Student - 27 augustus 2015

Studeren zonder stufi

tekst:
Rob Ramaker

Deze lichting eerstejaars krijgt als eerste geen beurs maar een lening. De verwachting was dat lenen van geld hun gedrag zou beïnvloeden. Vooralsnog lijkt dat niet zo. Tijdens de introductiedagen hielden we een steekproef en wat blijkt: eerstejaars zien het niet als een probleem en gaan bijvoorbeeld nog steeds massaal op kamers. ‘Het is een voldongen feit, protesteren heeft geen zin meer.’

In de grote hal van sportcomplex De Bongerd is het donker. In één zaalhelft staan afscheidingen, matten en kasten waar blauwe en rode lampjes omheen bewegen. Wanneer je ogen eenmaal aan het donker zijn gewend, blijken achter de lichtjes eerstejaars te bewegen met plastic geweren in hun hand. Ze beschieten elkaar en bij een voltreffer knipperen de lampjes. Met deze activiteit presenteert de christelijke studentenvereniging NSW zich aan de nieuwkomers. Het is vanmiddag goed merkbaar dat de AID al vijf dagen aan de gang is. Tegen het einde van hun ronde sjokken de lasergamers door de zaal en doen weinig moeite vijandelijke beschietingen te ontwijken. Een slungelige jongen met rode konen ploft neer in de Bongerd-pub en kijkt wezenloos voor zich uit. Of de introductie leuk is? ‘Ja hoor’. En wat hij verder vandaag gaat doen? Hij denkt even na. ‘Ik ga even mijn bed in.’

12_Sven Menschel-7167.jpg

Een week lang wordt Wageningen overgenomen door rondslenterende jongens en meiden met gekleurde armbandjes en bruine AID-tas. Het programma dat ieder jaar ongeveer hetzelfde is, laat de edities in je hoofd in elkaar overlopen. Toch is het deze keer anders. Na jaren van onzekerheid is de basisbeurs definitief afschaft, een strop van 15 duizend euro over een driejarige bachelor. Studenten behouden hun Ov-jaarkaart wel maar moeten voortaan zelf in hun onderhoud voorzien. Dat betekent: meer lenen bij DUO, meer werken of een groter beroep doen op de ouderlijke portemonnee. Onder studentenorganisaties bestaat de angst dat dit het studentenleven in een negatieve spiraal gaat brengen. Eerstejaars zouden minder snel op kamers gaan, minder geneigd zijn lid te worden van verenigingen en zich vooral concentreren op efficiënt studeren.

Zelf blijken de eerstejaars in de Bongerd helemaal niet te praten over het leenstelsel. ‘Het leeft inderdaad niet erg’, zijn Thom (Voeding en gezondheid), Alger (Biologie) en Joep (Plantenwetenschappen) met elkaar eens. Tijdens de AID ben je toch vooral bezig met feestjes. Zelf waren ze gisteravond bij Nji-Sri tot een uur of drie – de exacte tijd weten ze niet meer – en daarna hebben ze bij SSR-W gefeest tot het ontbijt. ‘Een goed feestje’ is de communis opinio. Het drietal gaat sowieso op kamers, basisbeurs of niet, maar ze hadden dan ook geen echt keuze. Ze wonen allemaal ver weg. Joep komt oorspronkelijk uit de buurt van Hoorn en Alger uit het Friese Sint Nicolaasga; allebei meer dan twee uur reizen. Thom had in principe nog kunnen kiezen voor thuis wonen Zijn ouders wonen hemelsbreed dichtbij, in Culemborg, maar dat is nog altijd goed voor drie uur reizen per dag.

Heel veel AID-lopers vertellen dat thuis blijven wonen geen optie is vanwege de afstand. Dat is geen nieuw fenomeen; Van de Wageningse studenten woont een relatief groot deel op kamers. Een enquête onder duizenden Nederlandse studenten liet in 2012 zien dat in Wageningen maar 6 procent van alle studenten – van eerstejaars tot masterstudent – thuis woont tegen een landelijk gemiddelde van 27,5 procent. Wageningen Universiteit biedt veel specialistische studies aan waardoor studenten uit het hele land komen. Aangezien ze veel contacturen hebben beginnen colleges veelal om half negen. Vaak is het te bewerkelijk – of zelfs onmogelijk – dan al met het openbaar vervoer naar Wageningen te komen.

Ook de enquête die Resource hield tijdens de AID wijst uit dat Wageningse studenten niet minder op kamers gaan. Zo heeft 65 procent al een kamer, en wil nog eens 22 procent in het eerste jaar een kamer vinden. Het is een beeld dat Corina van Dijk van studentenhuisvester Idealis herkent. ‘Het totaal aantal inschrijvingen is hoger dan vorig jaar, en het aantal reacties vergelijkbaar.’ Idealis is gespitst op de effecten van het leenstelsel. ‘Maar we zien het echt niet.’ Bij Cantil, de sociëteit van studentengezelligheidsvereniging KSV, zien de eerstejaars er een stuk actiever uit dan in de Bongerd. Buiten dobberen vooral mannelijke studenten in de ‘kweekvijver’, een geïmproviseerd zwembad en er wordt beachvolleybal gespeeld. Het is eindelijk droog; vandaag is de eerste AID-dag waarop minder dan 15 millimeter regen valt. Toch vraagt een KSV-lid zich of er nog veel eerstejaars in bed liggen, het is rustig. Gezelligheidsverenigingen als KSV maakten zich vooraf veel zorgen over de invoering van het leenstelsel. De Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV) was dan ook tegen de invoering van het leenstelsel die het ‘studieklimaat af zou breken’.

12_Sven Menschel-0198.jpg

Vandaag lijkt er geen vuiltje aan de lucht voor KSV. ‘Iedereen heeft het erover of ze bij een vereniging gaan’, zegt Daphne (Gezondheid en maatschappij). Om haar heen, op het dak van de sociëteit, zitten mensen te kletsen aan lange tafels. Daphne heeft net Belgische frieten gesneden en de laatste lading is op weg naar een frituurpan. Op tafel ligt nu alleen een berg aardappelschillen en een vergiet vol vettig toiletpapier en mayonaise. De werving van KSV heeft uiteindelijk succes. De vereniging blijkt zelfs meer kandidaat-leden te hebben dan vorig jaar. Daphne richt haar studentenleven ook niet heel anders in omdat ze geen beurs krijgt. Ook zij moest wel op kamers – ze komt uit Zuid-Limburg – maar ze heeft niet overwogen uit te wijken naar Maastricht. Daar heeft de studie gezondheidswetenschappen een andere invalshoek, meer bètagericht. Het moest dus Wageningen worden, en haar ouders willen financieel graag helpen. ‘Ik leen nu alleen om het collegegeld te betalen.’

Naarmate je meer eerstejaars spreekt zou je gaan denken dat niemand zich iets aantrekt van het leenstelsel. Een scherpe ouderejaars van NSW merkt op dat we één groep niet zullen spreken tijdens de AID: de mensen die niet zijn gaan studeren. Als je goed zoekt zijn ze er wel degelijk. Twijfelende eerstejaars voor wie het leenstelsel hèt zetje was niet op kamers te gaan, zoals Jur. De kersverse student Bodem, water, atmosfeer hangt met drie mensen uit zijn groepje aan een hoge tafel in café Buurman en Buurman. De workshop bier tappen van het Brabants Studenten Gilde is al afgelopen, en een aantal eerstejaars zitten na te kaarten. Jur twijfelde altijd al of hij op kamers zou gaan. ‘Toen ik wist dat ik geen beurs meer kreeg, was mijn beslissing meteen duidelijk.’ Hij gaat komende jaar elke dag drie kwartier op en neer reizen. Hij wilde graag bij een vereniging maar ziet daar nu van af. ‘Misschien dat ik hier spijt van krijg’, zegt hij, ‘maar het verschil is financieel te groot. In mijn tweede jaar zie ik wel weer.’

Andere thuisblijvers hebben een rekensommetje gemaakt voor de lange termijn. Sophie (Moleculaire levenswetenschappen) zit in de Bongerd te spelen met haar smartphone. Het leenstelsel heeft haar plannen flink beïnvloed. Aanvankelijk overwoog ze nog in Enschede te gaan studeren, maar uiteindelijk koos ze voor Wageningen. Dit kan ze vanuit Veenendaal goed bereizen. Sophie weet nu al dat ze na haar studie wil gaan promoveren. Geen baan met een topsalaris en dus is ze vastbesloten niet met tienduizenden euro’s schuld te blijven zitten. In de enquête die Resource hield zei bijna 30 procent van de thuisblijvers dat het leenstelsel een rol heeft gespeeld in zijn of haar beslissing. Voor 6 procent waren de kosten van een kamer ook daadwerkelijk een argument niet op kamers te gaan. De monden van haar AID-maatjes vallen ondertussen open. ‘Je hebt het al helemaal uitgestippeld’. Zij hebben hun plannen zelf niet gewijzigd, zeggen ze schouderophalend. Ze willen zich hier ook niet druk om maken. ‘Het is een voldongen feit, protesteren heeft geen zin meer.’

Die gelatenheid zie je bij de meeste eerstejaars. Ze kunnen er niets meer aan doen en denken er verder niet aan. De eerstejaars willen precies hetzelfde als lichtingen uit voorgaande jaren. Nieuwe mensen leren mensen kennen, bedenken bij welke verenigingen ze gaan en vooral interessante en leuke jaren beleven in Wageningen. ‘Natuurlijk was het fi jn geweest als we geld hadden gekregen’, zegt Joep, die we met Alger en Thom eerder tegenkwamen in de Bongerd. ‘En het voelt wel oneerlijk.’ Joep kent iemand die havo deed, via een hbo-propedeuse nu instroomt en daarom wel een beurs krijgt. ‘En dan heb ik braaf vwo gedaan.’ Maar aan de andere kant los je af onder gunstige voorwaarden en geen van drieën is van plan maximaal te gaan lenen. Alger krijgt een aanvullende beurs, Joep wil gaan werken.

12_Sven Menschel-1807.jpg

Of ze het daarmee gaan redden? Dat is lastig. Ze zijn net een paar dagen in Wageningen en weten niet hoe hun leven eruit gaat zien. ‘Ik heb geen idee wat ik ga uitgeven’, zegt Joep. Misschien valt het mee, misschien valt het tegen. ‘Ik zou het chill vinden’, zegt Thom, ‘zonder schulden aan mijn leven te beginnen.’ Ze gaan er vandoor; bij De Bongerd ontbreekt ieder spoor van de workshop fierljeppen. ‘Een leuk onderdeel voor hun Friese vriend Alger’, grijnzen Joep en Thom . Vanavond doen ze het rustig aan en hun energie bewaren voor morgen. Dan willen ze nog één keer uit hun dak gaan op het AID-festival.

Foto: Sven Menschel


Re:ageer