Student - 6 oktober 2016

Studenten zetten circulaire economie op de kaart

tekst:
Anja Janssen

Masterstudenten met interesse in circulaire economie hebben zelf het heft in handen genomen. Ze vonden het Wageningse onderwijs over het onderwerp te mager en richtten een werkgroep op die daar verandering in moet brengen. Hun activiteiten werpen al vruchten af. ‘Er wordt echt naar ons geluisterd.’

Foto: Bart de Gouw

Stefano Ingallina en Felipe Bucci (vierde en vijfde van links) overleggen met de andere leden van de werkgroep Circular Economy Wageningen over de plannen voor dit academisch jaar. Foto Bart de Gouw

Hun ambities zijn niet gering. Wageningen University & Research moet een internationale ‘hub’ worden voor onderwijs en onderzoek in de circulaire economie, zeggen masterstudenten Felipe Bucci en Stefano Ingallina van de werkgroep Circular Economy Wageningen. ‘Het liefst met een eigen masterprogramma of masterspecialisatie.’

Sinds de start in november 2015 organiseerde de werkgroep verschillende activiteiten om bij docenten, onderzoekers, organisaties en bedrijven belangstelling te wekken voor hun plannen. Zo zette de groep een hackaton op, waarin studenten nuttige toepassingen bedachten voor visserijbijvangsten. In rondetafelsessies brachten ze universiteitsmedewerkers – onder anderen onderwijsdirecteur Tiny van Boekel –, studenten en vertegenwoordigers van bedrijven en ngo’s bijeen. Bovendien sprak de werkgroep met directeur Gerlinde van Vilsteren van het Center for biobased economy over de invulling van de nieuwe master Biobased sciences.

Geen afval

Het begon allemaal vorig jaar met het vak Closed cycle design van bedrijfskundedocent Stefano Pascucci, inmiddels vertrokken naar de University of Exeter. Dat vak had veel raakvlakken met het concept circulaire economie, een economie zonder afval en met een maximale benutting van grondstoffen, producten en reststromen. Het inspireerde de studenten om zelf bij te dragen aan een duurzamere samenleving. ‘Maar toen we meer wilden weten over circulaire economie, kwamen we erachter dat de universiteit hier geen mogelijkheden toe bood’, zegt Ingallina, bezig aan zijn tweede jaar Environmental sciences. ‘Pas in een thesis zouden we ons hierin kunnen verdiepen’, voegt Bucci toe, die Urban environmental management studeert. Thomas Thorin, founding father van de werkgroep, ontdekte tot zijn verbazing dat Wageningen nog geen netwerk of infrastructuur voor circulaire economie had. Hij besloot daarom met medestudenten zo’n netwerk op te bouwen.

We moeten onze maatschappij duurzaam maken om onze uitsterving te voorkomen

Momentum

‘We hadden daarbij veel momentum’, zegt Thorin. ‘Blijkbaar zijn we gestart toen de belangstelling voor circulaire economie sterk groeide. Het meest trots is de student Management, economics and consumer studies op het feit dat ze zich als groep studenten tot een belangrijke stakeholder hebben ontwikkeld. ‘We konden goed onze stem laten horen, bijvoorbeeld over de wijze waarop het onderwijs zich meer kan richten op circulaire economie. Wij vinden bijvoorbeeld praktische vaardigheden van belang om transities naar een circulaire economie binnen bedrijven, organisaties en de maatschappij in goede banen te leiden. Zowel externe partijen als docenten op de universiteit wilden echt naar ons luisteren en stelden onze inbreng op prijs.’

De inspanningen van de werkgroep hebben inmiddels geresulteerd in een uitbreiding van het onderwijs over circulaire economie. Zo verzorgt promovendus Aglaia Fischer binnen het vak Environmental management and industry een introductie in de circulaire economie en circulaire businessmodellen. En het vak Closed cycle design is met ingang van het nieuwe collegejaar omgedoopt tot Circular Economy: Theory and Practice – met een bredere leeropdracht, aldus Fischer. Zij geeft daarin twee colleges over circulaire economie, circulaire businessmodellen en financiering. ‘Ook ben ik nauw betrokken bij de groepsopdracht: een casestudy van een circulair bedrijf.’ Verder komt er een avondsessie met studenten om thesisideeën op het gebied van circulaire economie en de voortgang van thesisprojecten op dat terrein te bespreken.

Nieuwe plannen

Punt van zorg voor Circular Economy Wageningen is dat het voortbestaan van de groep doorlopend aandacht vraagt. De masterstudenten die de groep vormen, vliegen vaak snel weer uit voor een stage of thesisonderzoek. Thomas Thorin bijvoorbeeld zwaaide in mei af, omdat hij stage ging lopen buiten Wageningen. ‘Om te overleven, moeten we daarom elke paar maanden op zoek naar nieuwe leden en hen inwerken’, zegt Stefano Ingallina. Maar nieuwe belangstellenden blijven komen, met Felipe Bucci als jongste lid.

In september kwamen de studenten – het zijn er momenteel zeven – voor het eerst weer samen om plannen te maken voor het nieuwe collegejaar. Dit jaar willen ze zich tijdens relevante colleges voorstellen aan studenten en vertellen over het circulaire gedachtegoed, vertelt Bucci. Bovendien gaan ze nauw samenwerken met een andere studentengroep, Ibbess (International BioBased Economy Student SymbioSUM). Ingallina: ‘Ook zij zijn geïnteresseerd in circulaire economie en we hebben besloten onze inspanningen te combineren. Mogelijk fuseren we tot één officiële studentenorganisatie.’

Biobased

Een apart masterprogramma circulaire economie – een grote wens van de werkgroep – komt er voorlopig waarschijnlijk niet. ‘Dat zou te veel overlappen met de master Biobased sciences die we aan het aanvragen zijn’, oordeelt Gerlinde van Vilsteren van het Center for Biobased Economy. ‘Maar in de specialisatie Biobased transition van Biobased sciences wordt veel van het gedachtegoed van circulaire economie ondergebracht.’ De werkgroep kan daar straks ook weer over meepraten. Bovendien krijgen alle studenten van die nieuwe master ‒ waarvan de start is gepland voor studiejaar 2018-2019 ‒ het vak Circulaire economie. Van Vilsteren: ‘Daarin gaan we de basis leggen voor de specialisatie Biobased transition, waarbij circulair denken het vertrekpunt is.’

‘Biobased economie en circulaire economie hebben veel overeenkomsten en biologische processen zijn een belangrijke component van een circulaire economie’, reageert Ingallina op die plannen. ‘Maar we zijn het er niet mee eens dat de universiteit zich alleen richt op de groene kant van een circulaire economie. Waarom zou ze de deur sluiten voor de technische kant zoals hergebruik van plastics en metalen? Daarmee sluit ze ook de deur voor nieuwe mogelijkheden en samenwerkingen.’ Thorin vult aan: ‘Ik denk dat een duidelijke erkenning van circulaire economie als overall concept kan helpen om de technologische en sociale departementen van Wageningen University meer te integreren.’

Uitsterving

Hoewel de studenten het jammer vinden dat een aparte master er waarschijnlijk niet inzit, gaan ze energiek verder met hun pogingen om het onderwerp circulaire economie op de kaart te zetten. Bucci: ‘Het belangrijkste is dat we onze maatschappij duurzaam maken, want dat is nodig om onze uitsterving te voorkomen. We moeten nu beslissingen nemen, om in de komende vijftig jaar veranderingen te realiseren. Het gaat voor ons dus veel verder dan een nieuw masterprogramma of het belangrijker maken van Wageningen University.’


Re:ageer