Wetenschap - 16 april 2015

Sterrin Smalbrugge wil de slang uit het verdomhoekje halen

tekst:
Linda van der Nat

Sinds haar uitverkochte avondcollege over slangen, half maart, is Sterrin Smalbrugge een bekend gezicht op de universiteit. De tweedejaars studente Bos- en natuurbeheer deelde haar fascinatie voor slangen met 225 toehoorders uit het hele land. Ze had meerdere slangen meegenomen, waaronder een King Cobra, de langste gifslang ter wereld.

Wageningen kan wel iets spannends gebruiken

Het college maakte indruk. Sterrin: ‘Vaak is het nog “kicken, een klein meisje met een grote slang”, maar ik hoor gelukkig ook van mensen dat mijn college hen echt heeft geraakt. Laatst kwam er bij een bijeenkomst een meisje naast me zitten dat zei: “Ik ben nog steeds aan het nagenieten”. Ik kende haar helemaal niet, maar het was zo gaaf om dat te horen.’ Slangen uit het verdomhoekje halen, de 21-jarige studente heeft er haar levenswerk van gemaakt. De haat tegen de geschubde dieren is in haar ogen onterecht. ‘De angst voor slangen is oeroud, maar met name gebaseerd op foute informatie. Niet alle slangen zijn giftig, glibberig of gevaarlijk. Het zijn fascinerende dieren en heel nuttig voor het ecosysteem, maar dat zien mensen niet. Als ik dat slechte beeld kan veranderen, als ik echt in iemands hart kan veranderen hoe hij over slangen denkt, daar wil ik echt alles voor opgeven.’

Op de deur van haar studentenkamer in Rijnveste hangt een vergeelde krantenadvertentie met Steve Irwin erop. Geplaatst door Discovery Channel, een dag nadat de Australische Crocodile Hunter werd gestoken door een giftige pijlstaartrog en overleed. ‘Ik was een enorme fan van Steve Irwin,’ vertelt Sterrin. ‘Ik keek altijd samen met mijn vader naar zijn tv-programma. Als kind snapte ik al niet dat mensen wel van puppy’s houden, en zelfs van tijgers, maar niet van reptielen. Steve Irwin wist als geen ander mensen enthousiast te maken voor slangen en krokodillen. Ik vond dat echt fantastisch. De dag na zijn overlijden hing ik die poster op mijn deur en zat ik te huilen, dat weet ik nog heel goed. Ik beloofde dat ik zijn werk zou voortzetten. Toen was ik twaalf.’

Fleurtje
Sinds ze op kamers woont, heeft ze ook haar eigen slang: Fleurtje, een 2,5 meter lange Madagaskar boa. ‘Van mijn ouders mocht ik nooit een slang hebben, dat vonden ze gevaarlijk. Dus vrijwel meteen toen ik op kamers ging, heb ik er eentje uitgezocht. Als je ze hebt, is het ook veel leuker, dan kan je echt van het gedrag leren en wordt je hele wereld een stuk breder. Alhoewel het allermooiste natuurlijk is dat je deze beesten in hun eigen habitat ziet. Voor mijn huisgenoten was het wel even slikken. Maar toen ze haar zagen, kregen ze zo’n lichtje in hun ogen, van verwondering. Nu vinden ze het helemaal geweldig en kan ik Fleurtje gerust mee naar beneden nemen. Het klinkt heel gek, maar ik vind ze echt heel erg schattig. Als ik naar hun hoofdje kijk, krijg ik gewoon moedergevoelens. Het ziet er gewoon hartstikke lief uit.’

Het steekt Sterrin dat er maar weinig onderzoek wordt gedaan naar slangen. ‘Slangen zijn het ondergeschoven kindje in de wetenschap, terwijl er heel veel onderzoek nodig is. Slangen spelen een cruciale rol in ontzettend veel ecosystemen, maar hun habitat wordt steeds kleiner. Het is een groep die gewoon wordt overgeslagen, terwijl ze hartstikke belangrijk zijn. Ik hoop dat ik mensen kan inspireren om onderzoek te gaan doen. Als je de publieke opinie verandert, zal er ook meer aandacht komen voor de conservatie van de soorten die zo belangrijk zijn.’ Om dat doel te bereiken, zet Sterrin haar studentenleven op een laag pitje: haar lidmaatschap bij studentenvereniging SSR-W heeft ze stopgezet en de laatste keer dat ze ging stappen, kan ze zich niet meer herinneren. De weekenden gebruikt ze om te leren van grootheden in de slangenwereld, zoals Richard Mastenbroek en Romilly van den Bergh. ‘Een wurgslang zoals Fleurtje kan je zonder problemen op schoot nemen, maar gifslangen zijn een vak apart. Het is gewoon een kunst om daarmee om te gaan, alles is moeilijker. Je kan niet zomaar een prooi in de kooi gooien of een schubje verwijderen. Al die dingen moet je leren, dus heb je een aantal mentoren nodig.’

Freek Vonk
Een van haar mentoren was Romilly van den Bergh, de rechterhand van tv-bioloog Freek Vonk. De twee kregen een relatie. ‘Voor jongens ben ik vaak “dat kleine meisje met die grote slang”. Ik hoor zó vaak flauwe grappen over slangen en meisjes, dat is echt niet origineel meer. Daarom wilde ik echt iemand uit de slangenwereld. Toen ik voor het eerst bij Ro thuiskwam, voelde het alsof ik in de hemel stapte. Het hele huis staat vol dieren. Zijn collectie giftige dieren is onvergelijkbaar, in Europa zal je geen mooiere vinden, zo groot en zo uitgebreid.’

Sterrin gaat regelmatig mee als Romilly Vonk moet assisteren bij een televisie-optreden. Ze heeft veel bewondering voor de Leidse alumnus. ‘Mensen zoals hij en Steve Irwin hebben ontzettend veel invloed op de jeugd en daar begint het eigenlijk mee. Een van Steve’s motto’s was ‘Conservation through education’. Dat is iets wat Freek ook doet en waar ik ook echt voor sta. Door mensen te onderwijzen, kun je hun beelden veranderen en dat heeft weer gevolgen voor conservatie. Als je kijkt naar hoeveel mensen Freek op die manier hebben gevonden en hoeveel mensen Steve heeft bereikt, dat wil ik ook. Ik wil de nieuwe Freek Vonk worden. Het gaat me niet om het beroemd worden, maar uiteindelijk denk ik wel dat je zo echt mensen kan bereiken. Ik wil onderzoeker worden, en daarnaast lijkt het me fantastisch om ook het gezicht te zijn van iets. Een eigen televisieprogramma, dat lijkt me heel leuk.’

Het zou ook mooie reclame zijn voor de universiteit, denkt ze. ‘Ik wil graag mijn PhD doen in Wageningen, dat is echt mijn droom. Wageningen kan ook wel iets spannends gebruiken, iets dat echt de aandacht trekt; er kleeft toch een beetje een hippie-achtig landbouwimago aan de universiteit.’ Ze realiseert zich dat ze waarschijnlijk meer over slangen kan leren op een andere universiteit, maar ‘mijn hart ligt echt bij Wageningen. Dus ik hoop dat de universiteit er voor openstaat.’ Bang voor de slangen, gilamonsters en krokodillen is ze niet. Nooit geweest ook. ‘Ik word er juist helemaal blij van. Ik denk dat angst bij mij wordt omgezet in alertheid. Ik ben heel gefocust en altijd kalm. Mijn hartslag gaat misschien wel omhoog, maar ik voel geen angst. Natuurlijk denk ik er wel eens aan dat het ook mis kan gaan. Maar dit is nu eenmaal mijn missie. Ik weet dat ik verlamd kan raken of kan sterven, maar dat is het me waard. Als ik doodga aan de beet van een slang, dan is dat oké. Dat wil ik misschien nog wel liever dan ergens wegkwijnen.’ Met een blik op de poster van Steve Irwin op haar deur: ‘Maar ik hoop dat dit voorlopig nog niet gaat gebeuren.’

Foto: Sven Menschel

Lees meer:



Re:ageer