Wetenschap - 14 september 2006

Stro in varkensstal voordelig bij groepshuisvesting

Het houden van zeugen in groepen hoeft niet te leiden tot een grotere uitstoot van ammoniak en broeikasgassen. Als er tenminste op een verstandige manier stro in de stal gebruikt wordt, stelt dierwetenschapper dr. Karin Groenestein in haar proefschrift.
Groepshuisvesting en het gebruik van stro, twee welzijnsmaatregelen die het leven van varkens aangenamer maken, kunnen ook voordeel opleveren voor het milieu. Dat blijkt uit de praktijkproeven, laboratoriumexperimenten en modelsimulaties die Groenestein heeft uitgevoerd bij de onderzoekstak van het voormalige IMAG, dat nu is opgegaan in de Animal Sciences Group.
Zo vergeleek ze de ammoniakemissie bij drie huisvestingssystemen voor varkens. Daaruit blijkt dat het houden van zeugen in groepen met een groter leefoppervlak, in vergelijking tot individueel gehouden zeugen, niet leidt een hogere ammoniakuitstoot.
Het verstrekken van een strobed aan in groepen gehouden zeugen leidt zelfs tot een lagere uitstoot. Bij vergroting van het strobed daalt de ammoniakemissie, terwijl een toenemend oppervlak van roosters en dichte betonnen vloer de emissie laat stijgen. De meest effectieve manier om ammoniakuitstoot te reduceren is varkens te stimuleren in het strobed te plassen en de emissie van de dichte vloer te verlagen.
Om te voorkomen dat de oplossing voor het ene milieuprobleem een ander milieuprobleem veroorzaakt, onderzocht Groenestein ook het effect van stroverstrekking op de uitstoot van de broeikasgassen methaan (CH 4 ) en lachgas (N 2 O). Het gebruik van stro kan de emissie van lachgas voorkomen als het strobed met rust gelaten wordt. Dit stimuleert echter een zuurstofloze omgeving onderin die de methaanproductie bevordert. Doordat dit methaan in de toplaag van het strobed wordt omgezet in koolzuur (CO 2 ) lijkt het effect echter beperkt te blijven. / Gert van Maanen

Karin Groenestein promoveerde op dinsdag 12 september bij prof. Jos Metz, hoogleraar Technisch ontwerp van bedrijfssystemen in de dierhouderij, en prof. Leo den Hartog, hoogleraar Bedrijfsontwikkeling in de veehouderij.

Re:ageer