Wetenschap - 21 september 1995

Sluisjes redden

Sluisjes redden

Slopen en graven. Bobodagen en bouwlampen. Een oude rekening en een liefde voor stenen.


Vorig jaar zomer sprak de gemeenteraad voor het eerst over het behoud van de zestiende-eeuwse sluisjes nabij de restanten van de kasteeltoren aan het Wallenpad. Jorg Soentgerath van de Archeologische Werkgroep Wageningen (AWW) wilde op een inspraakavond wel eens weten wat de gemeente eigenlijk van plan was met die sluisjes. Met de herinrichting van de Herenstraat zag hij mogelijkheden tot behoud in het verschiet.

Met groot enthousiasme verhaalt Soentgerath de historie van het nog geen vier meter lange muurtje waar het allemaal om draait. Daarin zit behalve de sluisjes ook een houten balk vermetseld, waarvan de functie de AWW-leden nog steeds een raadsel is. Wel is ontdekt dat voor het raam ooit een timmerman aan de slag geweest. Een uit het archief opgeduikelde rekening spreekt van levering van balken, spijkers en aanverwanten. Ook weet Soentgerath dat de sluisjes, onderdeel van het kasteel dat waarschijnlijk in 1672 door de Fransen is opgeblazen, de stadsgracht en de kasteelgracht met elkaar verbonden.

Reeds twee maal eerder zijn de bouwsels blootgelegd. En weer begraven. We vonden dat we maar weer 'ns moesten gaan graven", vertelt Soentgerath laconiek. Onder zijn bezielende leiding begon de AWW een mediacampagne om de sluisjes in ere te herstellen in een doodlopende vertakking van de gracht. De leden bouwden maquettes, schreven een boekje over de sluizen en stuurden herhaaldelijk brieven naar het stadsbestuur. Op locatie organiseerden ze een heuse bobodag. En hoewel de architect van de herinrichting Herenstraat in de Veluwepost van 12 augustus 1994 een viezig poeltje voorspelde, kreeg het plan tot behoud raadsbrede steun.

In januari bleek de geldelijke kant van de reddingsoperatie een obstakel. De goedkoopste van drie varianten om de sluizen in de nieuwe omgeving in te passen, kostte nog altijd een ton. Desalniettemin stak wethouder Blankestijn afgelopen vrijdag de dijk door, waarmee de gereconstrueerde sluisjes na vier eeuwen weer half onder water kwamen te staan.

Soentgerath heeft inmiddels wel door dat je als vrijwilliger bij de AWW niet alleen met een schop in de grond staat, op zoek naar restanten uit het verleden. Een jaar lang slokten de sluisjes veel tijd en energie op van de zeer gemotiveerde vrijwilliger. Misschien ben ik een beetje gek. Ik had het gevoel me de pleuris te werken. Vooral geld lospeuteren vergt een enorme inspanning." Veel energie stak hij in 't bedenken van goedkope opties. Dat was geen ontspanning meer", vindt hij achteraf, Ik had niet goed ingeschat wat er allemaal bij komt kijken."

Als de sluisjes alleen waren opgegraven, zouden ze het maar een paar jaar hebben overleefd. Gekozen is voor behoud van de sluisjes op langere termijn. Vandaar dat het stukje muur waar de sluisjes inzitten zo goed mogelijk is herbouwd, met de hulp van een aannemer. Het oorspronkelijke hout was rot; de muur stond op instorten. De oude restanten liggen inmiddels op de bodem van de gracht. Onder water gaat het rottingsproces niet verder. Een degelijke wijze van opslag," meent Soentgerath, Mijn badkuip was niet groot genoeg."

Soentgerath, die in december 1991 naar Wageningen kwam voor een studie Huishoud- en consumentenwetenschappen, is nu een kleine vier jaar bij de AWW, een werkgroep van de historische vereniging Oud Wageningen. Hij kwam met de werkgroep in aanraking omdat de werkruimte naast zijn huis ligt. Het aantal leden van de AWW schommelt tussen de tien en twintig vrijwilligers. De een vindt het leuk om een schop in de grond te steken, een ander is in de weer met een metaaldetector, de derde lijmt gevonden potscherven aaneen. Behalve graafwerk zorgt de AWW ook voor onderzoek en publikaties. Eenmaal zette de werkgroep een advertentie in de Veluwepost. De dag erna stonden zeventien mensen met de schop te spitten. Daarvan heb ik er twee nog teruggezien," lacht Soentgerath.

De studie heeft Soentgerath er in 1993 aangegeven, zijn werkzaamheden voor de archeologen niet. De self made archeoloog verklaart dat hij tevoren niet wist wat er kwam kijken bij archeologie, conservering en reconstructie. Maar een kritische geest helpt veel. In het begin ben ik maar 's mee gaan graven en heb ik deze of gene gevraagd: Goh, wat is dit? De AWW-leden vertellen waar je wat te weten moet komen." Archeologie bedrijven is geen schatgraven, legt Soentgerath uit. Blootleggen doe je alleen als je de garantie hebt dat het object daarna niet wordt bedreigd, bijvoorbeeld door vorst, vandalen of door het graven zelf." Bovendien moet het gaan om bedreigde terreinen; projecten waarbij echt gegraven gaat worden en waar de kans groot is dat er waardevolle zaken opduiken. Soentgerath stelt prioriteiten: Als in de Herenstraat de kans groot is potten met muntjes te vinden, lig ik niet wakker van een weilandje elders." Anders kunnen objecten wat hem betre
ft ondergronds blijven. Mits er maar een clausule bestaat dat opgraven eventueel op een later tijdstip kan.

Het volgende project van de werkgroep, molen De Eendracht aan de Generaal Foulkesweg, is alweer in volle gang. Onder het motto Als de bouwput er eenmaal ligt, ben je te laat. Op de plek van de molen zijn appartementen gepland. De AWW probeert projectontwikkelaars doorgaans te overtuigen in hun projecten tijd in te ruimen voor archeologisch en aanverwant werk. Met BCE-bouw, het bedrijf dat de molen zal slopen, is dat prima gelukt. Basisregel van de Wageningse archeologen is trachten niemand in de weg te zitten. Soms valt daardoor niet te ontkomen aan noodopgravingen. Races tegen de klok, waarbij de groep haar leden mobiliseert en 's nacht onder het licht van een bouwlamp doorgraaft. Het grootste praktische probleem voor de AWW is het op tijd klaar krijgen van de plannen, liefst een maand van tevoren. Omdat de AWW niet alle bouwlocaties op een presenteerblaadje krijgt aangereikt, is het soms te laat om adequaat te reageren.

Inmiddels is Soentgerath gespecialiseerd in het gebruik van steensoorten. De studiestaker weet ook wat hij in de toekomst wil. Werken aan restauraties en aan hergebruik van historische bouwmaterialen. Zorgen dat voor zo min mogelijk geld een kwalitatief goed plan tot behoud kan worden gemaakt."

Re:ageer