Student - 5 juli 2007

Spikkeltjes op softijs

1

Maarten Dorrestein maakt spikkeltjes voor op softijs en Engelse drop. Hij studeerde een maand geleden af in de Voedingsmiddelentechnologie bij Van Hall Larenstein in Wageningen, en ging meteen aan het werk bij zijn voormalig stagebedrijf, Sidilco in Barneveld.

949_nieuws.jpg
949_nieuws.jpg

Foto: .

‘Sidilco maakt musketzaad. Dat zijn de gekleurde spikkeltjes op ijsjes en Engelse drop, of de witte spikkeltjes op kerstkransjes. Verder levert het bedrijf pinda- en hazelnootstukjes die op softijs worden gestrooid en aan de randen van slagroomtaarten zitten. En smaak- en kleursuikers zoals kandijsuiker op ontbijtkoek. Suikers worden trouwens ook als versiering van cocktails gebruikt. Ongeveer de helft van de productie wordt binnenlands afgezet, de andere helft wordt naar het buitenland geëxporteerd. Vooral binnen Europa, maar ook naar Suriname, Kenia en IJsland.
Ik heb een keer een rekensommetje gemaakt. Eén musketzaadje weegt 0,002 gram. We maken op jaarbasis ruim een miljoen kilo musketzaad. Dat zijn meer dan vijf miljard musketzaadbolletjes. Bij mijn presentatie bij het afstuderen zag je mensen wel even opkijken van dat getal.
Sidilco is een familiebedrijf en heeft eind jaren zeventig als eerste musketzaadjes geïntroduceerd in Nederland. Toen ging de vader van de huidige directeur met een emmertje spikkels naar de Zoo in Amersfoort. Die spikkels op softijs, dat sloeg aan.
Musketzaad is overigens geen smaakmaker, maar pure decoratie. De bolletjes zijn er voor het oog- en mondgevoel. Een spikkeltje bestaat uit een suikerkorreltje waar omheen in een draaiende pan laagjes worden gecoat. Dat is het drageerproces. Daarna worden de producten ingekleurd en uiteindelijk krijgen ze een glanslaagje. Ook M&M’s, Mentos en borrelnootjes zijn drageerproducten.
Van oktober vorig jaar tot begin dit jaar heb ik stage gelopen bij Sidilco. Voor mijn afstudeeropdracht heb ik aanpassingen gemaakt op het productieproces en een nieuw product ontwikkeld. Eerst verzamel je alle benodigde informatie en daarop baseer je de receptuur, die je kleinschalig gaat testen. Eerst met één drageerpan, dan met twintig. In het begin is het zoeken naar de juiste grondstoffen, temperatuur en draaisnelheid. Met vallen en opstaan word je wijzer, tot je de ideale combinatie vindt.
Vooral tijdens de testfase ben ik op de werkvloer te vinden. Je draagt dan een jas en een pet, voor de hygiëne. In de ruimte ruikt het naar suikerwater, geur- en smaakstoffen en het is stoffig, bij al die ronddraaiende drageerpannen. Op andere dagen zit ik vooral boven op kantoor.
Het verschil tussen stage en baan is niet groot, alleen wordt er straks natuurlijk wel meer van me verwacht. Nu ben ik vooral bezig met productontwikkeling, maar straks zal ik ook de kwaliteitszorg en de leiding van de productie op me nemen.
Eigenlijk hebben we veel bereikt tijdens mijn stage. Ax, de directeur, heeft veel ervaring en dat is een perfecte aanvulling op mijn schoolkennis. Samen vormen we een goede creatieve mix. Dus toen hij aan het einde van mijn stage vroeg of ik hier wilde werken, was het antwoord ja. Het is leuk werk en het klikt. Als je op zo’n manier binnen kan komen, waarom niet?’

Re:acties 1

  • Niels

    Die 1 miljoen kilo zijn zelfs 500miljard bolletjes.

    Reageer

Re:ageer