Student - 15 november 2007

Struikrovers in Kameroen

Pim Pelders, zesdejaars Internationale ontwikkelingsstudies aan Wageningen Universiteit, was een half jaar in het noorden van Kameroen om daar onderzoek te doen naar de trekroutes van nomaden. De primitieve omstandigheden en struikrovers maakten het een uitputtende en spannende tijd.

1543_nieuws.jpg
1543_nieuws.jpg

Foto: .

‘Mijn onderzoek deed ik voor een onderzoeksstation van de universiteit Leiden in Kameroen. In het Bénouégebied, waar ik ben geweest, was tot nu toe alleen biologisch onderzoek gedaan. Tijdens dat onderzoek ontstonden er vermoedens dat er problemen met nomaden in dat gebied waren. Daarom zou ik met de nomaden meetrekken en uitzoeken welke factoren invloed hebben op de route die ze kiezen.
Van dat meetrekken is niets gekomen. De nomaden waren erg gestrest omdat er net struikrovers actief waren die jonge nomaden ontvoerden voor losgeld, of vee stalen. Ze hadden echt geen zin in ook nog een blanke jongen achter zich aan. Bovendien dachten veel van hen dat ik een natuurbeschermer was die hen zou beboeten of verraden aan de autoriteiten. Daar hadden ze natuurlijk al helemaal geen zin in. Ik kon onmogelijk met ze mee en daarom heb ik samen met mijn tolk de dorpen bezocht waar de nomaden langs trokken. Daar deed ik deed ik korte interviews met de nomaden en sprak ik dorpelingen.
In het begin baalde ik heel erg. Mijn onderzoek liep door de afstandelijke nomaden niet heel lekker en bovendien had ik last van praktische problemen. De hitte was enorm, ons enige vervoermiddel, een aftandse motor, ging om de haverklap kapot en ik moest enorm wennen aan de primitieve omstandigheden. Op een gegeven moment kreeg ik ook nog buiktyfus en toen had ik er even helemaal genoeg van. Het is echt niet prettig om elke vijf minuten naar een gat in de grond midden in de zon te moeten rennen.
Na een tijdje ging ik mijn tijd in Kameroen steeds meer waarderen. Ik merkte dat ik, ondanks alle tegenslagen, toch een hoop te weten was gekomen over de nomaden. Na elke maand dorpen bezoeken ging ik terug naar het onderzoeksstation. In zo’n week douchte ik me en at ik weer een fatsoenlijke maaltijd. Na dat bijkomen en opladen had ik eigenlijk altijd wel weer zin om terug te gaan naar de dorpen.
In elk dorp hoorden we wel iets over de struikrovers. Sommige mensen dachten dat het lokale machthebbers of groepen uit het buitenland waren, anderen dachten weer dat het om de nomaden zelf ging. Langzaam ontstond er zo bij mij een beeld van die rovers en van de reden waarom ze actief waren. Heel spannend, ik voelde me soms net een detective.
Wat ook steeds leuker werd, was het contact met mijn tolk. We waren constant samen en we werden na een tijd goede vrienden. Ik heb een week bij hem en zijn familie gelogeerd en dat was een van de leukste weken in Kameroen. Op een gegeven moment vertelde hij dat hij dacht dat zijn vrouw weer zwanger was. Als het een jongetje wordt, noemt hij hem Pim. Bijzonder hè?!’

Re:ageer