Wetenschap - 1 januari 1970

Steenuilen gezonder door goede planning

Cadmium uit vervuilde bodems van uiterwaarden kan onder meer via regenwormen en spitsmuizen in steenuilen terechtkomen. Maar beheerders van uiterwaarden kunnen het gebied zo inrichten dat steenuilen op de minst vervuilde plekken jagen.

Onderzoekers van Alterra ontwikkelen een computerprogramma waarmee beheerders van uiterwaarden kunnen doorrekenen wat de gevolgen zijn van de ruimtelijke inrichting op het foerageergedrag van steenuilen. De eerste b├Ętaversie van dit Decision Support System (DSS) is af. In samenwerking met onderzoekers en beheerders uit Nederland, Belgi├ź en Engeland wordt bekeken of dit systeem ook toepasbaar is voor bijvoorbeeld egels in Antwerpse stadsparken. De onderzoekers modelleren het foerageergedrag van de predatoren en testen die modellen door steenuilen, egels en muizen te volgen met zenders.
'Steenuilen maken hun keuzes niet op basis van de verontreiniging, dus daarop kun je niet sturen', vertelt dr. Nico van den Brink van Alterra, de projectleider van het onderzoek. Steenuilen jagen op woelmuizen en spitsmuizen. Cadmium bijvoorbeeld wordt goed door regenwormen opgenomen, vertelt Van den Brink. Dat komt wel in de regenwormen etende spitsmuizen terecht, maar minder in de gras etende woelmuizen.
Om te voorkomen dat steenuilen verontreinigd worden met cadmium, kunnen beheerders verschillende dingen doen. Ze kunnen verontreinigde stukken land laten verruigen en koeien laten grazen op de schone stukken, Woelmuizen houden van ruig, lang gras, en die nemen de vervuiling nauwelijks op. Wormen houden van kort gras. Als die zich op schone grond ophouden, komt er minder cadmium in de spitsmuizen en in de steenuilen terecht.
Een andere oplossing is het plaatsen van paaltjes in de minst verontreinigde delen van de uiterwaarden, omdat steenuilen graag van paaltjes jagen. 'Twee paaltjes kunnen theoretisch net zoveel betekenen als het uitgraven van uiterwaarden', aldus Van den Brink. / MW

Re:ageer