Wetenschap - 29 april 2016

Stroperij slecht voor CO2-opslag bos

tekst:
Roelof Kleis

Stroperij is niet alleen slecht voor dieren, het vermindert ook de capaciteit van tropisch bos om koolstof vast te leggen. Dat komt doordat de zaadverspreiding door grotere dieren wegvalt.

Mantelbrulaap (Alouatta palliata) in Panama – foto Yorick Liefting

Dieren spelen een belangrijke rol in de levenscyclus van bomen. Door het eten of opslaan van vruchten verspreiden ze het zaad. In tropisch bos in Afrika, de Amerika’s of India is meer dan 80 procent van de soorten afhankelijk van zaadverspreiding door dieren. Vooral bomen met grote zaden hebben te lijden van stroperij. Hun zaden worden daardoor minder verspreid. Dat heeft gevolgen voor de koolstofopslag van tropisch bos, toont een team onderzoekers aan in Nature Communications.

‘Grote dieren als apen, tapirs, toekans en agouti’s zijn goede zaadverspreiders, omdat ze een groot leefgebied hebben’, legt Patrick Jansen (Resource Ecology) uit. Hij is een van de onderzoekers. ‘Als die dieren wegvallen, vallen de zaden recht onder de boom. Dat is zo ongeveer de slechtst denkbare plek, want daar staat al zo’n boom. Het voortplantingssucces is dus laag.’ Het resultaat is dat soorten met grote zaden worden vervangen door soorten met kleine zaden die worden verspreid door kleine dieren of de wind.

Kleinzadige boomsoorten blijken gemiddeld een stuk minder groot te worden. En dat heeft gevolgen voor de koolstofopslag van die bossen. Ze leggen minder koolstof vast, blijkt uit een modelstudie.  De onderzoekers berekenden van tien tropische bossen wereldwijd hoe de biomassa verandert door de vervanging van grootzadige, door dieren verspreide boomsoorten door andere. De gevolgen blijken aanzienlijk.

Veel beschermde bossen in de tropen zien er intact uit, maar zijn in werkelijkheid zwaar beschadigd omdat de fauna is uitgeroeid
Patrick Jansen

Het koolstofverlies loopt in de tropische bossen van Afrika, de Amerika’s en India in het slechtste geval op tot 12 procent. Dat is bij een volledige vervanging van grootzadige boomsoorten. Ter vergelijking: dat is evenveel koolstof als door 14 jaar ontbossing in de tropen in de atmosfeer verdwijnt. In Zuidoost- Azie en Australie zijn de gevolgen marginaal of vindt zelfs een lichte toename van de koolstofopslag plaats. In die bossen domineren nu al windverspreide boomsoorten.

Jansen wijst op nog een route die door stroperij leidt tot verminderde koolstofopslag. Ook lianen profiteren volgens hem indirect van het verlies van beesten. ‘De meeste lianensoorten zijn windverspreid. Maar lianen maken nauwelijks hout en leggen dus veel minder koolstof vast. Als door stroperij de dominantie van lianen toeneemt kan de hoeveelheid koolstof die
bossen vasthouden fors afnemen.’

Volgens Jansen is het met het oog op klimaatregulatie verstandig niet alleen de bomen maar ook de fauna van tropische bossen te beschermen. ‘Veel beschermde bossen in de tropen zien er intact uit, maar zijn in werkelijkheid zwaar beschadigd omdat de fauna is uitgeroeid. Deze ‘lege bossen’ zullen geleidelijk aan totaal van karakter veranderen.’ Het goede nieuws is dat het nog wel even duuurt voordat het zover is. Veel boomsoorten in de tropen leven honderden jaren. Een verschuiving duurt dus lang.


Re:ageer