Organisatie - 14 februari 2008

Stefan Kühnel

Stefan stopt een pipet in één van de zes minibuisjes in het rekje voor zich. ‘Ik ben bezig met een enzymatische bepaling om het azijnzuurgehalte in bietenpulp te meten.’ De Duitse aio van het Laboratorium voor Levensmiddelenchemie zit opgevouwen op een houten kruk in een raamloos kamertje vol apparatuur, op de vijfde verdieping van het Biotechnion.

465_opinie_0.jpg
465_opinie_0.jpg

Foto: Guy Ackermans

Zijn briefje met aanwijzingen ligt half onder het rekje met buizen, en het papier waar hij aantekeningen op maakt past nauwelijks nog op het werkblad. ‘Omdat ik hier ook nog moet pipetteren is het hier inderdaad een beetje vol. Ik moet echter drie keer kort achter elkaar meten, en kan het dus niet ergens anders doen. Maar ik doe dit niet iedere dag.’
Stefan frummelt dopjes op de buisjes, keert ze rustig om, en stopt ze in de fotometer voor zijn neus die lichtabsorptie meet. ‘Mijn onderzoek gaat over het gebruik van suikerbietpulp voor de productie van bio-ethanol. Ik probeer onder meer om het azijnzuur eruit te krijgen, want dat verhindert andere enzymen hun werk goed te doen.’
Het leukst aan zijn aio-schap vindt Stefan de combinatie van ontdekkingen doen – het fundamentele onderzoek – en de toepasbaarheid ervan. Masterstudenten begeleiden bij practica doet hij ook met plezier, in tegenstelling tot schrijven aan zijn proefschrift. ‘Ik vind het moeilijk om wat ik wil zeggen te vertalen naar het Engels. Gelukkig hebben we hier goede cursussen scientific writing.’
Stefan zit nu alleen, maar vindt zijn werk niet eenzaam. ‘Je moet af en toe even geconcentreerd kunnen werken, zonder te worden gestoord. Gelukkig zijn er ook koffiepauzes om dingen te bepraten.’

Re:ageer