Wetenschap - 1 januari 1970

Speelman in raad van bestuur

Speelman in raad van bestuur

Speelman in raad van bestuur

Prof. dr ir Bert Speelman zal als vierde lid worden toegevoegd aan de raad van bestuur van Wageningen UR. Speelman zal in de raad van bestuur de uitvoering van het ondernemingsplan van de LUW coördineren. De raad van bestuur heeft dat besloten omdat de werklast van de bestuursleden te zwaar dreigde te worden, door de samenloop van reorganisaties bij de Landbouwuniversiteit en DLO en de uitbreiding van Wageningen UR met onder andere het ILRI en het IAC. De Raad van Toezicht, die nieuwe bestuursleden benoemt, heeft gezegd in te stemmen met de benoeming

Voor de benoeming is ook de instemming van de minister van Landbouw nodig. Volgens de wet bestaat het college van bestuur van universiteiten uit ten hoogste drie personen. Alleen in uitzonderlijke situaties kan de minister een uitzondering maken op de wet. Het bestuur is van mening dat de genoemde samenloop van omstandigheden de benoeming van een vierde lid rechtvaardigt. Het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij studeert nog op de juridische aspecten van de benoeming. Zie ook pagina 3. K.V

In 1995 haalde de LUW twee keer zoveel geld uit het bedrijfsleven dan DLO, zo blijkt uit cijfers van de International Service for National Agricultural Research (ISNAR) in Den Haag. De universiteit scoorde vijf keer beter dan DLO bij andere ministeries dan LNV, en ook bij de EU had ze meer succes

Blijkbaar is de LUW eerder de boer opgegaan dan DLO, concludeert ir Johannes Roseboom van het ISNAR. Waarschijnlijk omdat DLO uit een overheidsbureaucratie komt. Tot het moment van verzelfstandiging is DLO sterk aan LNV gebonden geweest. De Landbouwuniversiteit kon flexibeler zijn en daarom heeft daar de cultuuromslag eerder plaatsgevonden. Hoogleraren zagen zich geconfronteerd met bezuinigingen, en probeerden financiering van elders aan te trekken. Ze zijn daar heel goed in geweest, oordeelt Roseboom. De Landbouwuniversiteit is ook slagvaardiger geweest dan de andere Nederlandse universiteiten. Relatief ontvangt ze het meeste geld uit de tweede en derde geldstroom.

Uit de cijfers blijkt ook dat het Nederlandse bedrijfsleven ongeveer even veel geld in landbouwkundig onderzoek steekt als de Nederlandse overheid, ieder zo'n 750 miljoen. Volgens Roseboom is de totale investering in onderzoek sinds eind jaren zeventig ongeveer gelijk gebleven. Wel is de onderzoeksagenda veranderd. Stond eerst hogere productie centraal, nu zijn ook milieu, natuur en veiligheid belangrijk geworden

Overigens doet DLO het vergeleken met landbouwkundige instituten in andere landen niet slecht als het gaat om het binnenhalen van onderzoeksgeld bij externe financiers. Volgens Roseboom loopt Nederland internationaal voorop bij de verzelfstandiging van landbouwkundige instituten. In Duitsland en Amerika bijvoorbeeld zijn de instituten nog uiterst bureaucratisch. Zie ook pagina 9. M.H

Re:ageer