Wetenschap - 31 augustus 2006

Sojahormonen laten prostaat met rust

Het is zo goed als uitgesloten dat stoffen die van nature in veevoer zitten bij stieren prostaatafwijkingen veroorzaken. Dat blijkt uit onderzoek dat histopatholoog dr. Maria Groot van onderzoeksinstituut RIKILT publiceerde in Veterinary Research Communications.

Groot onderzocht de prostaat van kalveren die vier weken lang commerciële sojaconcentraten hadden gegeten. Ze concludeert dat een afwijkende prostaat bij stieren wijst op het mogelijke gebruik van verboden groeibevorderaars.
Het idee dat verbindingen zoals die te vinden zijn in soja iets doen met de prostaat is niet zo raar, zegt Groot. ‘Plantaardige oestrogenen als genisteïne en daidzeïne in soja hebben een tweevoudige werking’, zegt Groot. ‘In het ene weefsel imiteren ze de werking van het geslachtshormoon estradiol, in het andere blokkeren ze de werking van estradiol juist. Estradiol is een groeibevorderaar. Het gebruik van estradiol of een verwante stof verraadt zich vaak via de prostaat. Het hormoon laat het epitheel om de prostaat groeien. Het orgaan krijgt bij wijze van spreken uitgroeisels, waardoor het soms niet meer goed functioneert. Met mijn onderzoek wilde ik nagaan of de uit soja afkomstige oestrogene componenten in veevoer ook zo’n effect hebben.’
Dat was niet geval, ontdekte Groot. ‘Als je in de prostaat van stieren woekering van de basale epitheelcellen ziet, dan is dat het resultaat van farmacologische middelen met een hormonale werking. De fyto-oestrogenen in veevoeding kunnen zo’n afwijking niet laten ontstaan,’ aldus Groot. / Willem Koert

Vet Res Commun. 2006 Aug; 30(6):587-98.

Re:ageer