Wetenschap - 1 januari 1970

Studenten bespieden heckrunderen

5

Iedere winter gaan er in natuurgebied de Oostvaardersplassen tientallen heckrunderen dood. Dat staat in alle kranten. Maar over hun léven tijdens het koudste seizoen is nog weinig bekend. Daarom keken twee studenten Dierwetenschappen maandenlang naar een – slinkende - groep ‘oerossen’.

‘Ik heb net gehoord dat een bruine lage stier van mij niet meer overeind kan komen. Hij wordt vandaag afgeschoten.’ Studente Marloes van der Spek staat in een loods van Staatbosbeheer in natuurgebied de Oostvaardersplassen. Ze kruipt naast haar studiegenoot Willemijn Schipper in een modderig personenbusje om te gaan kijken bij de stier. Met een vaartje stuurt Schipper de bus over een smal stuk asfaltweg. Ze stopt als ze het beest tussen de bomen ziet liggen.
Hij lijkt gewoon wat te rusten, zijn kop nog vief omhoog. Maar de stier ligt alleen, weg van de kudde, verscholen tussen het hout. ‘Hij was al lang slecht. Hij had erge diarree aan het begin van de winter’, vertelt Van der Spek. ‘De laatste drie weken was zijn conditie heel slecht, maar hij bleef redelijk doorgrazen. Dit is de eerste dag dat ik hem zo zie liggen. Het is jammer dat het zo af moet lopen. Heel de winter heeft hij het overleefd en dan gaat hij nu net aan het einde dood.’
Na vijf maanden in het natuurgebied in de Flevopolder weten de studenten dat het niet anders is. Van der Spek bestudeerde veertig dieren, waarvan er na vandaag nog achtendertig over zullen zijn. Van de dertig jonge heckkrunderen waar Schipper haar onderzoek mee begon leven er nog achttien. Dagelijks komen ze kadavers tegen. Verderop ligt een bruin rund dat niet in hun onderzoeksgroep zat dood op haar zij. Het dier was een paar dagen ervoor uit de sloot getrokken en kreeg een nieuwe kans omdat het gras goed groeide. Helaas was ze teveel verzwakt en heeft het niet gehaald. Aan de ringen op haar hoorns te zien is ze nog geen drie jaar oud. Haar buik is opgeblazen. Zij heeft nog flink liggen mesten en naast de kop en poten is grond opzij gewaaierd. Enkele meters verderop ligt het kadaver van een edelhert. Hij is aangevreten en zijn vacht is nat. Vlakbij liggen nog schedels. Vanwege het gevaar van dierziekten worden dode heckrunderen en konikpaarden, die ook in het gebied grazen, naar de destructie gebracht. De edelherten blijven liggen. De zeearend die in het natuurgebied vertoeft eet er van. ‘Wij zien hem zelden, maar misschien kijken we ook niet genoeg omhoog.’

Bijvoederen of niet
De heckrunderen, door de gebroeders Heck gefokt naar voorbeeld van de oeros, grazen sinds twintig jaar in de Oostvaardersplassen om het moerasgebied boomloos en daarmee aantrekkelijk voor overwinterende ganzen en eenden te houden. De kudde is gegroeid tot rond de vijfhonderd dieren en critici vragen zich af of er wel genoeg voedsel is voor alle runderen, of ze niet bijgevoerd of afgeschoten moeten worden. Begin maart spande de Dierenbescherming nog een kort geding aan tegen beheerder Staatsbosbeheer, omdat ze vond dat er door de aanhoudende kou onaanvaardbaar veel grote grazers van honger en uitputting stierven. De organisatie eiste dat ze bijgevoederd zouden worden. De rechter heeft de claim echter afgewezen.
Volgens Staatsbosbeheer zijn geboorte en sterfte van de heckrunderen redelijk in evenwicht. Maar wetenschappelijk gezien is er eigenlijk nog weinig bekend over hoe de dieren overleven in de winter, vertelt dr. Paul Koene, docent ethologie en begeleider van Van der Spek en Schipper. Hun afstudeeronderzoeken zijn een poging dit te veranderen.
En die onderzoeken houden meer in dan ‘koetjes kijken’ alleen. Systematisch volgen de studenten de activiteiten van de zeventig geselecteerde heckrunderen. Van der Spek: ‘We observeren iedere week 25 minuten achter elkaar het gedrag van elk dier. We schalen hun conditie in, kijken waar in het gebied ze lopen, wat ze doen. We noteren bijvoorbeeld hoeveel stappen ze zetten, waar in de groep ze zich bevinden, of hun kalf erbij is, of ze grazen. In totaal kunnen we zo’n zestig codes invoeren in onze event recorder.’ Het is soms slaapverwekkend werk. Schipper: ‘Vooral stieren zijn saai. Ze staan bijna altijd alleen maar te grazen.’

Koeien met nummers
Terwijl de bus door het polderland hobbelt, zien de meiden in een oogwenk of er ergens beesten uit hun onderzoeksgroep staan. Van der Spek: ‘Je herkent ze aan hun bouw, hun hoorns of hun kleur.’ Schipper: ‘Je komt ze zo vaak tegen, dat gaat vanzelf. Maar we geven de dieren geen naam maar een nummer. Als ze een naam hebben en ze gaan dood, is dat anders dan wanneer ze een nummer hebben.’
De weg kwijtraken in het gebied is nauwelijks mogelijk. De hoogspanningsmasten vormen herkenningspunten. Ook flitst er regelmatig een trein voorbij.
De studenten zaten de afgelopen maanden dagenlang samen in de bus. Het groene ding werd nauwelijks opgemerkt door de heckrunderen. ‘Maar als je eruit komt, lopen ze weg.’ Toen het zo koud was zetten ze daarom de telescoop tussen hen in, voor in de bus. ‘Met de kachel en de radio aan was het dan prima uit te houden’, lacht Van der Spek.
Gaandeweg zijn ze de heckrunderen leuke beesten gaan vinden. Van der Spek: ‘Er zijn leidsterkoeien. Dat kunnen ook dieren zijn met een lage conditie die niet echt groot zijn. En sommige lopen heel statig, terwijl andere koeien sjokken.’ Schipper noemt de runderen sociaal. ‘Een keer zag ik een kalfje een vreugdesprongetje maken toen een ander kalfje dat duidelijk stervende was, toch nog een keer opstond. Toen schoot ik even vol. Terwijl je de indruk hebt dat hij hem een dag later vergeten is.’
De studenten zijn er van overtuigd dat de beesten in de Oostvaardersplassen een goed leven hebben. Schipper: ‘Er gaan er volgens mij niet veel dood van de honger. Vaak zijn ze verzwakt en raken ze uitgeput nadat ze vast hebben gezeten in de sloot.’ Van der Spek: ‘Wat je ziet op tv en leest in de krant is toch anders dan wat je hier ziet. Je krijgt het idee dat alle dieren uitgemergeld zijn en pijn lijden. Maar ze hebben hier een goed leven. Ze hebben de ruimte en leven in groepen. Als je een stier zo door de winter heen hebt gevolgd is het beter te aanvaarden dat hij doodgaat. Alleen dieren die onnodig pijn lijden kun je misschien beter afschieten.’

Preventief afschieten
Beleidsmakers overwegen momenteel of oude dieren niet beter al voor de winter kunnen worden afgeschoten, om ze leed te besparen. Schipper heeft er echter moeite mee dat er gezonde, oude dieren worden doodgeschoten. Ook Koene vindt dat geen goed idee. ‘Ten eerste zit er ervaring in het systeem, cultuur. Oudere koeien weten waar je door een sloot heen kunt. Daarnaast kun je je afvragen waarom je een omakoe zou afschieten als je niet zeker weet of ze lijdt. Bovendien is het vreemd dat men zich vooral zorgen maakt over deze grote dieren. Er gaan ook genoeg kleine dieren als konijnen en muizen dood, maar die zie je niet.‘
Volgens de studenten zijn er de afgelopen maanden veel kalfjes gestorven. De ene dag zien ze die nog gewoon rondlopen, de volgende dag liggen ze ergens dood onder een struik. Het is nog te vroeg voor conclusies, maar het lijkt er op dat de conditie van dieren in de herfst niet bepaalt of ze het voorjaar halen. ‘Daarom moet dat ook onderzocht worden, anders selecteer je op de verkeerde eigenschap’, aldus Koene. Van der Spek denkt dat de modderige omstandigheden misschien onnodig veel energie vergen van de beesten.
Terug in de loods vertelt Van der Spek aan de medewerkers van Staatsbosbeheer dat ze de stier heeft gezien. ‘Hij staat niet meer op. Dan kun je vief kijken wat je wilt, maar dan is het wel een aflopende zaak.’

Yvonne de Hilster

Re:acties 5

  • Niko

    Kunnen we concluderen dat dit een broodje aap verhaal is? Gezien de datum?!

    Reageer
    • Redactie

      Beste Niko, de datum klopt inderdaad niet. Bij de overgang naar een nieuw content management systeem is de datering van ons archief gedeeltelijk verloren gegaan. Dit artikel is geschreven rond 2006.

  • Sieds van der Schaaf

    Het is volkomen absurd om de grote grazers met konijnen en muizen te vergelijken. De grote grazers zijn huisdieren / gehouden geen wilde dieren zoals konijnen en muizen. We hebben grote grazers daar heen gebracht, de wilde dieren zijn daar zelf gekomen. Konijnen en muizen kunnen in en uit het gebied komen, grote grazers niet.

    Je moet concluderen dat de Oostvaardersplassen geen geschikte gebied zijn voor Heckrunderen. Als ze ene dag nog vrolijk ronddartelen en de volgend dag dood liggen. Met maar 160 (april 2018) na 35 jaar lijken ze zelfs aan het uitsterven.

    Reageer
  • Ineke de Schiffart

    klopt die datum wel: 1 januari 1970 ???

    Reageer
    • Sieds van der Schaaf

      Nee de Heckrunderen zijn pas in 1983 uitgezet en pas vanaf 2006 worden de grote grazers afgeschoten.


Re:ageer