Wetenschap - 1 januari 1970

Studenten universiteit en hogeschool maken gebiedsvisie

Vier universiteitsstudentes en drie studenten van Van Hall Larenstein werken samen aan een visie voor het gebied waar Friesland, Groningen en Drente elkaar ontmoeten. Ze doen dat in nauw overleg met bestuurders, boeren en andere belanghebbenden. Een bijzonder pilotproject dat door een zware stuurgroep begeleid wordt. De stuurgroep gaat in het noorden op bezoek. Een indrukwekkende presentatie en een volwassen discussie volgen.

Op een zonnige dag in mei zijn de vier studentes - Jeanette Oppendijk van Veen (Management of agro-ecological knowledge and social change (MAKS)) en de drie aankomend Dierwetenschappers Irene van Dorp, Mirjam Briejer en Annelies Buijtels - druk bezig met de voorbereiding van de presentaties. De drie heren, studenten Plattelandsvernieuwing van Van Hall Larenstein, zijn verhinderd omdat ze hun afstudeerscriptie, die gebaseerd is op het onderwijsproject, moeten afmaken.
Het is de eerste keer dat docenten en studenten van Wageningen Universiteit samenwerken in een vak met docenten en studenten van Van Hall Larenstein. Ook is het bijzonder dat de zeven studenten aan de gebiedsvisie werken in opdracht van Staatsbosbeheer en twee agrarische natuurverenigingen, en samenwerken met de bewoners van het gebied - het Zuidelijk Westerkwartier.

Topzwaar
De studenten worden begeleid door een vijf man zware delegatie: ir Jifke Sol van de leerstoelgroep Rurale sociologie, dr Simon Oosting van Dierlijke productiesystemen, ir Ariën Baken van de afdeling Agro eco architectuur van Van Hall Larenstein, Bob ten Hoope vanuit het bestuurscentrum, en ir Rob le Rutte van Alterra. Een 'topzware begeleiding' vindt ook Ten Hoope. ,,Maar dat is bij zo'n pilot wel handig.''
De nadruk ligt in het onderwijsproject ‘De brug toekomst’ op de samenwerking tussen de studenten en de mensen uit het gebied. Volgens Ten Hoope hebben de studenten daar in eerste instantie wel aan moeten wennen. Vooral de studenten van de universiteit hadden in eerste instantie volgens hem een wat te wetenschappelijke houding: ,,Zo van: wij kijken eens rond en vertellen dan wel hoe het moet.’’ Maar dat is nu wel verdwenen. De verschillen tussen de studenten van de universiteit en de hogeschool zijn bijna cliché, als we Ten Hoope mogen geloven. ,,De hogeschoolstudenten zijn toch meer doeners, terwijl de universiteitsstudenten wat sneller breed durven kijken.''

Bewustwording
Ook de wethouder van Grootegast, een vertegenwoordiger van de provincie Groningen en twee vertegenwoordigers van agrarische natuurverenigingen komen naar de studentes luisteren. Als de zonnige dag exemplarisch is voor de manier waarop de studenten werken, is het resultaat indrukwekkend. In haar inleiding vertelt Mirjam Briejer heel open hoe het staat met het project. De bezoekers maken dankbaar gebruik van de mogelijkheden vragen te stellen en opmerkingen te maken, kritisch en zelfkritisch.
,,In hoeverre kun je de bewustwording bij de burger voor natuur en landschap stimuleren?'', vraagt wethouder Harmke van der Sluis. ,,Je zou iets richting de scholen kunnen doen.'' ,,De stichting Vrienden van het Platteland en de stichting Veldwerk van het IVN is daarmee bezig'', antwoordt Annelies Buijtels. ,,Dát ontbreekt bij ons'', vult Jan Veenstra, voorzitter van de agrarische natuurvereniging Eendracht en boer, zelfkritisch aan, ,,dat we mensen laten zien wat we doen. Op dit moment kun je het mozaïekbeheer heel goed zien, bijvoorbeeld, omdat er net gemaaid is.''

Dominee
Er ontstaat ook een nieuwe onderzoeksvraag. Studente Oppendijk van Veen merkte dat de meeste recreanten op zondag komen. ,,Maar de meesten zeggen: dat is onze rustdag.'' ,,Dan moet je zorgen dat je ongelovige ondernemers krijgt die wel open gaan'', antwoord wethouder Van der Sluis nuchter. Maar dat zou in het qua geloof sterk gemengde gebied wel eens op weerstand kunnen rekenen. Volgens begeleidster Sol werd deze discussie tien jaar geleden al in de Alblasserwaard en de Veluwe gevoerd. Daar meldt nu een duidelijke folder dat men op zondag niet open is. Besloten wordt om het oor te luisteren te leggen bij de dominee.
Voor Oppendijk van Veen doet vervolgens verhaal van haar deelonderzoek. Zij keek naar de verschillende initiatieven die er in het Zuidelijk Westerkwartier zijn ontplooid om het cultuurlandschap beter te kunnen beheren en behouden, zoals een fietsroute langs boerderijen die is opgezet door een boerin, en de manier waarop staatsbosbeheer een natuurgebied samen met de zeshonderd inwoners van het betrokken dorp heeft ingericht.
Ook hier ontaardt de presentatie al snel in een levendige discussie over dergelijke 'voortrekkers' en hoe er nieuwe projecten in het leven kunnen worden geroepen. De ambities zijn hoog. Diverse scenario’s en financieringsopties voor inpassing in de gebiedsvisie passeren de revue. Niets staat echter vast, want het gebied bepaalt.
Op 30 juni, bij de eindpresentatie van het project zal duidelijk worden hoe de gebiedsvisie eruit komt te zien.
Martin Woestenburg

Re:ageer