Student - 29 juni 2017

Student teelt nedersoja

tekst:
Linda van der Nat
1

Zeventig melkkoeien hebben de ouders van Tom Grobben. En sinds kort ook een hectare soja. Het is een experiment van de masterstudent en zijn broer Bart. Ze willen hun eigen sojaproduct ontwikkelen.

Foto: Sven Menschel

De plantjes op het land van zijn ouders in Enschede staan er goed bij, vertelt Tom Grobben. Zo’n 30 centimeter hoog, fris in het blad. Wel staat er veel woekerend onkruid tussen. De student Management, Economics & Consumer Studies (25) en zijn broer Bart (28), WUR-alumnus, zijn nu aan het onderzoeken hoe ze dat het beste kunnen verhelpen. Als zonen van een melkveehouder hebben ze wel wat ervaring met het verbouwen van gewassen, zoals mais voor de koeien, maar soja verbouwen is nieuw.

Tom zit aan het einde van zijn masteropleiding in Wageningen. Momenteel loopt hij stage bij Wageningen Economic Research en doet hij onderzoek naar bedrijfsopvolging in de agrarische sector. Een toepasselijk onderzoek, want net als de boerenzonen en -dochters die hij spreekt, twijfelt ook Grobben over het overnemen van het boerenbedrijf van zijn ouders.

Ondernemende types

‘Koeien zijn heel mooie beesten en mijn broer en ik hebben allebei een passie voor die dieren, maar de vraag is of we genoeg passie hebben. Met koeien moet je er altijd zijn, 24/7, je moet er ook ’s nachts uit. Ik ben er nog niet uit of ik dat wil.’ De twijfel is een veelvoorkomend onderwerp tijdens de gesprekken aan de keukentafel. ‘Bart en ik zijn heel ondernemende types. We willen het bedrijf graag voortzetten, we zien er wel een toekomst in. De vraag is alleen wat voor een toekomst.’ De afgelopen jaren werden er dan ook vele ideeën geopperd. Het idee waar de hele familie enthousiast van werd: nedersoja.

In Zuid-Amerika worden nog steeds oerwouden gekapt om sojavelden aan te leggen

Grobben: ‘Het merendeel van de soja wordt nu geïmporteerd uit Zuid-Amerika, waar helaas nog steeds oerwouden worden gekapt om sojavelden aan te leggen. Denk daarnaast aan de carbon footprint van het transport, de sociale impact die het heeft voor de lokale bewoners en de hele discussie rondom genetisch gemodificeerde gewassen. Het zou heel veel schelen als we hier in Nederland onze eigen niet-gemodificeerde soja konden verbouwen.’

Trotse Tukker

Slechts een handjevol Nederlandse telers verbouwt soja. De omstandigheden in het koude Nederland zijn voor het tropische ras niet ideaal. Toch durfde de familie Grobben het aan, met twee Wageningers in de familie. Dat is het mooie van studeren aan WUR, zegt Grobben. ‘Er zit hier zo veel kennis op het gebied van sojateelt, zoals kennis over nieuwe rassen en manieren om de opbrengst te verhogen. Iedereen is heel erg bereid om met ons te praten en mee te denken. Dat is echt een luxe en als student moet je daar van profiteren.’

De gebroeders Grobben willen niet alleen soja verbouwen, ze willen ook een sojaproduct ontwikkelen voor menselijke consumptie. Grobben: ‘In de westerse wereld wordt soja hoofdzakelijk gebruikt voor de productie van veevoeder, maar etenswaren als tempé, tofoe sojamelk en -yoghurt worden steeds hipper. Ook hierbij is het weer ideaal dat ik in Wageningen studeer. Dankzij StartHub en StartLife kom ik in contact met mensen die me kunnen helpen dit initiatief uit te werken. We willen iets maken waar vraag naar is en niet met het zoveelste vegetarische burgertje komen.’ Wat het dan wel wordt, dat weet Grobben nog niet. ‘Het lijkt me heel leuk om samen met een chef-kok en een voedingsdeskundige een uitgebalanceerd product te ontwikkelen. Het liefst een chef-kok uit Twente; ik ben een trotse Tukker.’

Duiven

Eind april gingen de sojazaadjes de grond in. ‘We konden van onze buurman een landbouwmachine lenen en hij heeft ook geholpen met zaaien. Voor hem was het ook nieuw. Als zijn telefoon ging, zei hij: “ik ben soja aan het planten bij Grobben” en dan moest hij het hele verhaal uitleggen. Dat was wel een komische situatie en uiteindelijk wisten alle noabers ervan. Ze vinden het leuk dat we iets nieuws proberen, maar zijn ook sceptisch. Ze zijn niet bekend met het telen van soja en vinden het vreemd dat we er zo veel moeite in steken.’

Na de zomer, als de plantjes tot heuphoogte zijn gegroeid, kan Grobben gaan oogsten. Tot die tijd gaat hij regelmatig langs op de boerderij van zijn ouders. Zijn broer, die in Enschede woont en werkt, stuurt hem in de tussentijd steeds berichtjes over de stand van zaken. ‘Ze zeggen dat soja een makkelijk plantje is, maar het is toch spannend. Als de eerste spruiten zichtbaar worden, kunnen duiven het hele veld bijvoorbeeld binnen een week leeg eten.’ Gelukkig viel het dit jaar mee. ‘Misschien zijn Twentse duiven nog niet bekend met de heerlijke smaak van sojaplantjes. En anders hebben ze zitten slapen.’

Dat Bart en ik zo’n heel nieuw gebied aan het ontdekken zijn, dat is echt geweldig

Zijn ouders vinden het wel moeilijk dat hun melkveehouderij mogelijk ophoudt te bestaan, zegt Grobben. ‘Ze hebben het nooit met zoveel woorden gezegd, maar ze zijn dag en nacht met de koeien bezig. Natuurlijk is het moeilijk als dat zou stoppen. Tegelijkertijd hebben ze in onze gesprekken altijd benadrukt dat we iets moeten doen waar wij vrolijk van worden. Onze insteek is dat we de boerderij voortzetten, dat is onze belangrijkste prioriteit. Dat Bart en ik met z’n tweetjes zo’n heel nieuw gebied aan het ontdekken zijn, dat is echt geweldig.’

Re:acties 1

  • Hs.pesman@gmail.com

    Hoe is gedacht de marketing er organiseren?
    Daar wordt in dit artikel, maar ook niet in de NRC 17/18 augustus gesproken.
    Mvg
    Pesman

    Reageer

Re:ageer