Wetenschap - 6 september 2001

Stage: Belgisch woordenboekje

Stage: Belgisch woordenboekje

Sofieke Jansen, vierdejaars Voeding en gezondheid

"Ik heb in Leuven een data-analyse gemaakt over de relatie tussen menopauzale leeftijd en sterfte bij vrouwen. Uit eerdere onderzoeken is gebleken dat vrouwen die sneller in de menopauze komen, gemiddeld gezien eerder sterven. Dat komt waarschijnlijk doordat er in de menopauze geen oestrogeen meer wordt aangemaakt. Dit hormoon beschermt namelijk tegen hart- en vaatziekten. In mijn analyse heb ik gekeken of de resultaten van mijn populatiedoorsnee overeenkomen met de literatuur. Verder heb ik ook gekeken of de menarchale leeftijd, het moment waarop meisjes gaan menstrueren, een betere voorspelling geeft voor sterfte. Dat bleek echter niet significant te bewijzen. Natuurlijk zitten er veel minpunten aan het onderzoek. Vrouwen moeten in een enqu?te invullen wanneer ze voor het eerst ongesteld waren, of wanneer ze in de menopauze kwamen. Zo blijken heel veel vrouwen een leeftijd met een vijf erin in te vullen: 45, 50 of 55. Men weet het blijkbaar niet precies meer. Toch zijn er meerdere studies geweest die allemaal ongeveer dezelfde uitkomst hadden.

Met mijn onderzoek heb ik een prijs gewonnen. Ik mocht naar een epidemiologisch congres in Toronto. Van de prijswinnaars was ik de enige Europeaan. En het bleek dat je alleen als aio mocht meedoen. Gelukkig vonden ze het niet zo erg dat ik er was. We moesten een presentatie geven van ons onderzoek, waarna door allerlei deskundigen daarover gediscussieerd werd. Ik heb er nog een bandje van liggen.

In Leuven woonde ik in een studentenhuis met alleen meisjes. Op kamers gaan, noemen ze 'op kot' gaan. Elk weekend kwam de 'kotmadam' (huisbaas) langs om het huis te 'kuisen'. Ik was als enige in het weekend thuis. Alle anderen gingen naar hun ouders. We hadden geen wasmachine, want iedereen neemt zijn was mee naar huis. En als ze dan zondagavonds weer terug komen, hebben ze allemaal weekgeld gekregen van hun ouders. Belgische studenten wordt eigenlijk heel weinig verantwoording gegeven.

Wat me ook opviel was de duidelijke hi?rarchie op de universiteit. Titels zijn heel belangrijk. Een prof heeft veel macht. Tentamens zijn mondeling en hij heeft het alleenrecht op het geven van een cijfer. Als hij je mag, dan heb je sneller een hoger cijfer. Ik vond dat belachelijk. Dan zat ik aan tafel te eten en hoorde ik die verhalen en riep ik: dat pik je toch niet! Maar Belgische studenten zijn niet zo mondig. Er was bovendien geen studentenvakbond om je beklag te doen. Je hebt er dus alleen maar jezelf mee.

Tijdens mijn tijd in Leuven heb ik een woordenboekje gemaakt, omdat ze zulke rare woorden gebruiken. Amai betekent bijvoorbeeld jeetje: amai, wat bent ge groot geworden. Of wist je dat poepen in Belgi? vrijen betekent? Je zegt dus nooit: ik moet poepen. Ook grappig: ze doen de tonijn achter de salade in plaats van erdoor."

Arin van Zee

'Elk weekend kwam de kotmadam langs om het huis te kuisen'

Re:ageer