Wetenschap - 1 januari 1970

Spitsmuis bevat meeste gif

Ecologen onderzoeken onder meer vossen, dassen, ratten en muizen om een indicatie te krijgen van de bodemvervuiling in hun leefgebied. Volgens onderzoek van dr Wim Ma van Alterra komt de spitsmuis in veel gevallen als beste indicator uit de bus.

Ma heeft samen met dr Sylvia Tamage van Oak Ridge National Laboratory in de VS geïnventariseerd hoe goed verschillende diersoorten voldoen als 'bio-indicatoren'. Bio-indicatoren geven een maat voor de accumulatie van giftige stoffen in de natuur.
De onderzoekers gebruikten eigen ecotoxicologische studies en die van andere ecologen. De spitsmuis blijkt er in positieve zin uit te springen. Hij is zeer gevoelig voor een grote variatie aan toxische stoffen en is ook in praktische zin een goed proefdier.
Bodemvervuiling is bij de spitsmuis, ook in geringe mate, meteen aanwijsbaar is in het lichaam. Dat heeft te maken met zijn metabolisme en zijn voedselkeuze, zoals zijn voorkeur voor aardwormen, die veel toxische stoffen uit de bodem opnemen.
Een voordeel van de spitsmuis is ook dat hij gemakkelijk te vangen is met vallen en een grote verspreiding kent. Hij komt voor van Siberië tot Zuidoost-Azië, in meer dan 260 verschillende soorten.
Veldstudies in de omgeving van zink- en kopermijnen laten bijvoorbeeld zien dat de spitsmuis een zeer efficiënte bio-accumulator is. Het diertje heeft doorgaans tot vier keer zoveel zware metalen in het lichaam als andere knaagdieren. Metingen van Ma in de omgeving van Amsterdam wijzen uit dat spitsmuizen in de buurt van vuilnisbelten gemakkelijk zo'n vijf milligram PCB's per kilogram lichaamsgewicht meetorsen, terwijl bosmuizen die op dezelfde plek zitten slechts 0,7 milligram per kilogram met zich meedragen. Ma vond verder op een vervuilde locatie bij het plaatsje Budel tien tot honderd maal hogere concentraties cadmium in spitsmuizen dan in veld- en bosmuizen.
Ma adviseert ecologen en bodemkundigen wel de grote spitsmuissoorten te gebruiken. De kleinere soorten eten doorgaans geen aardwormen, maar kleine organismen die op de bodem leven en minder toxische stoffen opnemen. Afgezien van de spitsmuis zijn volgens Ma ook mollen en stekelvarkens veelbelovende bio-indicatoren. / HB

Re:ageer