Nieuws - 18 januari 2016

Studenten protesteren tegen Meatless Monday

tekst:
Rob Ramaker

Vijf studenten protesteerden tijdens de lunch tegen Meatless Monday door gehaktballen uit te delen voor het Forumgebouw. Zij vinden de vleesarme dag te dwingend en denken dat discussie over voors en tegens van vlees zo juist verstomt.

Foto's: Sven Menschel

Sinds mei verkopen alle kantines op maandag nog maar enkele vleesproducten. Aanvankelijk als experiment maar sinds oktober is de zogeheten Meatless Monday definitief geworden. De initiërende organisatie Green Office wil zo de aandacht vestigen op de problemen die bij vleesproductie zouden horen, zoals de zware klimaatbelasting, dierenleed en landgebruik.

Het protest verliep vanmiddag gemoedelijk. De vijf studenten hingen bij de Forumbrug een spandoek op met de tekst ‘Meat op Monday’ en deelden, sommigen verkleed als koe of hotdog, gehaktballen uit aan voorbijgangers. Ondertussen werd gekletst met studenten, journalisten en ook met Marta Eggers, de coördinator van Green office, die polshoogte kwam nemen. Zij gaf aan open te staan voor discussie.

We willen vooral een discussie starten.
Ruben Imhof, eerstejaars Biotechnologie

De actievoerders zeggen niet per se tegen het minderen met vlees te zijn. ‘We willen vooral een discussie starten’, zegt Ruben Imhof, eerstejaars student Biotechnologie. De ingevoerde Meatless Monday zou hier niet in slagen omdat deze van ‘bovenaf is opgelegd en weinig achtergrondinformatie biedt’. Imhof: ‘We willen dat mensen goed ingelicht zijn en een vrije keuze kunnen maken.’ Volgens hem past het op een universiteit niet gedrag te veranderen met dwang in plaats van door overtuiging.

To meat or not to meat on Monday?

In Wageningen is Meatless Monday niet helemaal vegetarisch. In kantines zijn nog steeds enkele vleesproducten te krijgen, zoals broodbeleg. Voor Eggers illustreert dit dat Green Office dwang juist probeert te vermijden. Daar zijn de actievoerders het niet mee eens. ‘Je kunt misschien een kroket of een tosti ham-kaas krijgen’, zegt Imhof, maar hij ervaart zelf dat geboden keus als ernstig beperkt. ‘Ik hoef geen broodje pompoen te eten.’