Wetenschap - 1 januari 1970

Stress bij vee is functioneel

Mensen en dieren vertonen stressreacties die niet altijd passen bij de huidige leefomgeving, maar die evolutionair gezien wel goed zijn. Pogingen om dieren te fokken die minder stressreacties vertonen, gaan dan ook in tegen de evolutionaire aard van het beestje, claimt dr Mechiel Korte, stressfysioloog bij de Animal Sciences Group.

‘Het lichaam, inclusief de hersenen, van mens en dier is in veel gevallen nog steeds aangepast aan de omgeving van 10.000 jaar geleden. De snelle domesticatie van mens en dier heeft ervoor gezorgd dat de fysiologische stressreacties achterblijven bij de veranderde omgeving’, stelt Korte.
Hij pleit ervoor om psychiatrische aandoeningen, zoals angststoornissen en depressie, voortaan te beschouwen als het misplaatste resultaat van evolutionaire aanpassingen. In het tijdschrift Neuroscience and Biobehavioral Reviews publiceerde hij onlangs, samen met de Groninger dierfysioloog prof. Jaap Koolhaas en twee Amerikaanse collega’s, een uitgebreid overzichtsartikel onder de titel ‘The Darwinian concept of stress’.
Uitgangspunt van Korte is dat vogels en zoogdieren (waaronder de mens) sterke individuele verschillen vertonen in stressreacties, die het gevolg zijn van natuurlijke selectie. Zo reageert het ene individu op gevaar door te vluchten of te vechten (de ‘haviken’), terwijl de ander reageert door zich klein te maken, te verstijven, om vooral maar niet op te vallen (de ‘duiven’). Theoretische biologen hebben laten zien dat er in een populatie een natuurlijke balans bestaat tussen deze twee gedragstrategieën. Zo zijn ‘haviken’ door hun agressieve en onbezonnen houding goed in staat om een nieuw territorium te maken, maar hun rigide en routinematig gedrag brengt wel hoge risico’s met zich mee op verwondingen en infecties. De passieve gedragstrategie van ‘duiven’ heeft als voordeel dat ze alert blijven, weinig risico’s lopen en zuinig omspringen met energie.
De verschillende gedragstypen weerspiegelen zich ook in de stressreacties. ‘Haviken’ kennen bijvoorbeeld een hoge afgifte van het geslachtshormoon testosteron, terwijl bij ‘duiven’ sprake is van een hoge afgifte van het bijnierschorshormoon cortisol. De verschillen in stressaanpassingen hebben ieder hun eigen prijs: het maakt ‘haviken’ bijvoorbeeld gevoeliger voor impulsieve gedragsstoornissen terwijl duiven een grotere kans hebben angststoornissen te ontwikkelen.
Volgens Korte hebben zijn bevindingen ook relevantie voor de veehouderij. ‘Allereerst moeten we ons realiseren dat een stressrespons vooral functioneel is. Het is dus veel te simpel om te stellen dat een hoge afgifte van een stresshormoon slecht is en een lage afgifte goed. Bij het fokken van landbouwhuisdieren op productie is onbedoeld vooral het haviktype komen bovendrijven. Dat zijn toch de meer agressieve, routinematige dieren en dat levert in de houderij de nodige problemen op met impulsieve gedragsstoornissen zoals verenpikken en staartbijten. In de toekomst moeten we in de fokkerij vooral zorgen dat naast productie ook de noodzakelijke biologische stressreacties bij dieren overeind blijven.’ / GvM

Re:ageer