Wetenschap - 1 januari 1970

Stormvogels wegen op Antarctica

Stormvogels wegen op Antarctica

Stormvogels wegen op Antarctica

Toegenomen sneeuwval speelde rover in de kaart

Drs Jan Andries van Franeker onderzoekt voor het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek stormvogels op Antarctica. De bioloog ontdekte dat extra sneeuw de reuzenstormvogel in de kaart speelt, en dat de reuzenstormvogel op zijn beurt sterfte veroorzaakt onder de kleinere Antarctische stormvogel. Deze vogelsterfte is een voorbeeld van allerlei gekke keteneffecten die kunnen optreden wanneer door klimaatverandering de neerslag toeneemt.


Een stormvogelfanaat. Zo noemt Jan Andries van Franeker zichzelf. Al tijdens zijn biologiestudie in Amsterdam raakte hij geïnteresseerd in deze taaie vogels, die zich ook in uiterst vijandige omstandigheden weten voort te planten en leeftijden bereiken van veertig tot vijftig jaar. Om ze te bestuderen reisde hij tijdens zijn studie naar Bereneiland, gelegen tussen Noorwegen en Spitsbergen. Tegenwoordig onderzoekt hij voor het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek (IBN-DLO) vier soorten stormvogels op het Antarctische Ardery Island. Op 18 maart vaart hij vanaf Kaapstad uit met het Duitse onderzoekschip Polarstern, voor zijn achtste langdurige verblijf op het laatste ongeschonden continent op aarde

Halverwege het seizoen komt er altijd een bevoorradingsschip langs zijn onderzoeksstation. Vaak zijn er politici en journalisten aan boord, vertelt Van Franeker. Zij komen kijken waar het belastinggeld naartoe gaat. Voor die mensen ben je als onderzoeker een soort aap.

Van Franeker herinnert zich een kerstavond waarop het flink stormde. Rubberboten van het hoofdstation konden Van Franekers station op Ardery Island niet bereiken. Het bevoorradingsschip, met journalisten en politici, was ook in de buurt. Dat schip beschikte over zwaardere rubberboten die meer kans maakten het eiland te bereiken. Toen de storm even wat rustiger werd, pikte de bemanning van dat schip Van Franeker en zijn collega's op; ternauwernood kon hij vanaf een overhangende ijsklif in de dansende rubberboot springen

Ik stonk letterlijk een uur in de wind, herinnert de onderzoeker zich. Ik was weken lang in de weer geweest met het ringen en wegen van stormvogels en als die vogels zich bedreigd voelen, bespugen ze je met vreselijk stinkend oranje maagsap. Maar toen ik aankwam op het schip wilden al die members of parliament en dat soort spul naast me zitten. Die vonden het prachtig, zo'n stinkende barbaar. Zonder tijd om me eerst te douchen moest ik aanschuiven bij het kerstdiner. Het hele diner hebben ze met plezier naast me gezeten.

Niemandsland

Na de Tweede Wereldoorlog claimden allerlei landen stukken van het niemandsland Antarctica. Om de ruzies te beslechten sloot de internationale gemeenschap eind jaren vijftig het Antarctisch Verdrag. In het verdrag staat dat de internationale gemeenschap Antarctica alleen voor vreedzame doelen gebruikt, dat alle betrokken landen hun claims op Antarctica bevriezen, en dat de internationale gemeenschap het continent voortaan beheert. Een land krijgt stemrecht over de toekomst van het continent wanneer het meedoet aan langdurend Antarctisch onderzoek

Nederland ondertekende dit verdrag wel, maar begon geen langdurig onderzoek op het continent, waardoor het geen stemrecht verwierf. In de loop van de jaren tachtig kwam Antarctica echter hoog op de internationale natuurbeheersagenda. Daarover wilde Nederland wel meepraten. Daarnaast had de overheid interesse in de discussies over een mineralenverdrag rond Antarctica. Zo begon dus ook Nederland met langdurig onderzoek op Antarctica om stemrecht te krijgen

Het stormvogelonderzoek, dat Van Franeker in samenwerking met Australische onderzoekers uitvoert, is een van die langdurige Nederlandse onderzoeken. Het is gekoppeld aan een verdrag over verstandig beheer van de levende rijkdommen van de Zuidelijke Oceaan, dat bekend staat als het Krillverdrag. Krill is een garnaalachtig diertje dat in enorme hoeveelheden in Antarctische wateren voorkomt. Waar conventionele visserijverdragen alleen handelen over economisch zinnig gebruik van de beviste soorten, stelt het Krillverdrag dat geen van de diersoorten die van de beviste soorten afhankelijk zijn hinder mogen ondervinden van visserij. Zo zijn zeehonden, pinguïns en stormvogels bijvoorbeeld afhankelijk van krill en vis, maar in de zuidelijke oceanen mag eventuele visserij hen niet deren

Broedsucces

Om het Krillverdrag te controleren werd het Ecosystem Monitoring Program in het leven geroepen. Omdat het ondoenlijk is alle van krill en vis afhankelijke soorten in de gaten te houden, bepaalden onderzoekers een aantal karakteristieke soorten die voor monitoring in aanmerking kwamen, waaronder de Adolie-pinguïn, de krabbeneter-zeehond en de Antarctische en Kaapse stormvogel

Van Franeker en de onderzoekers in opleiding die hij zo nu en dan onder zijn hoede heeft, volgen sinds 1984 de aantallen stormvogels op Ardery Island. Ze kijken onder meer naar hun gewicht en broedsucces. Sinds 1984 zagen de onderzoekers het broedsucces bij Antarctische stormvogels afnemen, en ze constateerden ook dat de sterfte onder de volwassen exemplaren op het eiland stijgt. Aanvankelijk begrepen ze er niets van, maar toen Van Franeker nog eens goed rondkeek en zich afvroeg: Wat is er veranderd?, meende hij te zien dat er meer sneeuw lag dan in de jaren tachtig. Zijn veronderstelling bleek juist: na opvraag van meteorologische gegevens werd duidelijk dat de sneeuwval in de afgelopen jaren ongeveer was verdubbeld

Juist in die stijging van de sneeuwval lag de oorzaak van de stormvogelsterfte. Van Franeker: In het gebied waar wij onderzoek doen, vliegt ook de reuzenstormvogel rond. Dat is nogal een stuntelig beest, waardoor hij normaal niet kan landen op de steile kliffen waar de kolonies van de kleinere stormvogels zich bevinden. Door de extra sneeuw kan hij dat wel: hij ploft er gewoon in neer. Hoewel deze vogel als een aas- en afvaleter bekend staat, gedraagt hij zich op Ardery Island als roofvogel. Hij doodt de kleinere stormvogels en eet ze op. Daarbij komt nog dat de reuzenstormvogel veel onrust in de broedkolonie veroorzaakt, waardoor veel dieren hun nest verlaten. Roofmeeuwen, die op eieren azen, krijgen zo meer kans om verlaten eieren te verschalken.

De oorzaak van de extra sneeuwval is volgens Van Franeker moeilijk aan te wijzen. De sneeuwval kan volgens een natuurlijke cyclus verlopen, maar de extra sneeuw kan ook te wijten zijn aan het broeikaseffect. Van Franeker: Conclusies over de oorzaak hebben we niet. Maar de vogelsterfte is wel een goed voorbeeld van allerlei gekke keteneffecten die kunnen optreden als door klimaatverandering de hoeveelheid neerslag toeneemt.

Re:ageer