Wetenschap - 1 januari 1970

Strijd om geld uit Brussel is een ware hordeloop

Strijd om geld uit Brussel is een ware hordeloop

Strijd om geld uit Brussel is een ware hordeloop


‘Je moet er nu bij zijn om een goede uitgangspositie te verwerven’

De dans om de miljoenen euro’s onderzoeksgeld die de Europese Unie ter
beschikking stelt in het Zesde Kaderprogramma, mag met recht een
uitputtingsslag genoemd worden. Trekkers van projecten lopen zich het vuur
uit de sloffen om al het papierwerk op tijd in Brussel te krijgen.
Meeliften lijkt lucratief, maar uit strategisch oogpunt kan het verrichten
van kopwerk wel degelijk vruchten afwerpen.

,,Nee, Arjen krijg je vandaag niet meer aan de lijn. Hij is vanmiddag samen
met Ton in de auto gesprongen en nu op weg naar Brussel om het voorstel nog
voor vijf uur in te dienen. Als ze geen pech krijgen moet het lukken’’, zeg
Lissette Groeneveld van de leerstoelgroep Nematologie. Dr Arjen Schots van
Nematologie en prof. Ton Visser van Biochemie zijn samen de trekkers van
het project Microspectromics dat afgelopen dinsdag ingediend moest worden
om in aanmerking te komen voor financiering in het kader van het Zesde
Kaderprogramma van de EU. De papieren op tijd in Brussel krijgen is de
laatste hindernis in het slingerende circuit met hordes op allerlei
hoogtes. Het vraagt van de deelnemers een enorm uithoudingsvermogen en
strategisch inzicht. De strijd is zeer competitief en succes is niet
verzekerd, maar als je in de prijzen valt dan heb je ook wat: een budget
van twintig miljoen euro voor een project van vier jaar is geen
uitzondering, en als je wordt gekozen tot Network of Excellence is de kans
groot dat je in de toekomst een stempel kunt drukken op de Europese
onderzoeksagenda in je vakgebied.
,,Afgezien van het geld dat je ermee kunt binnenhalen is de toekomstige rol
in de Europese onderzoeksruimte misschien nog wel veel belangrijker. In de
toekomst zal steeds meer onderzoeksgeld internationaal worden aanbesteed.
Je moet zorgen dat je er nu bij bent om een goede uitgangspositie te
verwerven’’, stelt dr Fre Pepping, secretaris van de onderzoekschool VLAG
en executive director van het vanuit Wageningen gecoördineerde initiatief
Nutrigenomics. Dit initiatief zal half april in Brussel worden ingediend
als Excellent Netwerk. Nutrigenomics hoopt ongeveer twaalf miljoen euro te
krijgen om met zo’n twintig Europese partners een sleutelrol te vervullen
in de training en uitwisseling van expertise van voedingswetenschappers op
het gebied van genomics. Nu ook Newcastle zich bij hun initiatief heeft
aangesloten ziet Pepping geen directe concurrenten meer voor de betrokken
oproep. ,,Dat betekent nog niet dat het een gewonnen race is en zelfs als
we het krijgen kunnen we ons niet veroorloven vet en vadsig achterover te
leunen. Maar als je wat wilt moet je het nu doen, want je krijgt geen
herkansing’’, aldus Pepping. Hij vindt dat bij de kenniseenheid
Agrotechnologie en voeding het ‘heilig vuur’ ontbreekt om echt inhoudelijke
en strategische keuzes te maken bij de indiening van projecten voor EU-
financiering.
Dr Harry Blokhuis, die namens de kenniseenheid Dier binnenkort het project
Animal welfare in Brussel hoopt in te dienen, is wel tevreden over de inzet
van zijn directieraad. ,,De meeste projecten zijn bij andere
initiatiefnemers ondergebracht. Ik ben het enige slachtoffer dat een
volledig project mag trekken. Dat kost inderdaad ontzettend veel tijd, maar
het is ook een ongelooflijk leuke en leerzame ervaring’’, zegt hij. Een
jaar geleden is hij al begonnen met bouwen aan het project. Een bestaand
netwerk voor dierenwelzijn is inmiddels vastgeknoopt aan een initiatief op
het gebied van consumentenperceptie, om te voldoen aan de ‘From farm to
fork’-approach van de EU. Het totaalbudget van het project beslaat ruim
twintig miljoen euro, waaraan Europa vijftien miljoen zou moeten bijdragen.
,,Of wij alle tijd en geld die we erin geïnvesteerd hebben er ook weer
uithalen valt nog te bezien. Het versterkt wel onze strategische positie en
die druk je niet zomaar even uit in geld.’’


Dr Coen Ritsema van Alterra is trekker van het project Soilwatch dat
vijftien miljoen euro uit Brussel hoopt te krijgen voor onderzoek aan bodem-
waterinteracties. ,,Wij doen mee, omdat we ons simpelweg niet kunnen
permitteren niet me te doen.’’ Zijn grootste zorg is wie de ingediende
projecten gaat evalueren. ,,Iedereen die in Europa iets voorstelt in dit
onderzoeksgebied is bij een van de ingediende projecten betrokken. Als het
spel eerlijk gespeeld moet worden, moeten ze haast wel onderzoekers van de
andere kant van de oceaan de aanvragen laten beoordelen.’’
Voor dr Rob Bakker van het ATO is de rust al weer een beetje weergekeerd.
Namens zeventien partners uit elf landen is vorige week een aanvraag van
drie miljoen euro ingediend voor Biofuels, een Network of Excellence waarin
zo’n 150 onderzoekers op het gebied van hernieuwbare brandstoffen
participeren. Zij hebben relatief weinig tijd in het netwerk hoeven
investeren omdat een Deense partner al het nodig voorwerk had gedaan, die
echter uiteindelijk besloot zelf de trekker te worden van een
onderzoeksproject. Bakker is er vrij zeker van dat er maar één ander
concurrerend voorstel is ingediend op deze specifieke oproep. ,,We kunnen
nu niet veel anders doen dan afwachten.’’


Opvallende afwezige tussen de Wageningse indieners is ogenschijnlijk het
Centre for Biosystems Genomics (CBG), dat vorig jaar nog een van de
hoofdprijzen kreeg van het Nationale Genomics-programma. Bio-informaticus
prof. Willem Stiekema heeft nu de ‘eer’ gelaten aan Duitse collega’s die
als trekkers optreden van een Europees Bio-informaticaproject. ,,Een
voordeel is inderdaad dat we er wel minder werk aan hebben gehad. Bovendien
zijn het betrouwbare partners waar we al jaren mee samenwerken, dan moet je
niet moeilijk gaan doen en gewoon in de rij aansluiten’’, aldus Stiekema. |

G.v.M.

Kader

Topshare helpt onderzoekers de bomen in het Eurobos te blijven zien

Indieners van projecten in het kaderprogramma van de EU moeten zich
voorbereiden op een enorme papierwinkel en een stroom van e-mails. Het
Wageningse IT-bedrijf Topshare heeft voor deze doelgroep een programma
beschikbaar waarmee mogelijke deelnemers aan een project of netwerk zich
kunnen aanmelden via een speciale internetsite waarop de gehele
formulierafhandeling op een gestructureerde en elektronische manier kan
worden afgewerkt. Volgens ir Marten Renkema van Topshare is het grote
voordeel van het systeem dat alle deelnemers met de juiste autorisaties op
elk willekeurig moment de laatste stand van zaken kunnen raadplegen. ,,Het
systeem maakt het de coördinatoren mogelijk op een gestructureerde manier
controle te houden over de voortgang van hun onderzoeksvoorstel of
-project’’. Ook worden de tientallen mails en veranderingen op de website
die voor hen van belang zijn, gebundeld in één dagelijkse mail, waarin alle
nieuwe informatie kort wordt samengevat. Topshare’s eerste Wageningse klant
was het Biohydrogenproject van het ATO. Inmiddels maken ook de projecten
Animal welfare en Nutrigenomics gebruik van dit systeem. Volgens dr Harry
Blokhuis van het Animal-welfareproject helpt het systeem met name om de
stroom van zestig e-mails die hij dagelijks krijgt het hoofd te bieden. Ook
dr Fre Pepping van Nutrigenomics is overwegend positief. ,,Het neemt ons
veel werk uit handen, maar er blijft genoeg over. Het maakt geen teksten
voor je.’’

Re:ageer