Student - 26 april 2007

Snijden in zwijnen

Ivo Lustenhouwer, masterstudent Bos- en natuurbeheer aan Wageningen Universiteit, onderzocht hoe wild de wilde zwijnen in Nederlandse natuurgebieden zijn. Op zoek naar uiterlijke kenmerken van het gewone huisvarken nam hij bijna vijftig dode dieren onder handen.

693_nieuws.jpg
693_nieuws.jpg

Foto: .

‘Natuurbeheerders streven naar een zo natuurlijk mogelijke populatie van wilde zwijnen in Nederland. Maar in het verleden zijn wel eens huisvarkens ontsnapt of losgelaten in het bos. Het is niet bekend of die zich hebben vermengd met de wilde zwijnen in natuurgebieden. Ik keek of de zwijnen wat betreft uiterlijk echt wild zijn of dat er ook kenmerken van huisvarkens inzitten. De vacht van een wild zwijn is bijvoorbeeld egaal donkerbruin. Vlekken kunnen wijzen op vermenging met het huisvarken.
Maar er zijn meer verschillen, zoals het aantal tepels of ribben. Om al die kenmerken goed te kunnen bekijken onderzocht ik dode dieren. Natuurbeheerders schieten jaarlijks een aantal wilde zwijnen af om te voorkomen dat de populatie te groot wordt. Elke keer als ze een zwijn hadden geschoten kreeg ik een belletje en stapte ik op de bus naar Rheden. Daar is het beheerkantoor van Natuurmonumenten.
Ik bekeek en mat de uiterlijke kenmerken en ik moest ook in de kadavers snijden om de kaken te verwijderen en de ribben te tellen. De eerste keer vond ik het wel moeilijk, maar uiteindelijk werd het routine. En ik vond het heel interessant om tot in detail te zien hoe een wild beest in elkaar zit. De huid is heel taai. Tijdens het snijden moest ik goed uitkijken dat ik niet in de maag of darmen sneed. Daar zit veel gas in en dat geeft een enorme stank. Eén keer ging het mis. Toen ben ik even een blokje om gaan lopen.
Het was belangrijk dat ik de dieren vers kreeg want het verrottingsproces gaat heel snel. Ouder dan 24 uur wilde ik ze niet hebben. Voor de zekerheid trok ik altijd een schort en handschoenen aan. Er lopen vaak nog teken op de dode zwijnen. En er is een kleine kans dat ze ziektes overbrengen.
In totaal heb ik 46 zwijnen onderzocht. Die waren allemaal duidelijk wild. Maar ik heb geen genetisch onderzoek gedaan. Het kan best zijn dat later toch blijkt dat er vermenging is met het huisvarken. Na de metingen brachten de natuurbeheerders de kadavers terug naar het bos om de kringloop in stand te houden. In een mum van tijd hebben vossen, roofvogels en insecten alles opgeruimd.’

Re:ageer