Wetenschap - 17 maart 2010

Stelling mag blijven

Proefschriften zijn er om geschreven te worden, niet om te lezen. Wie toch gaat lezen, begint bij de stellingen. Maar juist die stellingen liggen onder vuur; er gaan stemmen op ze af te schaffen. Niet doen, blijkt uit een peiling onder hoogleraren en promovendi. Maar wat bijles kan geen kwaad.

0415-1-cover-stelling-MvG.jpg
De eerste zin van de intro van dit verhaal is zelf een stelling. Proefschriften zijn er om geschreven te worden, niet om te lezen. Hij komt uit de verzameling van Paul ten Hove, een oud-Wageninger die stellingen verzamelt. Het is een typisch voorbeeld van het type stellingen dat in Wageningen het meest onder vuur ligt. Het promotiereglement schrijft voor dat van de maximaal acht stellingen de laatste twee een 'maatschappijrelevant' onderwerp hebben. Maar wat dat precies is, is niet duidelijk.
In wezen is het een verhulde mogelijkheid om met een grappige bewering te komen, vindt hoogleraar Johan Verreth. 'Een kans om met een van die stellingen in de landelijke pers geciteerd te worden. Wetenschappelijk en academisch gezien zijn die doorgaans van nul en generlei waarde.' Ook collega-hoogleraren laten zich kritisch uit over met name de verplichte laatste twee stellingen. Volgens hoogleraar Pierre de Wit zijn ze 'gemarginaliseerd tot de grappigste oneliners die een promovendus kan bedenken'. Uitspraken die bovendien vaak niet aan de eisen van een stelling voldoen.
Betwisten
Dat was vroeger anders, constateert De Wit. 'Toen waren kandidaten erop gebrand om met originele wetenschappelijke beweringen op de proppen te komen of juist die van collega-wetenschappers te betwisten. Al ver voor het proefschrift af was, hadden ze er genoeg. Die tijd is voorbij.' Dat is voor De Wit evenwel geen reden om dan maar het hele instituut van de stellingen overboord te gooien. Verreth vindt uitdrukkelijk van wel. 'Stellingen geven schijnwaarde aan een promotie', zegt hij beslist. 'Het gebruikelijke argument pro is dat je van een promovendus mag verwachten dat hij of zij boven de grenzen van het eigen onderzoeksveld kan uitstijgen en een algemene academische reflectie kan ontwikkelen.' Maar daar zijn die stellingen volgens Verreth niet geschikt voor, omdat er geen ruimte is voor beargumentering of een wezenlijke discussie tijdens de verdediging.
Stelling nemen
Promovendi maken regelmatig het fenomeen van de stelling tot onderwerp van een stelling. Zoiets als een poëet die een vers schrijft over het dichten. Verzamelaar Paul ten Hove wijdt er een aparte categorie aan. Hieronder vijf zelfverwijzende stellingen van Wageningse makelij.
Zodra de wetenschap zijn ivoren toren heeft verlaten, kan de traditie van het formuleren van maatschappelijk relevante stellingen worden afgeschaft. ARJEN BUIJS, Universiteit Wageningen (2009
Stellingen worden onderschat. PIETER OLIEHOEK, Wageningen Universiteit (2009)
Over the last century, PhD theses have slowly evolved from one page with propositions into a written thesis; hence the additional sheet with propositions has become an entertaining but non-essential relic. MARLEEN NOOMEN, Wageningen Universiteit (2007
Zelden zijn stellingen behorend bij proefschriften origineel. Een (online) database van stellingen zou dit probleem kunnen voorkomen. REMKO ACHTEN, Wageningen Universiteit (2006)
Al te ludieke stellingen doen afbreuk aan de inhoud van een proefschrift. WIM SOPPE, Wageningen Universiteit (2000)
Vals
In het kamp van de tegenstanders bevindt zich ook hoogleraar Martien Cohen Stuart. Volgens Cohen Stuart zijn stellingen gedateerd en dragen ze weinig bij aan de vooruitgang van de wetenschap. 'Ik ken geen serieuze wetenschappers die zich nog uitdrukken via stellingen, behalve als onderdeel van een promotie.' Stellingen buiten het eigen onderzoeksterrein wantrouwt Cohen Stuart al helemaal. 'Die pretentie van universaliteit is vals. Ook de meest briljante wetenschappers zijn niet in staat wetenschapgebieden buiten hun eigen domein te overzien. Discussie over deze stellingen heb ik nooit een interessant niveau zien bereiken.' Cohen Stuart gelooft er kortom niet in 'dat stellingen aan het wetenschappelijk gezag van onze instelling bijdragen. Ik geloof niet dat we er betere promovendi mee afleveren.'
Niet alleen hoogleraren hebben kritiek op de stelling. Ook onder promovendi zijn de stellingen niet bij iedereen populair. Volgens Jelmer Lindeboom hebben stellingen, zoals ze nu zijn, weinig nut. 'Het belangrijkste argument om ze te houden, lijkt meer op nostalgie gebaseerd dan op de overtuiging dat het nodig is om de vaardigheid van het maken van stellingen te toetsen', vindt hij. Zijn collega Jantien Baartman is het niet met hem eens. 'Stellingen vind ik een leuke, creatieve manier om de belangrijkste bevindingen snel en kort naar voren te halen en om een persoonlijke of actuele touch aan het proefschrift te geven. Van een proefschrift lees ik altijd als eerste de stellingen.'
Driekwart wil stellingen behouden
'De stellingen als onderdeel van een promotie moeten worden afgeschaft.'
aio's 23%, hoogleraren 24%.

'De stellingen moeten blijven.
Instelling van een masterclass is een goede manier om een promovendus te trainen in het maken van goede stellingen.'
aio's 22%, hoogleraren 20%.

'De stellingen moeten blijven.
De hoogleraar moet er zelf voor zorgen dat de promovendus stellingen aflevert van voldoende niveau.'
aio's 36%, hoogleraren 42%.

'Ik heb een andere mening.'
aio's 18%, hoogleraren 13%.

Peiling
Moeten de stellingen verdwijnen? Nee zegt een grote meerderheid van de Wageningse hoogleraren en promovendi, zo blijkt uit een peiling van Resource. Maar één op de vier hoogleraren en promovendi vindt dat de stellingen moeten worden afgeschaft. Een grote meerderheid pleit voor handhaving. Op de peiling reageerden 45 reguliere hoogleraren en 116 promovendi, een respons van veertig procent.
Rector Magnificus Martin Kropff is aangenaam verrast door die uitkomst. 'Ik ben ontzettend blij dat zoveel mensen vinden dat wij de stellingen niet moeten afschaffen. Ik denk zelf dat stellingen een grote functie hebben. Je wordt gedwongen om op een hele goede en bondige manier je conclusies te formuleren. Dat is een academische vaardigheid die je moet bezitten, waar je ook later in je wetenschappelijke carrière veel aan hebt. Het is een kunst om een goede stelling te formuleren die verdedigbaar en bediscussieerbaar is.'
Maar die kunst is dus niet iedereen zomaar gegeven.  De kwaliteit van de Wageningse stellingen is tanende, constateert het College voor Promoties, waar Kropff voorzitter van is. Het College heeft gesuggereerd dat de onderzoekscholen masterclasses gaan organiseren. In zo'n klasje kunnen de promovendi dan onder professionele leiding schaven aan hun vaardigheid om stellingen te formuleren.
Hoogleraren en promovendi zitten helemaal niet op zo'n cursus te wachten, blijkt uit de peiling van Resource. Slechts een kwart van de hoogleraren en promovendi die de stellingen willen handhaven, vindt een masterclass een goed idee om de kwaliteitsslag te maken. Ook hoogleraar onderwijskunde Martin Mulder twijfelt of een masterclass wel het gewenste effect oplevert. 'Als hoogleraar onderwijskunde kan ik daar slecht op tegen zijn. Maar ik zou het een jaar proberen en dan onderzoek doen of de kwaliteit inderdaad beter is geworden.' Promovendus Clemens Driessen is voor een cursus, maar plaatst wel een kanttekening. 'Als na vier jaar voorbereiding een promovendus niet een paar bondige stellingen kan maken, kun je betwijfelen of hij ze wel kan verdedigen. Hé, daarmee heb ik mijn eerste stelling al te pakken. Hopelijk bedenk ik er de komende maanden nog een paar.'
Schaven
Hoogleraar Tiny van Boekel ziet niks in een masterclass. 'Ik vind stellingen wezenlijk omdat ze helpen het zichtveld van een aio te verbreden. Ik zou nog eerder pleiten voor een masterclass voor hoogleraren die het blijkbaar laten afweten om te komen tot zinvolle en verdedigbare stellingen.' Van Boekel vindt dat hoogleraren de verantwoordelijkheid die ze hebben voor het werk van hun promovendi beter moeten invullen. 'Ik besteed zelf veel tijd samen met de aio aan het zorgvuldig formuleren van een stelling die puntig is, origineel en tot discussie kan leiden. De aio levert het idee en samen schaven we aan de formulering.'
Meer dan de helft van de hoogleraren en promovendi die de stellingen willen handhaven, is het met Van Boekel eens. Zij zien niets in een masterclass. De hoogleraar moet er volgens hen voor zorgen dat de stellingen voldoende niveau hebben. Die verantwoordelijkheid ligt overigens volgens het promotiereglement nu ook al bij de hoogleraar. Promovendi zijn daarbij vooral huiverig voor de extra tijd die zo'n masterclass vergt, blijkt uit de toelichting die sommigen geven op hun antwoord. 'Promovendi staan onder enorme tijdsdruk tijdens het afronden van hun proefschrift', beweert Serge Stalpers. 'Stellingen vergen geen andere vaardigheden dan die voor het schrijven van bijvoorbeeld een artikel of de samenvatting van de thesis. Je kunt een masterclass niet verplicht maken, maar als het vrijwillig is, komen alleen die mensen die stellingen serieus nemen en er tijd voor hebben.'
Focussen
Rector Magnificus Kropff begrijpt dat promovendi weinig tijd hebben. 'Een proefschrift maken is een enorme klus. Promovendi moeten focussen: alle dingen die niet nodig zijn, doen ze niet. Het probleem is dat promovendi vaak pas in een laat stadium over hun stellingen gaan nadenken. Daarom adviseer ik altijd: begin er vroeg mee.' Kropff denkt niet dat een masterclass veel extra tijd hoeft te kosten. 'Wat je nu ziet is dat een hoogleraar één op één met een promovendus bezig is. Dat is in feite ook een kleine masterclass. Een grotere masterclass is daarom tijdsefficiënter en promovendi kunnen dan van elkaar leren. Het idee van een masterclass is niet zomaar een losse flodder. Maar we zullen met het College voor Promoties zeker nadenken over de resultaten van de enquête.'
Handleiding
Kropff en zijn college krijgen daarbij van diverse kanten alternatieven aangedragen. Hoogleraar Wouter Hendriks pleit voor een boek 'Hoe schrijf ik briljante stellingen'. Een studieboek dus met richtlijnen en voorbeelden van goede, slechte en middelmatige stellingen. Diverse promovendi dringen aan op een handleiding. Serge Stalpers: 'Ontwikkel richtlijnen (geen regels!) die de rol van stellingen duidelijk maken en uitleggen wat bijvoorbeeld wordt bedoeld met maatschappijrelevante stellingen.'
Hoogleraar Pieter van 't Veer denkt dat de dalende kwaliteit een rechtstreeks gevolg is van het gebrek aan scholing in de wetenschapsfilosofie. 'MSc's zouden eens wat meer over de grenzen van hun vakgebied moeten kijken. Ik zou liever zien dat studenten goede discussie- en verdedigingstechnieken leren. Dat wil zeggen: goed luisteren naar een vraag en ingaan op de inhoud of de assumpties die veelal achter vragen liggen verscholen. Het lijkt mij dat dat een belangrijker bijdrage kan leveren aan de kwaliteit van een promotie als geheel en aan het beter leren formuleren van stellingen.' Volgens Van 't Veer suggereert een cursus stellingen schrijven dat een promovendus kort en krachtig moet kunnen communiceren in plaats van een visie verdedigen vanuit een brede basis. 'Als stellingen worden geacht de breedheid, verstandigheid of zelfs wijsheid van de kandidaten te toetsen, dan is een cursus stellingen schrijven het paard achter de wagen spannen.' Dat is op zichzelf overigens al een aardige stelling.
Maturiteit
Johan Verreth is verklaard tegenstander van de stellingen in de huidige vorm. Maar hij heeft wel een alternatief. 'Wil je de brede academische maturiteit van een promovendus echt toetsen, vraag hem dan een bijstelling uit te werken buiten het terrein van het eigen onderzoek. Liefst op een totaal andere discipline en laat hem die via een essay toelichten, verdedigen en bediscussiëren.' Maar het kan ook eenvoudiger. Pierre de Wit heeft een simpeler voorstel: weg met de maatschappijrelevante stelling.
Oud-Wageningen verzamelt stellingen
Je kunt van alles verzamelen. Dus ook stellingen en oud-Wageninger Paul ten Hove doet dat. De gepensioneerde agrarisch consultant heeft er een website voor laten bouwen: www.hora-est.nl. Ten Hove begon zijn verzameling midden jaren negentig. 'NRC Handelsblad had toen een rubriek over stellingen. Die heb ik jarenlang uitgeknipt en verzameld. Gewoon omdat ik er plezier in had. Ze zijn humoristisch en zetten aan tot nadenken. Dat is langzamerhand uitgegroeid tot een hobby.' Vier jaar terug liet Ten Hove een website bouwen voor zijn verzameling. De NRC was toen al lang gestopt met de rubriek. Om zich van verse aanvoer te verzekeren, knoopte hij contacten aan met de universiteiten. Sindsdien stromen de stellingen gestaag binnen. De collectie omvat op dit moment zo'n 6500 stellingen, netjes gerubriceerd in vijftig categorieën. En er komen er steeds meer bij. Jaarlijks verschijnen in ons land ongeveer 2500 proefschriften. Een groot deel daarvan bevat een inlegvel met stellingen.
Geen woordspelletjes
Ten Hove is selectief. 'Ik houd me alleen bezig met de niet-technische stellingen die niet op het proefschrift zelf slaan. En ik ben subjectief, ik doe alleen de stellingen die ik aardig vind.' Geen woordspelletjes dus, want daar heeft hij een hekel aan. Hij is het overigens niet eens met de constatering dat het niveau van de stellingen daalt. 'Ik zie niet direct een teruggang. Het niveau hangt af van het individu. Je ziet dat sommigen er echt aanleg voor hebben en anderen niet; dat de een er aardigheid in heeft en de ander niet. Stellingen zijn bovendien een typisch Nederlandse gewoonte. Buitenlanders hebben er over het algemeen niet zoveel kaas van gegeten.'
Ten Hove gelooft daarom ook niet zo in een masterclass. Je kunt het of je kunt het niet. Zelf is hij nooit gepromoveerd. 'Maar ik sta wel op het punt om op de site stellingen van mezelf als niet-promovendus toe te voegen. Ik zie zoveel bijzondere dingen om me heen gebeuren waar je een stelling over kunt maken.'  

Re:ageer