelheden runderen, varkens, schapen en kippen voor onze vleesconsumptie eindigen in het slachthuis. Daar gaan ze in rap tempo het slachtproces door. Nadat ze vanaf de boerderij naar de slachterij zijn getransporteerd, verblijven ze tijdelijk in een wachtruimte. Daarna gaan ze naar een verdovingsmachine of –ruimte, waar ze worden verdoofd met het gas CO2,een stroomstoot of een schietmasker, zodat ze bewusteloos raken. Daarna krijgen ze een hals-snede, zodat ze uitbloeden en doodgaan. Slachtsnelheden van 1.000 varkens per uur en 12.000 kippen per uur zijn daarbij geen uitzondering.

Reflex
Verhoeven ging na hoe je kunt beoordelen dat de dieren inderdaad bewusteloos raken na de verdoving en bewusteloos blijven. Een grondig onderzoek is van belang, omdat er discussie is wanneer de dieren precies bewusteloos raken en hoe je dat het beste kunt beoordelen tijdens het slachtproces. De dieren kunnen bijvoorbeeld bewusteloos zijn, maar nog wel reflexen vertonen. Daarom mat Verhoeven aan de slachtlijn de hersenactiviteit van de dieren die met CO2 of een schietmasker waren bedwelmd. Daaruit bleek dat verdoving met een schietmasker de dieren ogenblikkelijk bewusteloos maakt, terwijl varkens die met CO2 verdoofd werden, het bewustzijn verloren binnen 30 tot 60 seconden, afhankelijk van de gebruikte CO2 concentratie. Als een verdoving correct gebeurt en effectief is, lijdt het dier geen pijn tijdens het verdere slachtproces, stelt Verhoeven.

Ooglid
Ze ging ook na welk gedrag van de dieren het beste weergeeft dat ze daadwerkelijk bewusteloos zijn. Slagers hebben geen apparatuur en tijd om de hersenactiviteit van alle dieren te meten. Daarbij kwam ze op drie indicatoren. Als dieren geen ritmische ademhaling, ooglid-reflex en hoornvlies-reflex meer hebben, zijn ze bewusteloos. Verhoeven: ‘Een dier bij bewustzijn knippert met z’n ogen als je dichtbij het oog komt. Als er geen reactie komt, is het dier bewusteloos.’ Ze adviseert slachterijen om met deze drie indicatoren aan de slachtlijn te controleren of de dieren daadwerkelijk bewusteloos zijn.

Haar onderzoek is geen groot nieuws voor slachterijen. ‘Veel slachterijen gebruiken deze indicatoren al om de bewusteloosheid van dieren in de slachtlijn te controleren, is mijn indruk. De slachterijen die ik van binnen heb gezien, hanteren strenge richtlijnen bij de slacht en houden zich daar ook aan.’

Merel Verhoeven promoveerde op 11 november bij Bas Kemp, hoogleraar Adaptation Physiology.


Re:ageer