Wetenschap - 11 april 2002

Stage: Lawaaiige Filipijnen

Stage: Lawaaiige Filipijnen

Michiel de Vries, vierdejaars Tropisch Landgebruik

"De Filippinos willen heel graag op Amerikanen lijken. Ze hebben een McDonalds en luisteren naar muziek van Britney Spears. Het is echter een typisch Aziatisch land met slechts Amerikaanse vernis. De mensen zijn erg ijdel. Ze willen er goed uitzien. Wie twee dagen achtereen dezelfde kleren draagt, wordt raar aangekeken. Ook de mobiele telefoon is een statussymbool. Het is dus belangrijk dat je er ??n hebt. Zelfs arme boeren die in rieten hutjes wonen, hebben een mobiele telefoon. Een sms-je versturen kost daar een stuiver. Echt iedereen zit dan ook te sms-en. Zelfs de telefoonmaatschappij bouwt bijna alleen nog masten, ze leggen haast geen telefoonkabels meer.

Ik werkte in Los Ba?os voor het International Rice Research Instituut, IRRI. Mijn taak was het ontwikkelen van waterbesparende technieken voor rijst. Daarvoor deed ik veldmetingen en ik dacht dat ik wel tegen communicatieproblemen aan zou lopen, maar het viel mee. Ik kon gewoon met iedereen praten, want die mensen spreken heel goed Engels. De hoofdtaal is Tagalog, maar niet iedereen spreekt dat. Filippinos van verschillende eilanden spreken Engels met elkaar. Zelfs boeren op het platteland konden zich in het Engels redden. Daardoor heeft mijn stage geen vertraging opgelopen.

Los Ba?os is een universiteitsstad. Veel Filipijnse studenten wonen met vier of vijf mensen op een oppervlakte vergelijkbaar met een SSHW-kamer. Ze studeren gewoon tussen het lawaai. Privacy kennen ze niet zo erg. Ik woonde op een erf met buitenlanders en Filippinos die aan de universiteit studeren. Ik deelde een appartement met een Filipijnse student. Via mijn huisgenoot kwamen er regelmatig mensen langs. Vaak bleven zijn vrienden in ons appartement slapen. Tot mijn verbazing sliepen ze op de grond. Gewoon op de stenen vloer. 's Ochtends moest ik daar overheen stappen om naar mijn werk te gaan.

Tijdens mijn stage heb ik me uitstekend vermaakt. Toch zou ik nooit in de hoofdstad Manilla willen wonen. Veel te ranzig en lawaaiig. Bovendien is het verkeer daar echt een drama. In drie uur tijd heb je slechts veertig kilometer afgelegd. Er zijn ook plaatsen op de Filipijnen waar ik w?l zou willen wonen. Zoals op de universiteitscampus in Los Ba?os, waar appartementen en mooie, vrijstaande huizen staan.

Op mijn werk herinneren ze zich mij als voetballer. Ik ben namelijk voetbalkampioen geworden van het instituut waar ik werkte. Ik zat in een voetbalteam met buitenlandse studenten. We moesten in de finale tegen de mensen van de bewakingsdienst spelen. Zij hadden de hulp van een magi?r ingeroepen. Die had ons betoverd, zodat we geen doelpunten konden maken. Uiteindelijk scoorde ik een penalty in de laatste minuut. Toen ik wegging, zeiden ze dat ik altijd terug mocht komen om te voetballen. We verzinnen dan nog wel een baantje voor je, zeiden ze."

Monnique Haak

'Zelfs arme boeren in rieten hutjes hebben een mobiele telefoon'

Re:ageer