Wetenschap - 1 januari 1970

Snelle dioxinedetectie nuttig tijdens crisis

Recent ontwikkelde detectiemethoden voor dioxine in voeding zijn goedkoper en sneller dan de traditionele methode, en daardoor waardevol in tijden van crises. Maar er moet nog wel gewerkt worden aan de betrouwbaarheid.

Dat bleek tijdens een symposium over dioxinedetectie op 13 januari in Brussel. Hieraan namen ondermeer Rivo en Rikilt deel, en hun Zweedse, Franse, Belgische en Spaanse partners in het Difference-project. Dit EU project is opgestart naar aanleiding van de dioxinecrisis in België in 1999, toen er bij laboratoria veel te weinig capaciteit bleek te zijn voor controle van kip, eieren en andere voedingsmiddelen op aanwezigheid van dioxine.
Op het symposium kwam naar voren dat de bio-assay (de zogeheten Calux-methode) en twee instrumentele technieken goede alternatieven zijn voor de traditionele methode om dioxine op te sporen: gaschromatografie gekoppeld aan hoge resolutie-massaspectrometrie. Met deze oude methode kan een laborant in acht dagen zo’n tien tot twaalf monsters controleren op dioxine; Met de ontwikkelde bio-assay kunnen in een dag vijfenzeventig monsters gecontroleerd worden. Deze test wordt gedaan met behulp van dierlijke celkweek. Er wordt gebruik gemaakt van het principe dat dioxines zich binden aan een receptor in dierlijke cellen. Veel winst is ook gemaakt met de introductie van een snelle extractiemethode.
Prof. Leo Goeyens van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid in België, prof. Jacob de Boer van Rivo en Wim Traag van Rikilt geven aan dat met de Calux bio-assay en de nieuwe extractiemethode de capaciteit om voedingsmiddelen te controleren sterk vergroot is. Het zal niet zo snel meer gebeuren dat Rikilt en andere laboratoria voedselmonsters moeten weigeren vanwege beperkte capaciteit, zoals gebeurde tijdens de Belgische dioxinecrisis. Ook Europees commissielid dr. Frans Verstraete van het Directoraat-Generaal Bescherming Volksgezondheid gaf op het symposium aan dat de nieuwe meetmethoden zullen leiden tot een grotere voedselveiligheid.
De wetenschappelijk onderzoekers erkennen wel dat de ontwikkelde bio-assay, die tevens stukken goedkoper is dan de traditionele methode, gevoelig is voor verstoringen van andere stoffen uit het monster die het meetsignaal kunnen onderdrukken of versterken. Tijdens de validatiestudie is in een klein aantal gevallen vastgesteld dat de resultaten afwijken van die van de referentiemethode. Verder onderzoek naar de invloed van andere stoffen op het bio-assay meetsignaal is daarom nodig om de betrouwbaarheid te vergroten. / HB

Re:ageer