Wetenschap - 1 januari 1970

Sluipwespen kunnen trips niet aan

Sluipwespen kunnen trips niet aan

Sluipwespen kunnen trips niet aan


Het uitzetten van sluipwespen ter bestrijding van trips in de groenteteelt
heeft weinig zin. Ze kunnen hun prooi slecht vinden, planten zich langzamer
voort dan hun prooi en zijn moeilijk op grote schaal te kweken, aldus ir
Antoon Loomans in zijn proefschrift over tripsbestrijding met sluipwespen.

Sluipwespen zijn bekende biologische bestrijders van bladluizen,
mineervlieg en witte vlieg. Loomans vond twee sluipwespen die in staat
leken de Californische trips (Frankliniella occidentalis) te bestrijden.
Deze trips is sinds de jaren tachtig een probleem in de glastuinbouw. De
twee sluipwespen Cereanisus menes en C. americensis bleken echter alleen
jonge larven aan te kunnen en zich slecht in de met trips besmette groente-
en siergewassen in de kas te verspreiden.
Onderzoeker Grazia Tommasini onderzocht tegelijkertijd een geslacht van de
bloemenwants, de Orius, ter bestrijding van dezelfde Californische trips.
De Orius laevigatus bleek een zeer effectieve natuurlijke vijand. Hij wordt
dan ook inmiddels op grote schaal gekweekt en gebruikt in Europese kassen.
| Y.d.H.

Ir Loomans en Tommasini promoveren op 8 september bij prof. Joop van
Lenteren, hoogleraar Entomologie.

Re:ageer