Wetenschap - 1 januari 1970

Studeerbaarheidsfonds schoot doel voorbij

Studeerbaarheidsfonds schoot doel voorbij

Studeerbaarheidsfonds schoot doel voorbij


Het Studeerbaarheidsfonds had zijn nut, maar heeft nauwelijks effect gehad
op rendement en studieduur. En juist daarvoor was het fonds van 227 miljoen
euro (destijds 500 miljoen gulden) eind 1995 opgericht. De Kamer wilde er
de gevolgen van de bezuinigingen voor de studenten mee verlichten en de
studieduur dichter bij de cursusduur brengen.
Deze opmerkelijke conclusie trekt de onderwijsinspectie na een onderzoek,
waarvan zij de resultaten vorige week presenteerde op de
Onderwijsresearchdagen in Kerkrade. In totaal zijn drieduizend
projectvoorstellen ingediend, waarvan 83 procent is goedgekeurd. Het
onderzoek is gebaseerd op een steekproef van tien procent van de
ingeleverde projectverslagen.
De projecten blijken een belangrijke rol te hebben gespeeld in veel recente
onderwijsvernieuwingen. In 69 procent van de projecten zijn de
doelstellingen gerealiseerd. In 23 procent van de gevallen was dat niet zo,
maar was er sprake van andere substantiële resultaten. Acht procent van de
projecten kan als mislukt worden beschouwd.
Het Studeerbaarheidsfonds, dat vaak is bekritiseerd, heeft ertoe geleid dat
er meer wordt uitgegaan van de student en het leerproces. Op
onderwijskundig gebied is de deskundigheid van docenten vergroot. Er is
meer variatie in werkvormen ontstaan en nieuwe media worden actiever
ingezet. En er is meer projectmatig gewerkt en de kwaliteitszorg is
verbeterd.
Ondanks de onmiskenbare voordelen kunnen de onderzoekers niet vaststellen
dat er nu minder belemmeringen zijn voor studenten. De scores voor
studeerbaarheid blijven tamelijk constant. "Het kan zijn dat er in de
opleidingen nog steeds belangrijke zaken tekortschieten. Het kan ook zijn
dat studenten steeds hogere eisen stellen aan hun studieomgeving en dat
iedere nieuwe ontwikkeling weer nieuwe eisen met zich meebrengt", stelt de
onderwijsinspectie.
De onderzoekers klagen overigens over de gebrekkige verslaglegging van de
projectresultaten door de instellingen. Deze vertoonden vaak 'opmerkelijke
omissies', mogelijk als gevolg van de door hen ervaren 'bureaucratische
rompslomp'. ,,Het is echter waarschijnlijk dat bij een geringe extra
investering van de kant van de instellingen de kwaliteit van een behoorlijk
aantal rapportages - en daarmee die van de projectresultaten - aanzienlijk
inzichtelijker zou zijn geweest.’’ |
HOP

Re:ageer