Wetenschap - 15 september 2011

Stoppen met spuiten

Het antibioticagebruik in de veehouderij moet drastisch afnemen om de opkomst van resistente bacteriën in de gezondheidszorg te stoppen. Dat zeggen de deskundigen. Hoe urgent is het probleem eigenlijk? En kunnen de veehouders eigenlijk nog wel zonder antibiotica?

1-antibiotica-%C2%A9mvg.jpg
De opmars van de ESBL-bacterie illustreert misschien nog wel het best de urgentie van het antibiotica-probleem. Enkele jaren geleden was de ESBL-producerende bacterie nog een exoot in ons land. Nu is één op de tien Nederlanders drager ervan - zo snel kan het dus gaan. De connectie tussen ESBL en de kippenhouderij is inmiddels onomstotelijk aangetoond.  
De ESBL-dreiging is een van de redenen dat de Gezondheidsraad op 31 augustus adviseerde om het preventief gebruik van antibiotica in de veehouderij rigoureus te verbieden. Het vrijwillig afbouwen van het medicijngebruik door de sector zelf gaat de Gezondheidsraad niet snel genoeg. Ook geeft de Raad een lijstje met antibiotica die cruciaal zijn voor de bestrijding van humane infecties. Die antibiotica moeten niet langer in de veehouderij worden gebruikt, luidt het advies.
Drie dagen later ging de commissie Van Doorn nog een stap verder. Ook deze commissie adviseert om het preventief gebruik van antibiotica te verbieden en om bepaalde antibiotica in de veehouderij helemaal te verbieden. Maar dit is geen advies aan de overheid, dit is een afspraak om het antibioticagebruik zelf daadwerkelijk terugdringen in de voedselketen.
De naamgever van de commissie is Daan van Doorn, oud-topman van VION, de grootste vleesverwerker van Neder­land. Ook Nutreco, de belangrijkste voerleverancier voor de veehouderij, onderschrijft de nieuwe regels. En verder stemmen zeventien supermarktketens, waaronder marktleider Albert Heijn, in met het strenge antibioticabeleid. 'Het werkelijk baanbrekende in de voorstellen is de ketenbenadering', stelde Van Doorn bij de presentatie.
Reductie
Ook Martin Scholten, directeur van de Animal Sciences Group, maakte deel uit van de commissie. 'De afspraak is dat de supermarkten vanaf 1 januari 2012 geen vlees meer in de schappen leggen waarbij preventief antibiotica is gebruikt. We willen toe naar een veehouderij waarbij alleen nog zieke dieren op individuele basis met beperkte anti-biotica worden behandeld. De Nederlandse supermarkten stellen die eis voor al hun vlees, ook dat uit het buitenland. De vleesverwerkers vertalen die eis naar de veehouders, die alleen nog vlees kunnen leveren als ze aan de nieuwe antibioticavoorschriften voldoen. Via bedrijfsaudits en cijfers van de dierenartsen is dat verbruik te controleren.' De vleesverwerkers die de richtlijn van de commissie hebben ondertekend, verwerken 90 procent van het in Nederland geproduceerde vlees.
'Dit leidt onherroepelijk tot een reductie van de veestapel', vervolgt Scholten. 'Dat is niet het doel van deze antibioticamaatregelen, maar wel de resultante. De maatregelen betekenen een kleine verhoging van de kostprijs van vlees, maar de supermarkten hebben aangegeven dat ze die kunnen doorvertalen naar een kleine prijsstijging voor de consument. Bepalend voor de veehouders wordt hun gezondheidsmanagement. Bedrijven met een voortdurend hoge infectiedruk zullen het niet redden.'
Griekse toestanden
Vergaande maatregelen om het antibioticagebruik terug te dringen zijn een bittere noodzaak, meent ook Jan Kluyt­mans. Kluytmans zat in de commissie van de Gezondheidsraad die het recente advies opstelde. Hij is arts in het Amphia ziekenhuis in Breda en hoogleraar microbiologie en infectiepreventie aan de VU in Amsterdam. Bovendien is hij de onderzoeker die aantoonde dat 90 procent van onze supermarktkip inmiddels is besmet met de antibioticaresistente ESBL-bacterie. Daarmee werd duidelijk dat resistente bacteriën zich vanuit de intensieve veehouderij via de voedselketen verspreiden in Nederland.
Volgens hem neemt de omvang van het probleem in Nederland snel toe. 'De keuze aan antibiotica die nog wel werken tegen deze bacteriën, neemt af', zegt Kluytmans. 'Ook weten we dat de ontwikkeling van nieuwe antibiotica stagneert - er komen geen effectieve middelen bij. Dat gaat dus grote problemen geven.' Het schrikbeeld dat hij oproept is de situatie die nu al bestaat in landen als Griekenland en Turkije. ' Een groot deel van de patiënten op de intensive care is daar besmet met resistente bacteriën die we niet meer kunnen behandelen met antibiotica.'
Ziekenhuisplaag
De gevaarlijkste bacterie vanuit de veehouderij voor de gezondheidszorg is de ESBL-bacterie. Maar er liggen meer bedreigingen op de loer die om stevige preventieve maatregelen vragen. De resistente Klebsiella bacterie zorgde eerder dit jaar bijvoorbeeld voor veel slachtoffers in het Maastad-ziekenhuis in Rotterdam. De bacterie is niet afkomstig uit veehouderij, en is daarom nog een zeldzaamheid in de Nederlandse ziekenhuizen. Om dat zo te houden, moet een bepaalde groep antibiotica worden verboden voor veterinaire toepassing, vindt Kluytmans. Anders kan ook Klebsiella zich tot een ziekenhuisplaag ontwikkelen. 'Gezonde mensen worden nu nog nauwelijks ziek van Klebsiella, maar dat kan veranderen als de bacterie zich blijft verspreiden.'
Halvering van het antibioticagebruik in de veehouderij - het huidige kabinetsbeleid - is waarschijnlijk niet voldoende om het probleem op te lossen, zegt Kluytmans. 'Om de resistente bacteriën terug te dringen, moet het terug naar een fractie van het huidige gebruik. Idealiter moeten we toe naar een veehouderij zonder antibiotica. Wageningen heeft de kennis om zo'n duurzame veehouderij te realiseren, met vaccins tegen dierziekten, beter veevoer en betere huisvesting. Maar ook zal de consument meer voor vlees moeten betalen, want de huidige veehouderij met zijn lage marges kan die duurzaamheidsslag niet maken. Gelukkig ziet de veehouderijsector dat zelf inmiddels ook in.'
Top drie van resistente bacteriën
Volgens de Gezondheidsraad zijn er drie groepen resistente bacteriën die het grootste probleem
vormen voor de volks­gezondheid.

Methicillineresistente Staphylococcus aureus (MRSA).
De veegerelateerde MRSA is in ziekenhuizen nog goed te controleren, maar lijkt nu ook in de algemene bevolking voor te komen. In Denemarken zijn vorig jaar voor het eerst personen besmet geraakt met MRSA van het varkenstype CC398 zonder dat ze met varkens in contact zijn geweest.
Extended Spectrum Bèta-Lactamase (ESBL) producerende bacteriën.
Deze bacteriën rukken  snel op en beperken zich niet alleen tot de ziekenhuizen maar komen ook daarbuiten voor, vooral als veroorzaker van slecht behandelbare urineweginfecties.'
Vancomycine-resistente enterococcen (VRE).
Het verband tussen antibioticagebruik in de veehouderij en het optreden van VRE in ziekenhuizen is niet zo duidelijk als jaren geleden werd gedacht, zegt de Raad.
 
Lastig, maar het kan
Boekel, hartje Peel. Geert-Jan van Veen studeerde tussen 1983 en 1989 biologie in Wageningen. Nu heeft hij een varkensbedrijf met vierhonderd zeugen en tienduizend biggen. Op de keukentafel bij Van Veen ligt een briefje van zijn dierenarts met het antibioticagebruik in de afgelopen drie jaar. Wat blijkt? Hij heeft het antibioticaverbruik teruggebracht met ruim 80 (!) procent. Hoe heeft hij dat voor elkaar gekregen?
Voor de leken: de biggen liggen eerst in het kraamhok bij hun moeder, maar krijgen na vier weken een eigen hok en gaan dan over van moedermelk naar vast voer. Dit 'spenen' vermindert de weerstand van de biggen en vooral op dat moment gebruikt Van Veen antibiotica. In 2009 moest hij veel antibiotica inzetten om streptokokken te bestrijden bij de gespeende biggen. Die nestelden zich in wondjes bij de biggen als gevolg van oorbijten en zorgden voor gewrichts- en hersenvliesontsteking. 'Ik moest aan de noodrem trekken.'
Daarna voerde hij twee wijzigingen door. Hij ruilde de beer, een Belgische Pietrain, in voor een Duitse Pietrain. Daardoor nam de vleesproductie van zijn varkens iets af, maar ook het oorbijten. Verder schafte hij ander varkensvoer aan dat beter verteerbaar was voor de gespeende biggen, zodat de ziektedruk afnam.
Met een lager antibioticagebruik was Van Veen tot dat moment niet bezig. Dat veranderde toen zijn oude dierenarts in 2010 met pensioen ging en de pas afgestudeerde Antoine de Vocht aantrad als vervanger. 'Hij stelde het antibioticagebruik aan de kaak', zegt Van Veen. De Vocht had simpele tips. Zoals: selecteer de biggen na het spenen niet langer op gewicht, maar zet de broertjes en zusjes samen in een hok. Het grote voordeel daarvan: zij hebben de rangorde in de groep allang bepaald, zodat ze minder ruzie maken. Ook kreeg elke familie bij de verhuizing uit het kraamhok haar eigen voerbakje mee. 'Daardoor eten ze goed en houden ze hun darmen aan de gang', zegt Van Veen.
Dit jaar testte hij samen met zijn dierenarts uit of het ook zonder antibiotica kon. Dat ging goed tot in mei. 'Toen zag ik zwarte randjes om de ogen van de biggen, wat duidt op luchtwegproblemen. Ook trok de ­afnemer van mijn biggen aan de   bel: dit gaat mis. Toen ben ik weer een antibioticakuur gaan geven in de eerste week na het spenen.' Daarom zit hij nu op 4,25 dagdosering: elke big krijgt gedurende de tien weken op het bedrijf van Van Veen gemiddeld ruim vier dagen antibiotica. In 2009 zat hij nog op 25 dagdoseringen.
Het kan dus, met simpele aanpassingen. Toch lukt dit niet bij alle varkenshouders, zegt dierenarts De Vocht. Hij maakt elke drie maanden een uitdraai van het antibioticagebruik om die met de veehouders te bespreken. 'Er zijn ook varkensfokkers die moeite hebben om een reductie van tien procent te halen. Van Veen gaat niet voor een topproductie, waardoor zijn biggen gemiddeld wat sterker zijn.'
De Vocht kan de boeren wijzen op verbeterpunten, maar veel aanpassingen om de diergezondheid te verhogen - denk aan voer, klimaat en fokdoel - bepaalt de boer zelf in zijn bedrijfsplan. De boeren bewust maken is daarom belangrijk. Het verbod op gemedicineerd veevoer per 1 juli is een goede maatregel die helpt om het gebruik te verminderen, zegt De Vocht. Nu moet de veehouder de antibiotica zelf door het voer mengen, waardoor hij nadenkt voor gebruik. Maar zonder aanvullend beleid gaat de halvering van het antibioticagebruik niet lukken, denkt hij. 'Een reductie van gemiddeld 35 procent haal ik wel door veehouders bewust te maken, maar meer niet.'
De veehouders met chronische problemen op hun bedrijf moeten vaak ingrijpende aanpassingen doorvoeren om nagenoeg antibioticavrij te kunnen boeren. Een groot deel van de veehouders gaat dat vermoedelijk niet lukken. Of ze gebruiken methodes die weer nieuwe vraagtekens oproepen. 'Veel varkenshouders hadden een ziekenboeg: de zwakke biggen werden bij elkaar gezet voor behandeling, als een soort intensive care', zegt varkensfokker Van Veen. 'Maar dat bleek ook een bron van ziekten. Nu het antibioticagebruik omlaag moet, heffen veel boeren die ziekenboeg op - ze spuiten de biggen dood of brengen ze weg.'
Van Veen zelf heeft inmiddels ook aan den lijve de urgentie van het ­anti-bioticaprobleem ervaren. Jaarlijks wordt in het ziekenhuis gecontroleerd of hij de MRSA-bacterie onder de leden heeft. Dit jaar testte hij voor het eerst positief.

Re:ageer