Organisatie - 19 juni 2008

Studenten zetten nepbeeld tussen topstukken

Koningin Beatrix opende vrijdag 13 juni de tiende editie van de internationale beeldententoonstelling in het Arnhemse park Sonsbeek. De voorloper van Van Hall Larenstein in Velp was ten tijde van de Sonsbeektentoonstelling in 1966 gehuisvest in de Witte Villa in het park. Tijdens de opening destijds haalden studenten een geslaagde grap uit door een nepbeeld van schroot neer te zetten.

Happening in schroot.
Sonsbeek ’66 werd op 27 mei geopend door de toenmalige minister van cultuur Maarten Vrolijk. Terwijl de minister in de theeschenkerij van het park zijn openingsrede uitsprak, plaatsten leerlingen van de Bosbouw- en Cultuurtechnische School (BCS) zeventig kilo aaneengelast metaal bij de ingang van de school. Op een bordje stond een fictief catalogusnummer – 444 - en de naam van maker S. Quercu, een verbastering van Quercus, de vereniging waar alle BCS-studenten destijds lid van waren.
De sociëteit van de studenten in de kelder van de villa, moest worden afgestaan aan dorstige bezoekers van Sonsbeek ’66. Toen dat bekend werd, kregen studenten Cees Duinker en Hans Smit het idee om een grap uit te halen. Met hulp van een lasser fabriceerden ze een beeld van plaatwerk, kachelpijpen en oud ijzer, dat ze zwart spoten en op een sokkel plaatsten.
Anne Bierma, destijds directeur van de BCS, was een van de weinigen die van de practical joke op de hoogte was. ‘Na de openingsrede naderde het hele cortège met de minister, burgemeester en wethouders en andere hotemetoten. Ik had me verdekt opgesteld’, herinnert Bierma zich. ‘Minister Vrolijk vond het een heel aantrekkelijk beeld. Toen ze het nummer niet in de catalogus terug konden vinden, meende het gezelschap dat het was nagekomen. Maar tentoonstellingsdirecteur Oxenaar liep steeds roder aan.’
Hij had het bedrog door en wilde het beeld laten verwijderen. Op dat moment snelden de makers van het beeld toe en boden Happening in schroot als een geschenk aan de minister aan. Bierma: ‘Gelukkig kon minister Vrolijk de grap wel waarderen. Hij pleitte ervoor dat het beeld nog een paar dagen bleef staan.’ Uiteindelijk verdween het naar de kelder.
Twee jaar later verhuisde de groeiende BCS naar de oude HBS aan de Schoolstraat, midden in het Spijkerkwartier. Deze Arnhemse wijk stond landelijk bekend vanwege de raamprostitutie, die destijds over de hele buurt verspreid was. ‘Tegenover ons leslokaal waren ook een paar ramen’, weet Jeroen de Haas nog, die zijn studie in 1974 begon. Als zijn klas even pauze had, keek iedereen meteen naar buiten. ‘We keken vooral hoe lang de klanten wegbleven. Als ze dan naar buiten kwamen en checkten of hun gulp wel gesloten was, werden ze bekeken door twintig koppies die net boven de vensterbank uitstaken van die enorme schoolramen.’
De nieuwsgierigheid van de studenten, die overwegend van het platteland kwamen, interesseerde de meeste hoerenlopers niet veel, maar bracht pooiers soms tot het kookpunt. ‘Een paar keer stormde er een woedende pooier binnen, die er dan door de conciërge werd uitgewerkt’, verhaalt De Haas.
De BCS verruilde de vroegere grandeur van Sonsbeek en de afleiding van het Spijkerkwartier in 1974 voor het ruime kloosterlandgoed Larenstein in Velp. De Haas werkt nu zelf als docent op het landgoed bij de groene mbo-school van Helicon, net als hogeschool Van Hall Larenstein een nazaat van de BCS. Het beeld Happening in schroot van S. Quercu is tegenwoordig in volle glorie te bewonderen voor het Helicongebouw.

Re:ageer