Student - 13 november 2014

Studeren met een handicap

tekst:
Carina Nieuwenweg

Op tijd in de collegezaal zijn, je aanmelden voor vakken, een studieboek lezen of groepswerk... Het klinkt allemaal zo vanzelfsprekend. Maar hoe zit het als je blind bent? Of autistisch? Of op een andere manier gehandicapt?


In Wageningen studeren honderden studenten die slim genoeg zijn voor een academische studie, maar daarbij wel gehinderd worden door een lichamelijke of geestelijke beperking. De universiteit gaat daar goed mee om, zo blijkt uit jongste cijfers van de Nationale Studenten Enquête. Met 7,4 punten uit 10 scoort Wageningen van alle hoger-onderwijsinstellingen het best als het gaat om de begeleiding van studenten met een functiebeperking, net als voorgaande jaren overigens. De studenten zijn vooral tevreden over docenten en studiebegeleiders. Maar wie zitten er achter die cijfers? Hoe is het om in Wageningen te studeren met een functiebeperking? Resource zocht een viertal op. ‘Ik kan niet met alles meedoen en moet vaak ‘nee’ zeggen.’



Wie? Marlijn Wagenaar

Studie? eerstejaars master Health and Society

Wat? Blind

GA--20141110-N75_1189.jpg

‘Hoewel ik pas kort in Wageningen studeer, heb ik toch al het gevoel dat alles goed voor me geregeld is. Alle docenten waren van te voren goed ingelicht en hielden zoveel mogelijk rekening met me. Zo vroeg een docent in het eerste college of ik mijn medestudenten wat over mijn geleidehond Owen wilde vertellen, zodat ze zouden weten hoe ze hem moesten behandelen. Ik had die vraag nog nooit gehad. Op mijn computer heb ik een programma dat digitale tekst voorleest. Dat zorgt er ook voor dat ik mijn studieboeken kan lezen, maar dan moet ik het boek wel minimaal tien weken van te voren aanvragen. Dat was in het begin wel een probleem, aangezien docenten toen nog niet wisten welk boek ze wilden gebruiken, of welke druk. Tentamens maken is, na enige moeite, ook goed geregeld. Ik mag bij de docenten op hun kamer zitten met een surveillant erbij. Omdat ik geen internet mag gebruiken worden de tentamens digitaal aangeleverd op een memorystick. Ik heb gelukkig een goed contact met de studieadviseur, wat het studeren ook makkelijker maakt. Ik woon nog steeds in Nijmegen, omdat daar mijn vrienden zijn en ik daar mijn sport heb. Als het om woonruimte gaat moet ik er ook rekening mee houden dat ik de mogelijkheid heb om Owen uit te laten. Het is voor mij wel een probleem dat veel gebouwen van mijn opleiding niet op de campus zitten. Dat maakt het zowel voor mij als voor Owen lastig om te navigeren, zeker omdat de gebouwen ook vaak meerder uitgangen hebben waardoor ik mijn richtinggevoel verlies. Daarnaast hebben we in veel verschillende ruimtes en gebouwen les, waardoor Owen routes gaat combineren en het dan niet meer weet. Bijvoorbeeld: als ik naar het Axis moet voor college, wil Owen me nog wel eens naar het Radix leiden omdat ik daar ook wel eens moet zijn. Er moet dus voorlopig wel iemand meelopen om me naar het juiste gebouw te begeleiden totdat ik het hopelijk heb geleerd. Het is daarentegen wel een voordeel dat de campus hier zo groen is, waardoor er genoeg mogelijkheden zijn om Owen uit te laten.’



Wie? Quintin van Zuijlen

Studie? 2e jaars bachelor Moleculaire levenswetenschappen

Wat? Autisme

Quintin GA--20141106-N75_0646.jpg

‘Mijn studie gaat geweldig. Ik zit nu in mijn tweede jaar en heb nog geen hertentamen gehad. Sommige studenten met autisme hebben het veel moeilijker, vandaar dat de mogelijkheid bestaat om een extra studiejaar aan te vragen. Naar mijn weten krijg je dan ook gewoon studiefinanciering, maar ik hoop dat ik dat niet nodig heb. Ik vind dat de WUR wel goed om is gegaan met mijn autisme en ik zou ook niet weten wat er anders gedaan zou kunnen worden. Toen ik pas in Wageningen kwam kreeg ik een studiemaatje aangeboden, speciaal omdat ik autisme heb. In het eerste jaar hadden we in het begin iedere week een afspraak waarin we besproken wat wel en niet goed ging. Als ik iets niet begreep, bijvoorbeeld hoe ik me moest aanmelden voor vakken, hielp dat studiemaatje daar dan bij. Voor zaken buiten de universiteit heb ik Stumass. Dat is een zorginstelling die studenten met allerlei gradaties van autisme begeleidt. Ik heb twee keer in de week een gesprek bij Stumass waar we dan allerlei dingen bespreken, zoals hoe ik leef, hoe het gaat met in slaap komen, douchen, koken, vriendschappen, sociale vaardigheden. Je kan bij Stumass ook in een huis wonen met allemaal mensen met autisme bij elkaar en waar er de hele dag begeleiding is. Ik had er wel behoefte aan om ook in zo’n huis te wonen, maar ik kreeg er geen indicatie voor. Vanwege mijn autisme heb ik wel voorrang gekregen bij Idealis om op de Marijkeweg te wonen, waar ik mijn eigen voorzieningen heb. Voordeel is dat ik er zelf voor kan kiezen om contact met anderen te hebben of niet, terwijl je daar in een sterflat moeilijk onderuit komt. Toch ga ik sociale contacten niet uit de weg. Ik spreek soms wel af met mensen van mijn studie en ik zit bij studievereniging Alchemica, waar ik in de eerstejaarscommissie zat. Ik vind het leuk om sociaal te doen, alhoewel het moeilijk voor me is.’



Wie? Kilian Duijts

Studie? 1e jaars Plantenwetenschappen

Wat? Spasticiteit

Kilian GA--20141106-N75_0680.jpg

‘Het valt me op dat mensen in Wageningen heel open zijn. Als ze me op krukken zien lopen durven ze gewoon te vragen wat ik heb. Dan leg ik uit dat mijn spieren teveel samen trekken waardoor ze korter worden. Dat heeft invloed op mijn motoriek. Ik vind het fijn dat studenten en docenten gewoon durven te vragen wat ik heb. Dan kan ik ook beter uitleggen wat ik wel en niet kan. Omdat ik af en toe rond rijd in een rolstoel denken mensen al snel dat ik helemaal niet kan lopen. Dat is niet waar. De rolstoel is meer een backup. De krukken gebruik ik wel veel. Zeker voor langere afstanden of op oneven terrein. De grootste uitdaging voor mij is het vinden van het juiste studieritme. Net als andere studenten eigenlijk. Er is veel te doen en ik ga minstens één keer per week uit. Dat deed ik in Leiden, waar ik vandaan kom, eigenlijk nooit. Op de middelbare school heb ik hard moeten werken. In de derde klas heb ik een derde van de lessen gemist in verband met een zware operatie. Ik heb toen alles op alles gezet om toch over te gaan. Met succes. Ook was ik veel tijd kwijt aan revalideren en trainen. Ik trainde 25 uur in de week. Nog altijd moet ik mijn beenspieren trainen met gewichten zodat ik het lopen beter vol kan houden. Maar hier in Wageningen heb ik daar nog niet veel tijd voor gevonden. Ik merk daarom dat ik sneller moe ben en meer moeite heb met het lopen van lange afstanden. Dat is wel een verschil tussen mij en andere studenten. Wanneer ik wat langer in Wageningen ben vind ik vanzelf wel een goed evenwicht tussen studie, trainen en alle andere leuke dingen die hier te doen zijn. Een bijzondere uitdaging voor mij is dweilen, hoewel dat misschien raar klinkt. De rest van het huishouden lukt allemaal prima maar dweilen is voor mij een bijna onmogelijke beweging. Maar ik weet zeker dat ik ook voor mijn dweilprobleem wel een oplossing vind.’



Wie? Lisa Hensen

Studie? 1e jaars Plantenwetenschappen

Wat? Chronische vermoeidheid

Lisa GA--20141104-N75_0256.jpg

‘In de vijfde klas van de de middelbare school verloor ik plotseling veel gewicht. Ik werd steeds magerder, terwijl de artsen de oorzaak niet konden vinden. Ondertussen nam mijn ondergewicht gevaarlijke proporties aan. Zelfs mijn hart begon slechter te functioneren. Pas na twee jaar kwamen ze erachter dat ik last had van lactose intolerantie. De boosdoener, de melksuiker lactose, heb ik zo snel mogelijk uit mijn dieet verbannen. Sindsdien gaat het een stuk beter. Maar ondertussen heb ik VWO6 wel in twee jaar moeten doen. Een leuk examenjaar heb ik niet gehad. Tijdens de laatste drie jaar van mijn middelbare school heb ik door ziekte veel gezelligheid gemist. Ik ben nu op gewicht maar het ondergewicht heeft wel zijn impact gehad op mijn lichaam. Ik ben snel moe en kan nog steeds niet alles meedoen. De universiteit is gelukkig erg flexibel. De studiebegeleider en de decaan vertelden me dat ik gewoon lekker aan mijn studie moest beginnen. Lukt het niet, dan gaan ze een aangepast rooster voor me opstellen. Ook kunnen ze dan een traject voor me in gang zetten waarbij ik langer over mijn studie kan doen en langer studiefinanciering krijg. In het begin kon ik de colleges goed meedoen. Maar na vier weken kreeg ik het erg zwaar en kon ik het amper nog volhouden. Dat was echt een tegenvaller. Natuurlijk wil ik het liefst mijn studie zonder vertraging doorlopen. Maar dat is helaas niet te doen. Ook op mijn sociale leven heeft het invloed. Ik kan niet alles meedoen en moet vaak ‘nee’ zeggen. Omdat ik me toch student wil voelen ben ik lid geworden van de jongerenvereniging Unitas. Daar gelden gelukkig niet zoveel verplichtingen als bij andere studentenverenigingen. Ik hoef niet naar feestjes en we eten vaak gezellig samen. Ik vertel niet aan iedereen wat ik mankeer. Zo ben ik gewoon niet. Alleen aan studenten met wie ik moet samenwerken aan een project vertel ik het hele verhaal. Soms krijg ik wel eens flauwe opmerkingen. Wanneer ik de lift pak in plaats van de trap bijvoorbeeld. Ik laat dat meestal aan me voorbij gaan, ik weet immers wel beter.’





Foto: Guy Ackermans


Re:ageer