Wetenschap - 10 januari 2002

Stage: Boliviaanse mañana-cultuur

Stage: Boliviaanse mañana-cultuur

Richard Oosterhoff, zevendejaars Milieuhygi?ne:

"In het begin had ik niet moeten zeggen dat ik student was, want daardoor werd mijn project steeds weggemoffeld. In Bolivia is erg veel respect voor mensen met een universitaire titel, omdat je die in eigen land niet kan halen. Daarvoor moet je in Amerika of Europa studeren. Op het lab was bijna iedereen bachelor en die titel heb ik natuurlijk ook. Wie uiteindelijk ingenieur is geworden, geniet niet alleen respect, maar er wordt ook van hem verwacht dat hij alles weet. Komt er iemand met een vraag bij een ingenieur, dan zal hij deze altijd beantwoorden, ook al weet hij het antwoord niet. Dat gebeurde ook vaak op het Laboratoria de Hydr?ulica waar ik werkte.

Ik woonde in de stad Cochabamba, aan de rand van het Andes-gebergte. De bewoners gebruiken het gebied voor de landbouw en willen uitbreiden richting de rivier. Wanneer de rivier echter overstroomt, gaan hun gewassen verloren. In Nederland bouwen ze dan een dijk, in Bolivia gewoon een muurtje. Ik heb berekend hoe ver de rivier kan komen en waar ze de bescherming het beste kunnen plaatsen.

Dit onderzoek verliep niet zoals ik had verwacht. In Bolivia liep ik vooral tegen het cultuurverschil aan. De ma?ana-cultuur bijvoorbeeld. Letterlijk betekent ma?ana morgen, maar in de praktijk betekent het nooit. Straks betekent misschien deze week nog en nu is vandaag.

Voor mijn veldwerk bijvoorbeeld zou een man regelen wie er meegingen en welke materialen we mee zouden nemen. Wanneer ik dan bij hem kwam, zei hij altijd: "Nee, vandaag gaan we niet. Morgen!" Wanneer ik een afspraak maakte en er na mij weer iemand anders kwam, dan maakte hij gewoon een nieuwe afspraak, ?ver mijn afspraak heen. Een afspraak heeft voor een Boliviaan dus geen enkele waarde. Het gevolg hiervan is, dat mijn achttienweekse project negen weken vertraging heeft opgelopen.

Niet alleen door de ma?ana-cultuur liep mijn project vertraging op, het geld was ook altijd een probleem. Er was namelijk nooit geld. Bij het kiezen van een project keek de directeur vooral naar het kostenplaatje. Ik had een financieel voorstel ingediend met daarbij een voorstel voor het doen van vijftien dagen veldwerk. Uiteindelijk heb ik maar zeven dagen veldwerk kunnen verrichten. Vijftien dagen waren te duur.

Omdat ik dus maar de helft van mijn veldwerk kon doen, kreeg ik ook maar de helft van mijn data-input. Daardoor heb ik eigenlijk niet genoeg geografische data voor mijn onderzoek. Ik heb een aantal metingen in de rivier kunnen doen, maar niet in de uiterwaarden en ook niet in het bovenste gedeelte van de rivier. Hierdoor hangt mijn rapport soms met haken en ogen aan elkaar, maar met heel beperkte middelen probeer je er toch het beste van te maken."

Monnique Haak

'In Nederland bouwen ze een dijk, in Bolivia gewoon een muurtje'

Re:ageer