Wetenschap - 1 januari 1970

Spieringstand blijft laag

De spieringstand is ongunstig, stelt het Nederlands Instituut voor Visserij Onderzoek (RIVO) op basis van bemonsteringen eind vorig jaar. De totale populatie spiering in het IJsselmeer is het afgelopen jaar wel lichtjes toegenomen, maar er is vrijwel geen jonge spiering meer. Spoedig herstel van de spieringpopulatie is daardoor onwaarschijnlijk.

Het vangstverbod van 2004 voor spiering zal nu worden gehandhaafd en dat is een tegenvaller voor de IJsselmeervissers. De spieringvisserij was voor hen van groot financieel belang. In 2002 was de aangevoerde spiering nog goed voor zo'n veertig procent van de totale aanvoer in kilogrammen van IJsselmeervis. In 2003 was dat ongeveer twintig procent. De meeste spiering werd geƫxporteerd naar landen rond de Middellandse Zee zoals Spanje, waar de in olie gefrituurde visjes een lekkernij zijn.
Ook de visserij op roofvissen zoals de baars en snoekbaars wordt getroffen door de ongunstige spieringstand. De kleine spiering is een belangrijke voedselbron voor deze roofvissen.
Spiering wordt verder gegeten door verschillende vogels zoals zaagbekkens en zwarte sterns, die als belangrijke 'natuurwaarden' gelden. Deze soorten zullen naar verwachting lijden onder de slechte spieringstand.
De oorzaak van de terugval van spiering was in eerste instantie de warme zomer van 2003, stelt dr Joep de Leeuw, clusterleider Ecologie bij het RIVO in IJmuiden. 'De spiering is eigenlijk een koudwatervis. Door te hoge watertemperaturen stortte de populatie in elkaar en de spiering is deze klap nog niet te boven gekomen. Goede kans echter dat het komend jaar beter wordt als er niet weer een extreem warme zomer volgt.'
De IJsselmeervissers hebben tot nu toe het vangstverbod voor spiering , ingesteld door het Ministerie van LNV , gesteund, aangezien dit in het belang is van een duurzame visserij. / HB

Re:ageer