Organisatie - 24 januari 2008

Sneller, soldaat

‘Ik sta bekend om mijn positieve houding’, moppert rector Martin Kropff. ‘Maar op dit moment laat mijn positivisme me in de steek.’
‘Niet zeuren’, gebiedt Aalt Dijkhuizen. ‘Tijgeren.’
De rector magnificus, gehuld in camouflage-outfit, ploegt zich door het grasveld voor het Bestuurscentrum. ‘Ik had me van mijn rectorschap een andere voorstelling gemaakt’, zegt Kropff.
‘Sneller, soldaat’, zegt Dijkhuizen. ‘Als je over anderhalve minuut niet bij de bloempotten bent, dan zwaait er wat.’
‘Martins hoofd is niet laag genoeg, kapitein Aalt’, zegt Tijs Breukink.
‘Dank je wel, sergeant’, zegt Dijkhuizen. ‘Hoofd lager, Martin. Als je straks in Afghanistan ook zo tijgert, dan maak je de Taliban heel gelukkig.’
‘En daarvoor sturen we je niet op missie’, zegt Breukink. ‘We sturen je naar Afghanistan om LNV heel gelukkig te maken.’
‘Fijn dat je me eraan herinnert, Tijs’, hijgt Kropff. ‘Ik dacht even dat we in een ontwricht land het rurale onderwijs op poten gingen zetten.’
‘Uiteraard zijn we blij als je een cursus Voortzetting Inheemse Steenvruchten van de grond krijgt’, zegt Breukink. ‘Zeker als de Taliban zouden besluiten om niet alle cursisten van het schoolplein af te schieten. Maar je gaat omdat wij van WUR onze belangrijkste geldschieter tevreden willen stellen. Dus sturen wij onze eigen rector. Zo laten we zien dat wij de wederopbouw van Afghanistan een warm hart toedragen.’
‘Ontroerend’, mompelt Kropff.
‘Bovendien hebben de andere kandidaten zich met een flutsmoesje teruggetrokken’, vervolgt de mathematische wonderjongen. ‘En heeft kapitein Aalt al in een radio-interview beloofd dat WUR iemand naar Afghanistan stuurt.’
‘Belofte maakt schuld’, vindt Kropff.
‘Martins anderhalve minuut zijn voorbij, kapitein’, zegt Breukink, turend op een stopwatch.
‘En zijn wij bij de bloempotten?’, vraagt de leider der leiders.
‘Geenszins, kapitein Aalt’, steunt Kropff.
‘Dertig keer opdrukken’, zegt Dijkhuizen streng.
‘En niet smokkelen’, zegt Breukink.
‘Mijn baan zuigt’, piept Kropff.
‘Ik waardeer je steun enorm, Tijs’, zegt Dijkhuizen.
‘Die verdien je’, zegt Breukink. ‘Ik weet hoe zwaar leidinggeven is.’
‘Ach’, zegt Dijkhuizen bescheiden. ‘Iemand moet het smerige werk doen.’

Re:ageer