Wetenschap - 19 augustus 2015

Speeddate met Spitsbergen

tekst:
Rob Ramaker

Een groep Wageningse onderzoekers begint vandaag aan hun expeditie naar Spitsbergen. Hun plannen worden echter beperkt door de korte expeditieduur en vastgestelde scheepsroute.

Foto: Allan Hopkins

Het is voor iedere wetenschapper bijzonder om naar Spitsbergen af te reizen, maar dat geldt zeker voor hoofddocent Sip van Wieren van Resource Ecology. In 1977 bracht hij al eens vier maanden door op het eiland Edgeøya. Door kaken te verzamelen van ‘s winters gestorven rendieren, bracht hij de opbouw van populaties in kaart. Werk, zegt hij opgetogen, dat nog altijd wordt gebruikt als voorbeeld in studentenpractica over ecologie.

Dit werk herhalen is nu geen optie. Tegen de vier maanden van destijds staan nu slechts negen dagen. Daarvan kan hij maximaal een paar dagen op het eiland zijn. ‘Heel jammer,’ zegt Van Wieren. ‘Het was heel anders geworden wanneer we daar met een kleine groep voor langere tijd naartoe zouden gaan.’ Hij begrijpt echter ook dat deze missie het Nederlands poolonderzoek onder de aandacht moet brengen.

het was heel anders geworden wanneer we daar met een kleine groep voor langere tijd naartoe zouden gaan.
Sip van Wieren, universitair hoofddocent Resource Ecology

Uiteindelijk bedacht Van Wieren een ander plan. Met archeologen zal hij oude botten verzamelen van rendieren die bijvoorbeeld honderden jaren geleden zijn opgegeten door walvisvaarders. Met de huidige techniek kan erfelijk materiaal uit de botten worden gehaald en afgelezen. De bioloog hoopt zo de rendierevolutie beter te begrijpen. Is de diversiteit minder in zo’n geïsoleerde populatie? En verandert hun evolutie nu het klimaat milder wordt?

Ook andere Wageningse onderzoekers worstelen met de mogelijkheden die zo’n korte periode biedt. Zij gebruiken de expeditie veelal om pilots te verrichten; kleine onderzoeken die moeten leiden tot opdrachten, beurzen of verder uitgewerkte ideeën.

Zo probeert Meike Scheidat al eerste een bruinvis te zien bij Spitsbergen. Wetenschappers vermoeden dat deze walvisachtigen door klimaatverandering hun leefgebied verplaatsen, maar er zijn nog geen betrouwbare waarnemingen. In juni legden collega’s van Scheidat alvast twee C-Pods – boeien die meeluisteren op de golflengte waarop bruinvissen communiceren – in de monding van het grootste fjord.

Scheidat maakt zich echter zorgen of ze daadwerkelijk de kans krijgt de boeien binnen te halen. Het liefst wacht ze zo lang mogelijk met binnenhalen om zoveel mogelijk data te krijgen. Maar de route van het expeditieschip – dat ook toeristen vervoert – ligt goeddeels vast en Scheidats kansen zijn beperkt. Een ruige zee kan roet in het eten gooien. Mogelijk haalt ze de boeien daarom direct op met een kleine boot.

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan


Re:ageer