Wetenschap - 1 januari 1970

Spijkerbroeken, politiek en kinderarbeid

1

Spijkerbroeken, politiek en kinderarbeid

Spijkerbroeken, politiek en kinderarbeid


Spijkerbroeken heb je in soorten en maten. Maar wat de meeste jeans met
elkaar overeen hebben is dat ze in benauwde en duistere naaiateliers in
verre landen in elkaar gezet worden door overwerkte en onderbetaalde
vrouwen die vaak nog minderjarig zijn. Tenminste, dat lijkt zo. Het is niet
altijd zo erg, zegt een Wageningse studente, en in ieder geval is de
toestand beter in de fabrieken van het merk Kuyichi, want dat is een fair-
tradespijkerbroek.

Studente Rolien Wiersinga ging op rondreis in Peru langs katoenplantages en
fabrieken van gewone spijkerbroeken en die van Kuyichi. Ze ging samen met
een groep van voorzitters van zeven jongerenorganisaties van politieke
partijen, op uitnodiging van de ontwikkelingsorganisatie ICCO. Wiersinga
mocht mee, omdat ze eerder een debatwedstrijd had gewonnen over
kinderarbeid. Via de Wageningse studievereniging Patio kwam ze in het debat
terecht. Haar winnende stelling was dat bedrijven wel een
verantwoordelijkheid hebben, maar dat we moeten oppassen kinderarbeid
simpelweg te verbieden, omdat het alternatief vaak grotere armoede is.
Over de rondreis in Peru vertelt Wiersinga dat zijzelf eigenlijk het minst
onder de indruk was van de omstandigheden waaronder naaisters de
spijkerbroeken maken. Het aanstormende politiek talent van de
jongerenpartijen was vaak nog nooit in een ontwikkelingsland geweest. ,,Als
je al vaker armoede gezien hebt kijk je er minder van op’’, zegt Wiersinga.
Ze ging voor de beide studies die ze doet, tropisch landgebruik en rurale
ontwikkelingsstudies, al naar Suriname, Indonesië en Kenia. ,,Vergeleken
daarmee is Peru een rijk land’’, zegt Wiersinga. ,,De conventionele
naaiateliers in Lima vielen mij eigenlijk nog mee. Wel is de werkruimte
klein, is er weinig licht en hebben de naaisters lange werkdagen, meer dan
tien uur per dag.’’ Opvallend vond Wiersinga dat de productie zich verborg
voor de politie, omdat zwartwerkers de broeken maken. Westerse
spijkerbroekenmerken kopen de broeken van kleine illegale bedrijven.
Wiersinga: ,,Je moest in een winkelstraat door een heel klein luikje in een
rolluik, dat was eigenlijk wel het meest benauwde. De ateliers zitten
verborgen boven winkels. We mochten er ook maar heel even rondkijken.’’ De
ateliers van Kuyichi kunnen het daglicht wel velen, letterlijk en
figuurlijk. Ze zijn ruimer en lichter. Op de katoenplantages trof de groep
reizigers kinderen van acht jaar aan het werk. Wiersinga: ,,Ook daar is
kinderarbeid blijkbaar lastig weg te denken uit de realiteit.’’ | J.T.

Re:acties 1

  • Anne

    echt erg hoor voor de mensen die daar moeten werken, ik heb medelijden. Zo zie je maar hoe goed wij het eigenlijk wel niet hebben.

    Reageer

Re:ageer