Wetenschap - 28 november 2002

Soedanese promovendus ziet haar land gevangen in een vicieuze cirkel van oorlog, armoede en milieupr

Soedanese promovendus ziet haar land gevangen in een vicieuze cirkel van oorlog, armoede en milieupr

'De ware inzet van het conflict in Soedan is de natuurlijke rijkdom van het zuiden'

De Soedanese regering moet inzien dat de burgeroorlog het land in een milieucrisis stort, zegt promovendus en ontwikkelingswerker Afaf Rahim. Bossen worden in versneld tempo gekapt en de woestijn rukt alsmaar verder op. De uitputting en ongelijke verdeling van natuurlijke hulpbronnen moedigen de strijders alleen maar aan om de oorlog te verharden.

"Tijdens mijn werk in het zuiden van Soedan voor de hulporganisatie Oxfam zag ik regelmatig legertrucks voorbijrijden, volgestouwd met gevelde bomen, op weg naar onze hoofdstad Khartoem", vertelt Rahim. Dit is volgens de Soedanese een van de vele nadelige milieueffecten van de oorlog. "Militairen mogen ongestraft de bossen in het zuiden van het land plunderen. De militairen zijn vrijwilligers; veelal jonge, arme mannen die elke kans aangrijpen om wat bij te verdienen."

Als onderzoeker en ontwikkelingswerker in conflictgebieden heeft Rahim gemerkt dat de oorlog in haar land onlosmakelijk verbonden is met de teloorgang van het milieu. Dit verdient volgens haar meer aandacht onder politici, internationale hulporganisaties en wetenschappers. Met dit doel in het achterhoofd doet zij promotieonderzoek bij de leerstoelgroep Milieueconomie en natuurlijke hulpbronnen, gericht op het met verwoestijning bedreigde Noord-Soedan. Tegelijkertijd is zij actief voor de Sudan Development Association (SDA) en de Sudanese Environment Conservation Society (SECS).

Dictatuur

Rahim is geboren in het westen van Soedan, maar heeft inmiddels het hele land afgereisd. Ze weet heel goed wat voor een tragedie zich afspeelt in haar geboorteland. "De burgeroorlog woedt al sinds 1956, toen Soedan onafhankelijk werd. Alleen tussen 1972 en 1983 was er een periode van vrede. De bevolking in het zuiden van het land zet zich van oudsher af tegen de onderdrukking door de Soedanese regering. Die zetelt in het noorden, in Khartoem. Meer dan 35 jaar hebben we een militaire dictatuur, en die is er niet in geslaagd om een vreedzame oplossing te vinden voor het noord-zuid conflict."

De burgeroorlog in Soedan wordt veelal voorgesteld als een etnisch-religieus conflict tussen de Arabisch-islamitische bevolking in het noorden en de christelijke Afrikanen in het zuiden. Maar Rahim, zelf van islamitische afkomst, merkt op dat het vooral een oorlog is om natuurlijke hulpbronnen.

"Als je van noord naar zuid reist, zie je de kale woestenij langzaam veranderen in een groen gebied, rijk aan bos, water en delfstoffen. De natuurlijke rijkdom van het zuiden is de ware inzet van het conflict." Al sinds de Britse overheersing komen de natuurlijke hulpbronnen in het zuiden voornamelijk ten goede van de Arabische bevolking in het noorden. De opstandelingen in het zuiden, geformeerd in het Volksbevrijdingsleger van Soedan, eisen daarom volledige controle over de hulpbronnen, maar de Soedanese regering antwoordt met bombardementen. "De vondst van olie in Zuid-Soedan geeft het huidige islamitische regime alleen maar meer reden om door te gaan met de oorlog."

Het conflict sleurt het land steeds dieper in de ellende, vertelt Rahim. Niet alleen zijn inmiddels twee miljoen mensen omgekomen en moesten vier miljoen mensen, vooral zuiderlingen, hun huizen ontvluchten: de teloorgang en uitputting van de natuurlijke rijkdommen maakt nog veel meer slachtoffers.

"De oorlog slokt veel geld op. Er blijft weinig of niets over om het landgebruik duurzamer te maken. Men zou eigenlijk de landbouw in het noorden effici?nter en productiever moeten maken door bijvoorbeeld introductie van verbeterde zaden en kunstmest. In plaats daarvan kapt men de laatste bossen in snel tempo om plaats te maken voor extensieve landbouw." Boskap neemt ook toe vanwege de groeiende vraag naar brandhout. "Beter zou het zijn om te investeren in technologie?n voor effici?nter energiegebruik, zoals modernere fornuizen."

Met het bos verdwijnt een belangrijke verdediging tegen de oprukkende woestijn. Elk jaar verdwijnt er ongeveer 200.000 hectare bos, en rukt de woestijn enkele kilometers naar het zuiden op. Het zand schuift ook de landbouwgebieden in; hier treedt erosie en verlies van bodemnutri?nten op, met als gevolg afnemende landbouwproductie.

Rahim zegt dat een manier om de woestijn een halt toe te roepen is het telen van Arabische gom in akkerbouwgebieden tijdens de braakperiode. "De acaciaboom, die de gom levert, houdt de bodem vast en voorkomt zo erosie. Deze bomen worden al op grote schaal geteeld in Soedan, maar de gomzone is aan het inkrimpen."

De overheid probeert sinds de jaren negentig de aanplant van acacia's en gomproductie te stimuleren, maar de animo neemt juist af. Rahim : "Gom levert te weinig op. Het probleem is dat het bedrijf Gum Arabic Company een monopolie heeft op het exporteren van gom, en zo de gom tegen een zeer lage prijs van de boeren koopt. Ze raken hierdoor ontmoedigd om gom te produceren." Rahim kwam tot deze ontdekking tijdens een survey onder boeren in de Kordofan regio in West-Soedan.

Risico's

Volgend jaar keert ze terug voor vervolgonderzoek. "Het is wel altijd uitkijken. Ik heb de consequenties van de oorlog aan de lijve ondervonden toen ik voor Oxfam werkte in het zuiden. Veiligheidsmensen van de regering hebben mij toen ondervraagd. Ze beschuldigden mij ervan dat ik connecties had met de rebellen. Het is geen pretje om voor een hulporganisatie in een oorlogsgebied te werken."

Rahim herinnert zich ook dat het moeilijk was onpartijdig te blijven ten aanzien van de strijdende partijen. "Als wetenschapper is het belangrijk om rationeel te blijven tijdens veldonderzoek. Maar als je in het rebellengebied zit, kan je de ellende die je ziet niet negeren. De mensen hebben dikwijls onvoldoende water, voedsel en sanitaire voorzieningen. Je kiest dan bijna vanzelf de kant van de rebellen. En zo word je onderdeel van het conflict."

Momenteel lopen er, na vruchteloze pogingen in onder meer Nairobi en Addis Ababa, vredesonderhandelingen tussen de regering en de rebellen. Rahim: " Ik ben bang dat het weer op niets uitloopt aangezien niet alle politieke partijen zijn vertegenwoordigd. Alleen de Sudan People's Liberation Movement is aanwezig. Maar de onderhandelingen zijn nog gaande, dus laten we hopen dat er toch een overeenkomst komt."

Rahim is gebrand op vrede in haar land, want de oorlog en onzekerheid onder de bevolking maakt volgens haar veel kapot. "Desnoods delen we Soedan op in twee afzonderlijke staten, als de oorlog maar ophoudt." Rahim wil na haar studie lesgeven aan universiteiten. "Dat lijkt me zinniger dan voor de regering te werken. Ik hoop ook actief te blijven voor organisaties die lobbyen voor duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding. Gezien het huidige militaire regime wil ik via maatschappelijke organisaties een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van mijn land. Of er uitzicht is op vrede en een democratisch regime? Ik heb een klein beetje hoop. Maar het zal niet in mijn tijd gebeuren."

Hugo Bouter

Fotobijschrift:

Afaf Rahim: "Veiligheidsmensen beschuldigden mij ervan dat ik connecties had met de rebellen. Het is geen pretje om voor een hulporganisatie in een oorlogsgebied te werken" Foto: Elmer Spaargaren

Re:ageer