Wetenschap - 1 januari 1970

Studie wijkt voor Spelen

In het leven van Rieneke Terink strijden wedstrijdzwemmen en studeren al een paar jaar om voorrang. Maar nu deelname aan de Olympische Spelen van 2008 in Peking in zicht komt, lijkt de vierdejaars biologiestudente eindelijk echt te kiezen voor het water.

Rieneke Terink. / foto Guy Ackermans

Haar haren zijn nog maar net droog van de ochtendtraining als ze voor een college in Wageningen verschijnt. ‘Ik ben een half uur eerder want ik had geluk met de bus vanochtend.’ Sinds twee jaar reist Rieneke Terink per openbaar vervoer heen en weer tussen Wageningen en Barneveld, de thuishaven van haar zwemclub. Wonen in een sterflat werd te onrustig en lastig te combineren met trainen; wedstrijdzwemmers liggen doorgaans in het water als de ochtendkrant nog bezorgd moet worden. Rijden met de auto die ze kreeg van een sponsor zou een uur per dag schelen. ‘Maar ik heb geen geld voor benzine.’
Terink heeft het veel te druk met zwemmen om met werk haar studiebeurs aan te vullen. Maar de inspanning loont. Afgelopen december werd ze op de Nederlandse kampioenschappen zwemmen korte baan tweede op de 400 en de 800 meter vrije slag. Ze haalde bovendien de limiet voor de 4x200 meter estafette voor de WK korte baan in Shanghai, al valt ze met haar zesde plaats waarschijnlijk buiten de ploeg. Nu richt ze zich op de EK in Boedapest, eind juli.

Techniek
Het waren niet haar eerste podiumplaatsen op een Nederlands kampioenschap. Al een aantal jaar zwemt de nu 21-jarige Terink NK-finales. Haar favoriete slag is de vrije slag; de 200 en 800 meter zijn haar favoriete afstanden. ‘De vierhonderd meter is erg vermoeiend. De tweehonderd is sprintend nog net vol te houden, de achthonderd kan lekker op techniek.’
De ranke zwemster moet het vooral van haar technische capaciteiten hebben, al gaat ze tegenwoordig wel twee keer per week voor krachttraining naar de fitnessruimte op de Bongerd. ‘Ik lig twee tot drieëneenhalf uur per dag in het water. Dat is weinig vergeleken met zwemmers van de grote clubs als TZA in Amsterdam en PSV in Eindhoven. Mijn club is klein en kan niet zoveel badwater huren. De sfeer is er wel prettig ontspannen. Als ik bij een andere club zou moeten gaan trainen om de Spelen in Peking of Londen te halen, zou ik de stap wel zetten. Toch denk ik dat het in Barneveld ook kan. Als ik limieten voor internationale toernooien zwem, kan ik op trainingskamp met de bond en daar leer je zoveel van.’
Terink lijkt de schroom die ze een paar jaar geleden nog had, van zich afgeworpen te hebben. Een paar bezoeken aan een mentale trainer hebben haar meer vertrouwen in haar eigen kunnen gegeven. ‘Normaal dacht ik voor de start: ik heb geen zin, ik kan het niet. En zelfs tijdens wedstrijden schoot het wel eens door mijn hoofd dat ik ook had kunnen leren in die tijd. Maar ik heb me leren ontspannen, kan mijn gedachten beter controleren en een race zodanig visualiseren dat ik alleen met zwemmen bezig ben.’
‘Eerst vond ik het triest te horen dat ik mentale training nodig had, maar ik weet nu dat veel zwemmers hulp zoeken omdat ze problemen hebben met hun zelfvertrouwen. En de training heeft geholpen. Ik had op de afgelopen NK een conditionele achterstand, maar ik heb lekkerder gezwommen, meer ontspannen, en in goede tijden.’


‘Als clubgenoten op de ochtendtraining klagen denk ik: dit is toch het leukste wat er is?’
Keuzes
De biologiestudente kijkt ook niet op tegen een zwemster als Marleen Veldhuis, waarmee ze op de estafette in de ploeg zou kunnen komen. ‘Het is een heel aardige meid en ongelofelijk sterk. Maar ik kijk tegen niemand op. Ik ga uit van mezelf.’
De bezoeken aan de mentale trainer hebben verder geholpen bij het besluit om haar sport voorrang te geven boven haar studie. Ze moest keuzes maken, want in juni vorig jaar was ze helemaal op door haar drukke ritme van trainen en studeren. ‘Ik raakte overtraind doordat ik te weinig tijd had om te herstellen.’ Ze had rugpijn en een schouderblessure als gevolg van ingespannen computerwerk en stress, en het werd zelfs zo erg dat ze geen plezier meer had in zwemmen.
Ondanks de topsportondersteuning die ze van de universiteit krijgt in de vorm van een aantal maanden extra basisbeurs om vertraging te compenseren, hikte ze aan tegen het vooruitzicht een grote studieachterstand en –schuld op te lopen. Maar na de NK met een persoonlijk record op de tweehonderd vrij en het zwemmen van de limiet, lijkt haar potentie eindelijk tot haar door te dringen.
‘Ik vind mijn studie Biologie nog steeds leuk en interessant, maar studeren wordt nog minder praktisch nu ik in de fase van stages en afstudeervakken kom. Ik kan niet zes weken iedere middag tot vijf uur een practicum doen. Ik heb ook nog geen flauw idee hoe ik dat moet gaan regelen. Maar als ik de Spelen niet haal omdat ik twee vakken per periode ben blijven volgen, ga ik daar spijt van krijgen. Want qua kracht en ambitie moet het kunnen.’ Haar persoonlijk record op de tweehonderd vrij staat nu op 2.01.10. Als ze een seconde onder de magische twee minuten duikt, mag ze op persoonlijke titel naar grote toernooien.

Uitgaan
Terinks leven is door het ritme van zwemmen en studeren niet saai geworden. Op de website van haar club stelt ze zich voor met het motto ‘Het leven is een groot feest en jij bent uitgenodigd.’ Ze gaat gewoon uit en doet nog steeds leuke dingen met vrienden. De studiegenoten waar ze de eerste twee jaar veel mee optrok, ziet ze helaas wel minder; ieder ging een eigen richting op in de studie. En een vakantie naar Thailand of op safari in Afrika, één van haar wensen, zit er voorlopig ook niet in. Maar ze vindt het niet erg. Belangrijkste is dat ze dagelijks geniet van zwemmen. ‘Als ik clubgenoten op de ochtendtraining wel eens hoor klagen denk ik: maar dit is toch het leukste wat er is?’

Yvonne de Hilster

Re:ageer