Organisatie - 1 januari 1970

Studiehuisstudent presteert slechter

Ook in Wageningen is de invloed van de tweede fase zichtbaar. In vergelijking met hun voorgangers scoren studiehuisscholieren aan de universiteit minder goed. Een grootschalige evaluatie van de invoering van de tweede fase liet onlangs zien dat dit het algemene beeld is in Nederland.

Het studiehuis was bedoeld om de kloof tussen vwo en universiteit te verkleinen. Maar al bij de eerste generatie studiehuisscholieren die Wageningen Universiteit betrad, bleken de resultaten tegen te vallen. En die teruggang heeft zich niet hersteld, zo blijkt uit cijfers van dr. Jan Knuiman van de leerstoelgroep Fysische chemie en kolloïdkunde. Hij vergeleek in 2001 voor acht propedeusevakken de examenresultaten van vwo-scholieren nieuwe stijl met die van hun collega’s die nog het oude onderwijs hadden genoten.
Omdat niet alle scholen tegelijkertijd zijn omgeschakeld begonnen in dat jaar scholieren uit beide groepen aan de universiteit. Uit die vergelijking bleek dat de scholieren uit het studiehuis lager scoorden op vakken als wiskunde en chemie, al zijn de verschillen ‘niet echt significant’, aldus Knuiman. In 2003 vergeleek hij voor het vak Algemene en fysische chemie de resultaten met die van drie jaar ervoor. Het ging daarbij om dezelfde vragen en ook de verdeling van de studenten over de opleidingen was nagenoeg gelijk. De studiehuisscholieren scoorden gemiddeld tien procent lager dan hun voorgangers.
Knuiman wijt de verschillen aan de verminderde aandacht voor vakken als wiskunde en scheikunde. ‘Algemeen wordt gesteld dat de vaardigheden zijn toegenomen, maar dat geldt niet voor de probleemoplossende vaardigheden. Studenten hebben grote moeite een strategisch plan op te zetten om een probleem op te lossen. En dat zien we ook terug in de cijfers.’
De verminderde prestaties zijn ook terug te vinden in de rendementscijfers over het eerste jaar. Had in 2000 nog 50 procent van de eerstejaars voor alle vakken een voldoende met eventueel één vijf, de jaren daarna daalde dat cijfer gestaag tot 39 procent het afgelopen jaar.
Toch vind ir. Geert Muggen van de afdeling Onderwijs, die de cijfers op een rijtje zette, niet dat hieruit conclusies over de effectiviteit van het studiehuis mogen worden getrokken. Hij wijst erop dat met de invoering van het Bama-stelsel de propedeuse is verdwenen. ‘Daardoor zijn er vanaf 2002 geen sancties meer op het niet halen van de propedeuse en is het rendement niet meer te vergelijken met de periode daarvoor.’
De Informatie Beheer Groep legt echter nog altijd wel sancties op. Studenten die in hun eerste jaar niet minimaal de helft van de studiepunten halen moeten hun beurs over dat jaar terugbetalen. En sinds de invoering van het studiehuis steeg het percentage studenten dat niet aan de prestatienorm voldoet met twee procentpunt tot twintig procent. / JH

Zie ook het debat

Re:ageer