Wetenschap - 11 januari 1996

Speelman wil geleidelijke invoering onderwijsblokken

Speelman wil geleidelijke invoering onderwijsblokken

Op 30 januari gaat de universiteitsraad een besluit nemen over de herprogrammering van het onderwijs. Dan zal eindelijk de uitvoering van de onderwijsnota 2000 duidelijk worden. Hoe moet de LUW het onderwijs verblokken, wat is het verschil tussen de vijf- en de vierjarige opleidingen, wat is een beroepsvoorbereidend en ontwerpblok en welke consequenties heeft dit alles voor het lesrooster? Voorzitter Speelman van de Stuurgroep 2000 licht toe.


Tot op heden verdient de herprogrammering van het onderwijs niet de schoonheidsprijs. Nadat op 30 mei 1995 besloten was tot grote veranderingen, moest er een exegese aan te pas komen wat die veranderingen nu eigenlijk precies inhouden. Een speciale stuurgroep ging op bezoek bij de richtings-onderwijs-commissies (roc's), die vaak nauwelijks wisten wat voor veranderingen zij nu weer moesten invoeren. De voorzitter van de Stuurgroep Onderwijs 2000, prof. dr ir L. Speelman, hoopt dat deze bezoekjes enige helderheid hebben geschapen voor de roc's en vakgroepen.

Een van de meest verwarrende begrippen is het verblokken geweest. Iedereen bedacht een eigen definitie en was op grond daarvan mordicus voor of tegen. College van bestuur en stuurgroep stellen nu een eenduidige definitie voor. In een onderwijsblok van zo'n zes studiepunten behoort een verknoping plaats te vinden tussen enerzijds fundamentele, disciplinaire vakgebieden en anderzijds toegepaste praktijkgerichte vakgebieden". Studenten moeten gedurende langere tijd aan een thema werken, omdat dat een betere voorbereiding op de beroepssituatie is dan een versnippering over allemaal verschillende vakken.

Het voordeel van blokonderwijs in vergelijking met lintonderwijs (colleges uitgesmeerd over een trimester) is dat studenten ruimere ervaring op kunnen doen met het leiden en presenteren van projecten, informatietechnologie, duurzaamheid en ethiek. Bovendien, meent de stuurgroep, kan de docentengroep die het blok verzorgt flexibel inspringen op maatschappelijke veranderingen.

Het is echter onhaalbaar om alle LUW-onderwijs te verblokken. Zelfs de doelstelling uit de onderwijsnota 2000, om elke student tenminste twintig studiepunten in blokvorm aan te bieden, is niet realistisch. Speelman: Het is bij de vakgroepen en roc's ontzettend slecht gevallen dat ze dit per se moeten doen. Ik ben ervan overtuigd dat als de werkvloer het niet ziet zitten, er helemaal niets van terecht komt. Je hebt voor zo'n experiment een aantal enthousiaste docenten nodig die er echt zin in hebben. Die ook bereid zijn om iets van hun eigen vak in te leveren en samen met anderen iets nieuws op te zetten."

Onrealistisch

Aanvankelijk wilden we vier blokken per richting, dus tachtig in totaal, maar dat is volstrekt onrealistisch, daar is geen draagvlak voor. We hebben eerst een paar voorbeelden nodig waaruit heel duidelijk de voordelen blijken en dan pas kunnen we langzaam de rest van het onderwijs gaan verblokken. Een blok per richting moet haalbaar zijn. Tot nu toe heeft maar een richting gezegd: we doen het gewoon niet."

Concreet moeten alle roc's dus ten minste een thema definieren in een blok en bepalen welke vakgebieden daarbij betrokken moeten worden. Vervolgens zullen de blokdocenten en de blokcoordinator voldoende financiele ruimte moeten krijgen om het onderwijs op te zetten. Ook zal bij de vakgroep Agrarische onderwijskunde voldoende geld moeten zijn om de blokdocenten te ondersteunen. Tijdens een evaluatie zal tenslotte duidelijk moeten worden of de docenten ook daadwerkelijk iets hebben geconstrueerd dat voldoet aan de eisen.

Ontwerpblok

Het zal niet meevallen om te evalueren of er voldoende integratie zit in de blokken en of er genoeg aandacht is voor sociale vaardigheden, beaamt Speelman. Maar je kunt wel vragen: waar is de blokcoordinator en het werkboek voor de studenten? Ook kun je denk ik evalueren of het blok een echte onderwijsvernieuwing inhoudt of dat het slechts een hergroepering is van vakken. Dat laatste is dus niet de bedoeling."

Naast deze thematische blokken moeten de vijfjarige studierichtingen nog iets extra's doen: een ontwerpblok starten. Ontwerpen moet herkenbaar in de curricula opgenomen zijn, omdat elf Wageningse studierichtingen een extra jaar hebben gekregen vanwege het ontwerpkarakter van de richtingen. Geen probleem, denkt Speelman. Een levensmiddelentechnoloog moet een deel van een fabriek kunnen ontwerpen, landbouwtechniek-studenten ontwerpen nu een instrument voor de precisie-landbouw. Je hebt daarvoor materie-deskundigen uit verschillende disciplines nodig, ook sociale." Ook vaardigheden als budgetbeheersing, tijdsplanning en projectmanagement moeten dan zichtbaar en geintegreerd worden uitgeoefend.

Hierbij zullen de visitatiecommissies van de vereniging van universiteiten (VSNU) een belangrijke stok achter de deur zijn. Ze zullen kritisch onderzoeken of de richtingen daadwerkelijk een ontwerpersopleiding zijn en dus een vijfjarige studieduur verdienen, verwacht Speelman.

Overigens wijst hij erop dat de vijfjarige opleidingen, ondanks het ontwerpkarakter, niet vergelijkbaar zijn met de beroepsgerichte Professional Mastersopleidingen (PrM). Speelman ontboezemt dat hij liever helemaal van de huidige opzet van deze Masters-opleidingen af wil. In de afgelopen maanden is de samenwerking met de agrarische hogescholen bij de PrM Tuinbouw mislukt en heeft het Landbouwschap laten weten weinig heil in de opleidingen te zien. In de huidige vorm lijken de Professional Masters weinig toekomst meer te hebben. Het wordt allemaal erg ondoorzichtig. Als het beroepenveld, zoals het Landbouwschap, het niet meer snap, loopt de LUW het gevaar haar naam en ir-titel te verkwanselen. Misschien dat we op andere manieren met de hogescholen kunnen samenwerken."

Rooster

Een belangrijke consequentie van de blokken is dat het jaarrooster er anders gaat uitzien. Kenmerk van een blok is namelijk ook dat de onderwijsperiode onmiddellijk wordt gevolgd door het examen. Daarom wil de Stuurgroep het studiejaar verdelen in porties van zes weken. Aansluitend op zo'n periode is er een week voor zelfstudie en voorbereiding op de tentamenweek, die daarna plaatsvindt. De laatste periode van het studiejaar duurt tien weken en wordt afgesloten met een tentamenweek. Dan volgen vijf weken zomervakantie en drie weken hertentamens.

Studenten krijgen dus nog maar een herexamen per jaar. Dat is voor studenten misschien een aderlating, maar dat is echt de enige oplossing", meent Speelman. Een andere consequentie is volgens Speelman dat ook de lintvormige onderwijselementen straks allemaal na zes weken geexamineerd moeten worden. Dat betekent dus dat docenten hun vak moeten comprimeren in zes weken of het vak in twee stukken moeten opdelen.

Als de universiteitsraad de plannen van de Stuurgroep goedkeurt, zullen de studierichtingen hun onderwijsprogramma's voor het studiejaar 1997-'98 gereed moeten hebben.

Re:ageer