Wetenschap - 10 juli 2008

Sportieve identiteit houdt jeugd gezond

Jongeren die veel aan sport doen roken vaak niet. Dat heeft weinig met het sporten zelf te maken, ontdekte dr. Kirsten Verkooijen van de leerstoelgroep Sociologie van consumenten en huishoudens. Jonge sporters laten de sigaretten alleen staan als ze zichzelf ook als sporters zien.

‘Dit onderzoek is een logisch vervolg op mijn promotieonderzoek naar het verband tussen jeugdsubculturen en ongezond gedrag’, zegt Verkooijen. ‘Uit dat onderzoek aan de universiteit van Zuid-Denemarken, bleek dat vooral de techno’s en hippies vaker blowden en rookten dan andere jongeren. Jongeren die veel aan sport deden, de sporties, rookten juist minder vaak – wat al bekend was. Maar waarom sportbeoefening nou precies aanzet tot gezond gedrag was nog onduidelijk.’
Met die vraag ging Verkooijen aan de slag in een postdocproject, waarover ze onlangs een artikel publiceerde in de International Journal of Behavioral Medicine. In het stuk analyseert Verkooijen vierduizend vragenlijsten ingevuld door jongeren tussen de zestien en twintig jaar. Zo kon de sociaalpsycholoog een aantal theorieën ontkrachten over het verband tussen sport en gezond gedrag. ‘Rokers zijn als groep somberder dan niet-rokers’, zegt Verkooijen. ‘Ze zijn minder blij met zichzelf en de wereld. Hun sense of coherence is lager, zeggen psychologen dan. Andersom is de sense of coherence van sporters juist hoger dan normaal. Maar daar konden we niet mee verklaren waarom sporters minder vaak roken.’
Het aantal uren dat sporters lichamelijk actief zijn is evenmin een factor, ontdekte Verkooijen. ‘Wat wel uitmaakte was het zelfbeeld van de sporters’, zegt de psycholoog. ‘Als de jongeren zichzelf als een sporter zagen, dan rookten ze minder vaak.’ Die ontdekking is interessant voor instanties die via sport jongeren tot gezond gedrag willen brengen, zegt Verkooijen. ‘Het is niet genoeg om jongeren alleen meer te laten sporten. Trainers en coaches zouden ook moeten bijdragen aan het ontstaan van een sportieve identiteit bij jongeren. Hoe ze dat precies zouden moeten doen weet ik niet, maar uit eerder onderzoek weten we wel dat trainers en coaches veel invloed hebben op de leefstijl van jongeren. Vaak meer dan docenten.’

Re:ageer